Einde inhoudsopgave
Reglement van Orde van de Commissie
Bijlage Uitvoeringsbepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen
Geldend
Geldend vanaf 30-05-2008
- Redactionele toelichting
De datum van inwerkingtreding is de datum van het Publicatieblad. Wordt toegepast vanaf 28-06-2007.
- Bronpublicatie:
30-04-2008, PbEU 2008, L 140 (uitgifte: 30-05-2008, regelingnummer: 2008/401/EG, Euratom)
- Inwerkingtreding
30-05-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-04-2008, PbEU 2008, L 140 (uitgifte: 30-05-2008, regelingnummer: 2008/401/EG, Euratom)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
EU-recht / Instituties
Milieurecht / Straling
Energierecht (V)
Artikel 1. Toegang tot milieu-informatie
De in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1367/2006 genoemde termijn van 15 werkdagen gaat in op de dag van registratie van het verzoek door de verantwoordelijke dienst van de Commissie.
Artikel 2. Inspraak
Voor de toepassing van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1367/2006 voorziet de Commissie in inspraak van het publiek overeenkomstig de mededeling inzake algemene beginselen en minimumnormen voor raadpleging van de betrokken partijen door de Commissie (*1).
Artikel 3. Verzoeken tot interne herziening
Verzoeken tot interne herziening van administratieve handelingen of nalatigheden worden per post, fax of e-mail naar de dienst gestuurd die verantwoordelijk is voor de toepassing van de bepaling op basis waarvan de administratieve handeling werd gesteld of voor de beweerde administratieve nalatigheid.
De betreffende contactadressen worden met alle passende middelen aan het publiek bekendgemaakt.
Indien een verzoek aan een dienst wordt gestuurd die niet verantwoordelijk is voor de herziening, stuurt deze het verzoek door naar de verantwoordelijke dienst.
Voor gevallen die niet onder de verantwoordelijkheid van het directoraat-generaal Milieu vallen, stelt de voor de herziening verantwoordelijke dienst het directoraat-generaal Milieu op de hoogte van het ingediende verzoek.
Artikel 4. Beslissingen inzake de ontvankelijkheid van verzoeken tot interne herziening
- 1.
Na registratie van het verzoek tot interne herziening wordt meteen een ontvangstbevestiging gestuurd naar de niet-gouvernementele organisatie die het verzoek heeft opgesteld, in voorkomend geval op elektronische wijze.
- 2.
De verantwoordelijke dienst van de Commissie stelt vast of de niet-gouvernementele organisatie krachtens Besluit 2008/50/EG van de Commissie (*2) gerechtigd is een verzoek tot interne herziening in te dienen.
- 3.
In overeenstemming met artikel 14 van het reglement van orde wordt de bevoegdheid om beslissingen te nemen over de ontvankelijkheid van een verzoek tot interne herziening gedelegeerd aan de directeur-generaal of het betreffende diensthoofd.
Beslissingen over de ontvankelijkheid van het verzoek omvatten alle beslissingen over de bevoegdheid van de niet-gouvernementele organisatie die het verzoek indient overeenkomstig lid 2 van dit artikel, de tijdige indiening van het verzoek overeenkomstig artikel 10, lid 1, tweede alinea van Verordening (EG) nr. 1367/2006 en de motivering van het verzoek, overeenkomstig artikel 1, 2 en 3, van Besluit 2008/50/EG.
- 4.
Indien de in lid 3 bedoelde directeur-generaal of het diensthoofd vindt dat het verzoek tot interne herziening geheel of ten dele onontvankelijk is, wordt de niet-gouvernementele organisatie die het verzoek heeft opgesteld daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld, in voorkomend geval op elektronische wijze, met opgave van de redenen daarvoor.
Artikel 5. Beslissingen inzake de inhoud van verzoeken tot interne herziening
- 1.
De Commissie beslist of de te herziene administratieve handeling of de beweerde administratieve nalatigheid in strijd is met het milieurecht.
- 2.
Overeenkomstig artikel 13 van het reglement van orde is het Commissielid dat verantwoordelijk is voor de toepassing van de bepalingen op basis waarvan de administratieve handeling is goedgekeurd of waarop de beweerde administratieve nalatigheid betrekking heeft, bevoegd te beslissen dat de administratieve handeling waarvan een herziening wordt aangevraagd of de beweerde administratieve nalatigheid, niet in strijd is met het milieurecht.
Subdelegatie van de in lid 1 verleende bevoegdheden is niet toegestaan.
- 3.
De niet-gouvernementele organisatie die het verzoek heeft opgesteld, wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van het resultaat van de herziening, in voorkomend geval op elektronische wijze, met opgave van de redenen.
Artikel 6. Beroep
In het antwoord waarin de niet-gouvernementele organisatie wordt meegedeeld dat haar verzoek geheel of gedeeltelijk onontvankelijk is, of dat de administratieve handeling waarvan een herziening wordt gevraagd of de beweerde administratieve nalatigheid, niet in strijd is met het milieurecht, stelt de Commissie de niet-gouvernementele organisatie in kennis van de beroepsmogelijkheden die haar ter beschikking staan, namelijk inleiding van gerechtelijke procedures tegen de Commissie en/of indiening van een klacht bij de ombudsman, onder de voorwaarden van de artikelen 230 respectievelijk 195 van het EG-Verdrag.
Artikel 7. Informatie van het publiek
Er wordt een praktische gids gepubliceerd met passende informatie voor het publiek over zijn rechten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1367/2006.