Einde inhoudsopgave
Besluit kwaliteit leefomgeving
Artikel 8.102 (specifieke gronden – bevoegdheid tot intrekking omgevingsvergunning milieubelastende activiteit, lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk)
Geldend
Geldend vanaf 30-12-2025
- Bronpublicatie:
11-11-2025, Stb. 2025, 373 (uitgifte: 20-11-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
30-12-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-2025, Stb. 2025, 442 (uitgifte: 22-12-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
1.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk in ieder geval intrekken, in verband met:
- a.
een doelmatig beheer van afvalstoffen; of
- b.
het niet treffen van passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid als bedoeld in artikel 4.22, tweede lid, onder b, van de wet.
2.
Het bevoegd gezag geeft alleen toepassing aan de intrekkingsbevoegdheid als niet kan worden volstaan met wijziging van de voorschriften van de omgevingsvergunning.
3.
Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt rekening gehouden met:
- a.
het circulair materialenplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer; of
- b.
de voorkeursvolgorde, aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5 van die wet.