Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters
Artikel 17 Procedure voor verlening en weigering van een vergunning
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2024
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 24-12-2024.
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Inwerkingtreding
24-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De aanvragende CTP dient een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 14, lid 1, of een aanvraag voor een uitbreiding van een bestaande vergunning als bedoeld in artikel 15, lid 1, in een elektronisch format in via de centrale databank. De aanvraag wordt onmiddellijk via die centrale databank gedeeld met de voor de CTP bevoegde autoriteit, ESMA en het in artikel 18 bedoelde college.
De aanvragende CTP verstrekt alle informatie die noodzakelijk is om aan te tonen dat deze op het moment van de initiële vergunning alle regelingen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde vereisten. Wanneer een CTP verzoekt om uitbreiding van een bestaande vergunning op grond van artikel 15, verstrekt zij alle informatie die noodzakelijk is om aan te tonen dat zij, op het moment dat een dergelijke uitbreiding wordt goedgekeurd, alle aanvullende regelingen zal hebben getroffen om te voldoen aan de vereisten die in deze verordening aan een dergelijke uitbreiding worden gesteld.
Overeenkomstig artikel 17 quater wordt binnen twee werkdagen na de indiening van de aanvraag overeenkomstig de eerste alinea van dit lid via de centrale databank een ontvangstbevestiging van de aanvraag toegezonden.
2.
De voor de CTP bevoegde autoriteit deelt de aanvragende CTP na de in lid 1, derde alinea, bedoelde ontvangstbevestiging mee of de aanvraag de vereiste documenten en informatie bevat.
De mededeling wordt gedaan binnen:
- a)
20 werkdagen na de ontvangstbevestiging, indien de aanvragende CTP op grond van artikel 14, lid 1, een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend, of
- b)
10 werkdagen na de ontvangstbevestiging, indien de aanvragende CTP op grond vanartikel 15, lid 1, een aanvraag tot verlenging van een bestaande vergunning heeft ingediend.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit tijdens de in de tweede alinea van dit lid gespecificeerde toepasselijke periode besluit dat niet alle op grond vanartikel 14, leden 6 en 7, of artikel 15, leden 3 en 4, vereiste documenten of informatie zijn ingediend, verzoekt zij de aanvragende CTP om dergelijke aanvullende documenten of informatie via de centrale databank in te dienen. De vergunningsaanvraag of de aanvraag tot uitbreiding van de vergunning wordt afgewezen indien de voor de CTP bevoegde autoriteit besluit dat de aanvragende CTP niet aan een dergelijk verzoek heeft voldaan. De voor de CTP bevoegde autoriteit stelt de aanvragende CTP via de centrale databank in kennis van haar besluit.
3.
Binnen de in de tweede alinea bepaalde periode (de ‘risicobeoordelingsperiode’) verricht de voor de CTP bevoegde autoriteit een risicobeoordeling om te bepalen of de CTP aan de in deze verordening vastgestelde relevante vereisten voldoet.
De risicobeoordeling wordt verricht binnen:
- a)
80 werkdagen na de in lid 2, tweede alinea, punt a), bedoelde bevestiging indien een verzoek uit hoofde van artikel 14, lid 1, wordt ingediend, of
- b)
40 werkdagen na de in lid 2, tweede alinea, punt b), bedoelde bevestiging indien een verzoek uit hoofde van artikel 15, lid 1, wordt ingediend.
Aan het einde van de risicobeoordelingsperiode dient de voor de CTP bevoegde autoriteit haar ontwerpbesluit en verslag bij ESMA en het in artikel 18 bedoelde college in via de centrale databank.
Na ontvangst van het ontwerpbesluit en verslag zoals bedoeld in de derde alinea van dit lid, en op basis van de bevindingen daarin, stelt het in artikel 18 bedoelde college binnen 15 werkdagen een advies vast op grond van artikel 19, waarin wordt bepaald of de aanvragende CTP voldoet aan de in deze verordening vastgestelde vereisten en zendt het dit in elektronische vorm via de centrale databank door aan de voor de CTP bevoegde autoriteit en ESMA.
Het in artikel 18 bedoelde college kan in zijn advies voorwaarden of aanbevelingen opnemen die het nodig acht ter beperking van eventuele tekortkomingen in het risicobeheer van de CTP.
Na ontvangst van het ontwerpbesluit en verslag zoals bedoeld in de derde alinea van dit lid, stelt ESMA binnen 15 werkdagen een advies vast waarin wordt bepaald of de aanvragende CTP voldoet aan de in deze verordening vastgestelde vereisten overeenkomstig artikel 23 bis, lid 1, punt e), artikel 23 bis, lid 2, en artikel 24 bis, lid 7, eerste alinea, punt b quater), en zendt het toe aan de voor de CTP bevoegde autoriteit en het in artikel 18 bedoelde college.
