Einde inhoudsopgave
Verdrag betreffende uitlevering en rechterlijken bijstand in strafzaken tusschen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tsjechoslowakije
Artikel 8 Aanvullende uiteenzettingen
Geldend
Geldend vanaf 19-05-1932
- Bronpublicatie:
04-12-1931, Stb. 1932, 232 (uitgifte: 19-07-1932, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
19-05-1932
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
04-12-1931, Stb. 1932, 232 (uitgifte: 19-07-1932, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Indien er twijfel bestaat aangaande de vraag of eene uitleveringsaanvraag naar dit verdrag kan worden toegestaan, kunnen uiteenzettingen worden gevraagd aan den aanvragenden Staat en de beslissing kan worden uitgesteld totdat uiteenzettingen zijn gegeven die dien twijfel doen verdwijnen.
De aangehouden persoon kan in vrijheid gesteld worden, indien die uiteenzettingen aan den aangezochten Staat niet zijn gegeven binnen den door dezen gestelden redelijken termijn. Deze termijn kan, op met redenen omkleed verzoek verlengd worden.
In geen geval kan de aanvragende Staat verplicht worden het bewijs te leveren van de schuld van den opgeëischten persoon.