Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1358 betreffende de instelling van ‘Eurodac’ voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad
Artikel 1 Doel van ‘Eurodac’
Geldend
Geldend vanaf 11-06-2024
- Bronpublicatie:
14-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1358 (uitgifte: 22-05-2024, regelingnummer: 2024/1358)
- Inwerkingtreding
11-06-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1358 (uitgifte: 22-05-2024, regelingnummer: 2024/1358)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
1.
Hierbij wordt een systeem, ‘Eurodac’ geheten, ingesteld. Het heeft tot doel:
- a)
het asielstelsel te ondersteunen, onder meer door te helpen bepalen welke lidstaat krachtens Verordening (EU) 2024/1351 verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een lidstaat is geregistreerd en door de toepassing van die verordening te vergemakkelijken, zulks onder de in deze verordening vervatte voorwaarden;
- b)
te helpen bij de toepassing van Verordening (EU) 2024/1350, zulks onder de in deze verordening vervatte voorwaarden;
- c)
te helpen bij de beheersing van irreguliere immigratie naar de Unie, bij de opsporing van secundaire bewegingen binnen de Unie en bij de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen met het oog op de vaststelling van door lidstaten te nemen passende maatregelen;
- d)
te helpen bij de bescherming van kinderen, onder meer in het kader van de rechtshandhaving;
- e)
vast te stellen onder welke voorwaarden de aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de door Europol aangewezen autoriteit mogen verzoeken om vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met in Eurodac opgeslagen gegevens, met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;
- f)
de correcte identificatie te ondersteunen van personen die overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/818 in Eurodac zijn geregistreerd door identiteitsgegevens, reisdocumentgegevens en biometrische gegevens op te slaan in het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR);
- g)
de doelstellingen te ondersteunen van het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/1240;
- h)
de doelstellingen te ondersteunen van het Visuminformatiesysteem (VIS) bedoeld in Verordening (EG) nr. 767/2008;
- i)
empirisch onderbouwde beleidsvorming te ondersteunen door statistieken op te stellen;
- j)
de uitvoering van Richtlijn 2001/55/EG te ondersteunen.
2.
Onverminderd de verwerking, door de lidstaat van herkomst, van de voor Eurodac bestemde gegevens in overeenkomstig het nationaal recht van die lidstaat ingestelde gegevensbanken, mogen biometrische gegevens en andere persoonsgegevens uitsluitend in Eurodac worden verwerkt ten behoeve van de in deze verordening, in de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2018/1240, (EU) 2019/818, (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 en in Richtlijn 2001/55/EG vermelde doeleinden.
In deze verordening worden de menselijke waardigheid en de grondrechten ten volle geëerbiedigd en worden de bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (‘het Handvest’) erkende beginselen in acht genomen, met inbegrip van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op asiel en het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. In dat verband mag de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig deze verordening niet leiden tot discriminatie van onder deze verordening vallende personen op grond van onder meer geslacht, ras, huidskleur, etnische afstamming of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.
Het recht van een persoon op privacy en gegevensbescherming wordt overeenkomstig deze verordening gewaarborgd, met betrekking tot zowel toegang door de autoriteiten van de lidstaten als toegang door de gemachtigde agentschappen van de Unie tot Eurodac.