ESMA kan in haar advies voorwaarden of aanbevelingen opnemen die zij nodig acht ter beperking van eventuele tekortkomingen in het risicobeheer van de CTP, met name in verband met vastgestelde grensoverschrijdende risico's of risico's voor de financiële stabiliteit van de Unie.
3 bis.
Onverminderd het in lid 3, zesde alinea, van dit artikel bedoelde advies kan ESMA, na ontvangst van het ontwerpbesluit en verslag zoals bedoeld in lid 3, derde alinea, van dit artikel binnen 15 werkdagen na ontvangst van het ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 23 bis en artikel 24 bis, lid 7, een advies over dat ontwerpbesluit aan de bevoegde autoriteit verstrekken wanneer dat nodig is om een consistente en coherente toepassing van een relevant artikel te bevorderen.
Indien het bij ESMA overeenkomstig lid 3 van dit artikel ingediende ontwerpbesluit een gebrek aan convergentie of coherentie bij de toepassing van deze verordening vertoont, brengt ESMA op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren of aanbevelingen uit om de nodige consistentie of coherentie bij de toepassing van deze verordening te bevorderen.
De vastgestelde adviezen van ESMA en het in artikel 18 bedoelde college worden via de centrale databank in elektronische vorm aan de respectieve ontvangers doorgegeven.
3 ter.
Tijdens de risicobeoordelingsperiode:
- a)
kan de voor de CTP bevoegde autoriteit via de centrale databank vragen stellen aan en aanvullende informatie vragen van de aanvragende CTP;
- b)
coördineert en legt de voor de CTP bevoegde autoriteit vragen van ESMA of een lid van het in artikel 18 bedoelde college voor aan de aanvragende CTP, via de centrale databank, en
- c)
deelt de voor de CTP bevoegde autoriteit via de centrale databank alle antwoorden van de aanvragende CTP met ESMA en met de leden van het college zoals bedoeld in artikel 18.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit de gevraagde informatie niet binnen 10 werkdagen na indiening van het verzoek aan ESMA of aan een lid van het in artikel 18 bedoelde college heeft verstrekt, kan ESMA of een lid van dat in artikel 18 bedoelde college zijn verzoek rechtstreeks bij de CTP indienen via de centrale databank.
Indien de aanvragende CTP de in de eerste alinea bedoelde vragen niet heeft beantwoord binnen de termijn die is vastgesteld door de autoriteit die om de informatie verzoekt, kan de voor de CTP bevoegde autoriteit, na raadpleging van de verzoekende autoriteit, besluiten om de desbetreffende risicobeoordelingstermijn eenmaal met in totaal maximaal 10 werkdagen te verlengen indien een van de vragen volgens haar of volgens de verzoekende autoriteit van wezenlijk belang is voor de beoordeling. De bevoegde autoriteit stelt de aanvragende CTP via de centrale databank in kennis van de verstrekte uitbreiding. De bevoegde autoriteit kan een besluit nemen over de aanvraag bij gebreke van een antwoord van de CTP.
3 quater.
Binnen 10 werkdagen na ontvangst van de respectievelijk uit hoofde van lid 3, vierde en zesde alinea, van dit artikel vastgestelde adviezen van ESMA en het in artikel 18 bedoelde college en, indien uitgebracht, van het op grond van lid 3 bis, eerste alinea, van dit artikel vastgestelde advies van ESMA, stelt de voor de CTP bevoegde autoriteit haar besluit vast en zendt dit via de centrale databank aan ESMA en het in artikel 18 bedoelde college.
Indien het besluit van de voor de CTP bevoegde autoriteit een advies van ESMA of het in artikel 18 bedoelde college, met inbegrip van daarin vervatte voorwaarden of aanbevelingen, niet volgt, bevat haar besluit een volledig met redenen omklede toelichting op elke aanzienlijke afwijking van dat advies of die voorwaarden of aanbevelingen.
Indien de voor de CTP bevoegde autoriteit een advies van ESMA of de daarin opgenomen voorwaarden of aanbevelingen niet naleeft of niet voornemens is dit te doen, stelt ESMA de raad van toezichthouders daarvan in kennis overeenkomstig artikel 24 bis. De informatie omvat ook de motivering van de voor de CTP bevoegde autoriteit voor niet-naleving of voor haar voornemen om niet te voldoen.
4.
