Einde inhoudsopgave
Statuut voor de personeelsleden van Europol
Artikel 72
Geldend
Geldend vanaf 01-01-1999
- Bronpublicatie:
03-12-1998, PbEG 1999, C 26 (uitgifte: 30-01-1999, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-1999
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-12-1998, PbEG 1999, C 26 (uitgifte: 30-01-1999, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Bijzondere onderwerpen
Bij het beëindigen van zijn dienst heeft de functionaris die ten minste tien dienstjaren heeft vervuld, recht op ouderdomspensioen. Ongeacht zijn diensttijd heeft hij echter recht op dit pensioen wanneer hij ouder is dan 62 jaar.
Het maximale ouderdomspensioen bedraagt 70 % van het laatste basissalaris, dat behoort bij de laatste functie waarin de functionaris ten minste een jaar werkzaam is geweest. Het wordt toegekend aan de functionaris die volgens de berekening van aanhangsel 6, artikel 3, 35 pensioenjaren heeft. Indien het aantal pensioenjaren minder dan 35 beloopt, wordt het bovengenoemde maximale pensioen naar evenredigheid verminderd.
Het ouderdomspensioen per dienstjaar kan niet minder dan 4 % van het minimum voor levensonderhoud bedragen.
Het recht op ouderdomspensioen wordt op de leeftijd van 62 jaar verkregen.