Einde inhoudsopgave
Besluit bouwwerken leefomgeving - Nota van toelichting
2.3.4 Doel- en middelvoorschriften en gelijkwaardigheid
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 291 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 291 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
De inhoudelijke regels van de hoofdstukken 2 tot en met 5 van dit besluit zijn uitgewerkt in de vorm van doel- en middelvoorschriften. Een voorbeeld van een doelvoorschrift uit dit besluit is dat een gebouw bij brand binnen redelijke tijd door de aanwezigen moet kunnen worden verlaten. Een voorbeeld van een middelvoorschrift is dat een deur 30 minuten brandwerend moet zijn. De initiatiefnemer kan aan de doelvoorschriften voldoen door de middelvoorschriften toe te passen of door een gelijkwaardige maatregel te nemen. Als waarborg voor de flexibiliteit voor degene die de activiteit verricht, bevat artikel 4.7 van de wet een regeling van gelijkwaardigheid. Dit geeft het recht om een maatregel toe te mogen passen die gelijkwaardig is aan de maatregel die in het besluit is voorgeschreven. De term ‘maatregel’ moet daarbij niet te nauw worden gelezen: ook werkwijzen vallen hieronder. Innovatieve oplossingen die nog niet in dit besluit zijn vastgelegd, worden hiermee mogelijk gemaakt. Begripsbepalingen en de artikelen in de openingsafdelingen van de hoofstukken over onder meer het toepassingsbereik en de opengestelde maatwerkmogelijkheden zijn geen regels zijn die voorschrijven dat een maatregel moet worden getroffen, hier kan dus geen gelijkwaardigheid op worden toegepast.
De wet heeft in artikel 4.7, eerste lid, als uitgangspunt dat het bevoegd gezag voorafgaand toestemming moet verlenen voor de toepassing van een gelijkwaardige maatregel. Dit uitgangspunt betreft alle algemene regels, ongeacht of dat gemeentelijke, provinciale of rijksregels zijn. Als de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een vergunningplichtige activiteit wordt die toestemming door indiening van de vergunningaanvraag aangevraagd. Het bevoegd gezag beoordeelt de gelijkwaardigheid van de maatregel dan als onderdeel van het bouwplan waarvoor vergunning is aangevraagd. Door de vergunning te verlenen voor het bouwplan wordt impliciet tevens toestemming voor de toepassing van de gelijkwaardige maatregel verleend. Dit sluit aan bij de tot op heden bestaande praktijk van vergunningverlening voor bouwactiviteiten.
Het tweede lid van artikel 4.7\ van de wet biedt de mogelijkheid om toepassing van een gelijkwaardige maatregel toe te staan zonder voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag. Van deze mogelijkheid is in dit besluit gebruik gemaakt door te bepalen:
- •
dat de toepassing van een gelijkwaardige maatregel is toegestaan na een melding als de gelijkwaardige maatregel betrekking heeft op een activiteit waarvoor op grond van dit besluit een melding is voorgeschreven, en
- •
dat de toepassing van een gelijkwaardige maatregel is toegestaan zonder voorafgaande toestemming en zonder voorafgaande melding als de gelijkwaardige maatregel betrekking heeft op een activiteit waarvoor op grond van de wet of dit besluit geen vergunning of melding is voorgeschreven.
In die gevallen heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om de gelijkwaardigheid van de toegepaste maatregel repressief te beoordelen.
Ongeacht of de gelijkwaardigheid door het bevoegd gezag preventief of achteraf wordt beoordeeld, geldt altijd dat de gelijkwaardigheid voldoende aannemelijk moet worden gemaakt door degene die in het concrete geval een beroep op gelijkwaardigheid doet, dus ook bij een beroep op gelijkwaardigheid bij een meldingplichtige of vergunningvrije activiteit. De bewijslast moet dus geleverd worden door degene die zich op de gelijkwaardigheid van de toe te passen respectievelijk toegepaste maatregel beroept.
Het derde lid van artikel 4.7 van de wet geeft de mogelijkheid om het gelijkwaardigheidsbeginsel in dit besluit uit te sluiten of de toepassing daarvan te begrenzen. Daarvan is gebruik gemaakt in afdeling 7.1 door het gelijkwaardigheidsbeginsel uit te sluiten bij activiteiten met asbest of asbesthoudende producten die alleen verricht mogen worden door een gecertificeerd bedrijf. Reden voor die uitsluiting is dat het in verband met risico's voor mens en milieu ongewenst is om toepassing van eventuele gelijkwaardigheden te laten plaatsvinden buiten het kader van de certificatieschema's die krachtens het Arbeidsomstandighedenbesluit op de bedoelde handelingen van toepassing zijn.