De voor de CTP bevoegde autoriteit verleent, na afweging van de adviezen van ESMA en het in lid 3 en 3 bis van dit artikel bedoelde college, met inbegrip van de daarin vervatte voorwaarden en aanbevelingen, uitsluitend een vergunning zoals bedoeld in artikel 14 en artikel 15, lid 1, tweede alinea, indien zij er ten volle van overtuigd is dat de aanvragende CTP:
- a)
voldoet aan de vereisten van deze verordening, ook, in voorkomend geval, voor het verrichten van clearingdiensten of -activiteiten met betrekking tot niet-financiële instrumenten, en
- b)
op grond van Richtlijn 98/26/EG als systeem is aangemeld.
Indien een CTP op grond van artikel 15 een uitbreiding van een bestaande vergunning aanvraagt, kunnen ESMA, het in artikel 18 bedoelde college en de voor de CTP bevoegde autoriteit zich baseren op een deel van de eerder op grond van dit artikel verrichte beoordeling, voor zover de aanvraag tot verlenging niet zal leiden tot een wijziging of anderszins van invloed zal zijn op de eerdere beoordeling voor dat deel. De CTP bevestigt aan de voor de CTP bevoegde autoriteit dat er geen verandering is in de onderliggende feiten van dat deel van de beoordeling.
De aanvragende CTP wordt geen vergunning verleend wanneer:
- a)
de voor de CTP bevoegde autoriteit heeft besloten de vergunning niet te verlenen, of
- b)
alle leden van het in artikel 18 bedoelde college, met uitzondering van de autoriteiten van de lidstaat waar de aanvragende CTP is gevestigd, op grond van artikel 19, lid 1, in onderlinge overeenstemming tot een gezamenlijk advies zijn gekomen dat aan de aanvragende CTP geen vergunning verleend wordt.
In het in de derde alinea, punt b), van dit lid bedoelde gezamenlijk advies worden uitdrukkelijk de volledige en gedetailleerde redenen opgegeven waarom het in artikel 18 bedoelde college van oordeel is dat de vereisten van deze verordening of van andere delen van het Unierecht niet zijn vervuld.
Daar waar niet in onderlinge overeenstemming een dergelijk gezamenlijk advies is geformuleerd en een twee derde meerderheid van de leden van het in het in artikel 18 bedoelde college een negatief advies heeft uitgebracht, kan elke van de betrokken bevoegde autoriteiten binnen 30 kalenderdagen na de aanneming van dat negatieve advies op basis van die meerderheid de aangelegenheid overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 naar ESMA doorverwijzen.
In het besluit om de aangelegenheid naar ESMA door te verwijzen worden uitdrukkelijk de volledige en gedetailleerde redenen opgegeven waarom de betrokken leden van het in artikel 18 bedoelde college van oordeel zijn dat de vereisten van deze verordening of van andere delen van het Unierecht niet zijn vervuld. In dat geval stelt de voor de CTP bevoegde autoriteit haar vergunningsbesluit uit in afwachting van een besluit dat ESMA overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 kan nemen. De voor de CTP bevoegde autoriteit neemt haar besluit in overeenstemming met het besluit van ESMA. Na het verstrijken van de in de vijfde alinea van dit lid bedoelde periode van 30 dagen wordt de aangelegenheid niet meer naar ESMA doorverwezen.
Indien alle leden van het in artikel 18 bedoelde college, met uitzondering van de autoriteiten van het land waarin de aanvragende CTP gevestigd is, in onderlinge overeenstemming tot een gezamenlijk advies komen op grond van artikel 19, lid 1, dat de aanvragende CTP geen vergunning moet krijgen, kan de voor de CTP bevoegde autoriteit de aangelegenheid overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 naar ESMA doorverwijzen.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de CTP is gevestigd, zendt het besluit toe aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
De bevoegde autoriteit stelt, onverwijld nadat zij een besluit heeft genomen over het verlenen of weigeren van een vergunning uit hoofde van lid 3 quater, de aanvragende CTP via de centrale databank schriftelijk in kennis van haar besluit, samen met een volledig gemotiveerde toelichting.
5.
Ingeval de bevoegde autoriteit van de CTP de bepalingen van deze verordening niet heeft toegepast of heeft toegepast op een wijze die in strijd lijkt te zijn met het Unierecht, handelt ESMA overeenkomstig in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
ESMA kan, op verzoek van een lid van het college of op eigen initiatief en na de bevoegde autoriteit op de hoogte te hebben gebracht, een aangevoerde inbreuk op of niet-toepassing van het Unierecht onderzoeken.
6.
Bij de uitoefening van hun taken mogen leden van het college in geen geval rechtstreeks of onrechtstreeks discriminerend optreden tegen een lidstaat of een groep van lidstaten als platform voor clearingdiensten in welke valuta dan ook.