Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/16/EG betreffende havenstaatcontrole (Herschikking)
Artikel 24 Inspectiedatabank
Geldend
Geldend vanaf 05-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/3099 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: 2024/3099)
- Inwerkingtreding
05-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/3099 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: 2024/3099)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
Waterrecht (V)
1.
De Commissie zorgt voor de ontwikkeling, het onderhoud en de bijwerking van de inspectiedatabank, en maakt daarbij gebruik van de expertise en de ervaring van het MOU van Parijs.
De inspectiedatabank bevat alle nodige informatie voor de toepassing van het bij deze richtlijn ingestelde inspectiesysteem en kan de in bijlage XII vastgestelde functies verrichten.
2.
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te verzekeren dat de informatie over de werkelijke aankomsttijd en de werkelijke vertrektijd van elk schip dat hun havens of ankerplaatsen aandoet, alsook de identificatiecode van de betrokken haven of ankerplaats binnen drie uur na respectievelijk de aankomst- en vertrektijd wordt ingevoerd in de inspectiedatabank via ‘SafeSeaNet’, het systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie van de Unie, als omschreven in artikel 3, punt s), van Richtlijn 2002/59/EG. Zodra zij die informatie via SafeSeaNet naar de inspectiedatabank hebben doorgestuurd, worden de lidstaten vrijgesteld van de aanlevering van gegevens overeenkomstig bijlage XIV, punt 1.2 en punt 2, a) en b), bij deze richtlijn.
3.
De lidstaten waarborgen dat de gegevens in verband met inspecties die overeenkomstig deze richtlijn worden uitgevoerd, worden doorgestuurd naar de inspectiedatabank zodra het inspectierapport is voltooid of de aanhouding is opgeheven.
De lidstaten waarborgen dat de gegevens die zijn doorgestuurd naar de inspectiedatabank binnen 72 uur worden gevalideerd met het oog op de publicatie ervan. Het inspectierapport wordt voor zover haalbaar vóór de overdracht ervan naar de databank gevalideerd door een inspecteur van de havenstaatcontrole of een andere naar behoren gemachtigde medewerker van de bevoegde instantie die geen deel uitmaakte van het team dat de inspectie heeft uitgevoerd.
4.
Op basis van de door de lidstaten verstrekte inspectiegegevens kan de Commissie uit de inspectiedatabank alle relevante gegevens opvragen met betrekking tot de toepassing van deze richtlijn, in het bijzonder gegevens betreffende de risicoprofielen van schepen, de te inspecteren schepen, de bewegingen van schepen en de inspectieverplichtingen van elke lidstaat.
De lidstaten hebben toegang tot alle in de inspectiedatabank geregistreerde gegevens die relevant zijn voor de toepassing van de bij deze richtlijn ingestelde inspectieprocedures.
De lidstaten en derde verdragsluitende partijen bij het MOU van Parijs hebben toegang tot alle gegevens die zij in de inspectiedatabank hebben geregistreerd, alsmede tot gegevens betreffende schepen die hun vlag voeren.