FED 1996/147
In verband met een te verwachten onteigening van percelen tuinland werd door de exploitanten een maatschap aangegaan. De maatschap sloot vervolgens pachtovereenkomsten met de eigenares van de percelen. Jaren later werd door faillissement van belanghebbendes echtgenoot de maatschap ontbonden en door curatoren de pacht van de gronden opgezegd. Ingevolge akte van dading werd door gemeente (nieuwe eigenaar) en curatoren aan belanghebbende een schadevergoeding wegens gedwongen pachtbeëindiging toegekend. Het verwijzingshof moet onderzoeken of de pachtende maatschap bedrijfsmatige handelingen heeft verricht. Hiervan is afhankelijk of in casu van een onderneming sprake is en de pachtschadevergoeding al dan niet een belaste bate vormt.
HR 22-11-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3125, m.nt. G.H.J. Tuinte
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 november 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Bellaart; Moor, de; Putt-Lauwers, van der
- Zaaknummer
30 106
- Noot
G.H.J. Tuinte
- LJN
AA3125
- JCDI
JCDI:ADS225307:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3125, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑11‑1995
- Wetingang
Essentie
In verband met een te verwachten onteigening van percelen tuinland werd door de exploitanten een maatschap aangegaan. De maatschap sloot vervolgens pachtovereenkomsten met de eigenares van de percelen. Jaren later werd door faillissement van belanghebbendes echtgenoot de maatschap ontbonden en door curatoren de pacht van de gronden opgezegd. Ingevolge akte van dading werd door gemeente (nieuwe eigenaar) en curatoren aan belanghebbende een schadevergoeding wegens gedwongen pachtbeëindiging toegekend. Het verwijzingshof moet onderzoeken of de pachtende maatschap bedrijfsmatige handelingen heeft verricht. Hiervan is afhankelijk of in casu van een onderneming sprake is en de pachtschadevergoeding al dan niet een belaste bate ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.