Belastingblad 1995/418
Bouwstrook in achtertuin. Bewijslast; gemeente dient aannemelijk te maken dat bebouwing objectief bezien voor de hand liggend is
HR 01-03-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3088, m.nt. J.P. Kruimel
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 maart 1995
- Zaaknummer
29 384
- Noot
J.P. Kruimel
- LJN
AA3088
- JCDI
JCDI:ADS257258:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van lagere overheden (V)
Milieubelastingen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3088, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑03‑1995
Essentie
Bouwstrook in achtertuin. Bewijslast; gemeente dient aannemelijk te maken dat bebouwing objectief bezien voor de hand liggend is
Uitspraak
Aanslag, bezwaar en geding voor het hof
Aan belanghebbende is, als genothebbende krachtens zakelijk recht van de onroerende zaak, kadastraal bekend als gemeente Z, sectie B, nummer 1111, in 1993 een aanslag in de bouwgrondbelasting A van de gemeente Z opgelegd ten bedrage van ƒ 48 243. De aanslag is ambtshalve verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 46 406. De aldus verminderde aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.