Einde inhoudsopgave
Besluit bouwwerken leefomgeving - Nota van toelichting
3.8 Systematiek van de bouwregelgeving
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2018
- Bronpublicatie:
03-07-2018, Stb. 2018, 291 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
31-08-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
03-07-2018, Stb. 2018, 291 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
De eisen die in dit besluit gesteld worden aan bouwwerken zijn afgestemd op het gebruik van deze bouwwerken. Binnen één bouwwerk kan sprake van verschillende soorten gebruik. Denk bijvoorbeeld aan een woongebouw met daaronder winkels en een parkeergarage. De systematiek van dit besluit is zo gekozen dat het eenvoudig is om bouwwerken met verschillende soorten gebruiksfuncties te ontwerpen en toetsen op de eisen. Het begrip ‘gebruiksfunctie’ is daarbij een kernbegrip.
Volgens de begripsomschrijving wordt met gebruiksfunctie bedoeld: de gedeelten van één of meer bouwwerken die eenzelfde gebruiksbestemming hebben en die samen een gebruikseenheid vormen.
Elk bouwwerk heeft ten minste één gebruiksfunctie. Het besluit kent de volgende 12 gebruiksfuncties: woonfunctie, bijeenkomstfunctie, celfunctie, gezondheidszorgfunctie, industriefunctie, kantoorfunctie, logiesfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie, overige gebruiksfunctie, bouwwerk geen gebouw zijnde.
De hoofdgebruiksfuncties zijn soms onderverdeeld in subgebruiksfuncties. Zo kunnen bij de hoofdgebruiksfunctie ‘woonfunctie’ als subgebruiksfuncties worden onderscheiden: de woonfunctie voor zorg, de woonfunctie voor kamergewijze verhuur, de woonfunctie in een woongebouw, de woonwagen en de andere woonfunctie. Zo'n onderverdeling is alleen aan de orde wanneer die strikt noodzakelijk is voor het gewenste niveau van de voorschriften.
Onderdeel van de systematiek is ook het gebruik van zogenaamde aansturingstabellen waarin per gebruiksfunctie de van toepassing zijnde eisen staan aangegeven. Met deze systematiek is het in dit besluit mogelijk om zowel complexe gebouwen als eenvoudige gebouwen (woning, schuur) te beschrijven en te beoordelen. Deze systematiek heeft zich sinds 2003 (Bouwbesluit 2003) bewezen in de praktijk en kent vanuit de bouwsector een groot draagvlak.
Gebruiksfuncties
Om een bouwwerk te beoordelen op de regels van dit besluit, moet het worden opgedeeld in gebruiksfuncties. Een bouwwerk bestaat bijvoorbeeld uit woonfuncties, een of meerdere winkelfuncties en een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen. Een winkel kan echter weer uit andere gebruiksfuncties bestaan dan alleen de winkelfunctie. In de winkel kan naast de winkelfunctie bijvoorbeeld sprake zijn van een kantoor (kantoorfunctie), van een magazijn (industriefunctie), van een personeelskantine (bijeenkomstfunctie). Ook bij de woningen kan sprake zijn van andere gebruiksfuncties, bijvoorbeeld fietsenbergingen (overige gebruiksfunctie). Een bouwwerk bestaat zodoende vaak uit meerdere gebruiksfuncties.
De indeling in gebruiksfuncties is aan de initiatiefnemer of de eigenaar van een bouwwerk. Al naar gelang deze indeling volgen de van toepassing zijnde voorschriften voor de bouw, het gebruik en de staat van bestaande bouwwerken. Voor een woonfunctie, winkelfunctie en een overige gebruiksfunctie gelden verschillende eisen.
Het begrip ‘gebruiksfunctie’ is niet hetzelfde als de functies die uit oogpunt van ruimtelijke ordening worden genoemd in een omgevingsplan. Het begrip functie in het omgevingsplan heeft betrekking op het bepalende gebruik van een locatie. Is aan een bepaalde locatie bijvoorbeeld de functie ‘detailhandel’ toegedeeld dan zouden op een winkel die op die locatie wordt gevestigd meerdere gebruiksfuncties zoals gebruikt in dit besluit van toepassing kunnen zijn. Primair zal het dan gaan om een winkelfunctie, maar binnen het winkelpand kan zoals hierboven beschreven ook sprake zijn van een bijeenkomstfunctie, een industriefunctie en een kantoorfunctie. Deze verzameling aan gebruiksfuncties blijkt in beginsel niet uit het omgevingsplan. Een initiatiefnemer of gebouweigenaar zal altijd tijdens de bouw, het gebruik van een bouwwerk en het instandhouden van een bestaand bouwwerk aan de eisen uit dit besluit moeten voldoen die voor de betreffende activiteit van toepassing zijn op de betreffende gebruiksfunctie.
In een bouwwerk met verschillende gebruiksfuncties zullen delen van het bouwwerk ten dienste kunnen staan van meerdere gebruiksfuncties. Ook hiervoor is de systematiek achter de voorschriften bruikbaar. Als bijvoorbeeld een trap voor meerdere gebruiksfuncties bedoeld is, dan is in dit besluit sprake van een gemeenschappelijke trap en gelden voor deze trap de eisen voor alle gebruiksfuncties die op die trap zijn aangewezen.
Behalve dat bouwwerken voor de beoordeling moeten worden opgedeeld in gebruiksfuncties, is een verdere opdeling nodig in ruimten. Een gebouw bestaat uit een of meer gebruiksgebieden en ‘restruimten’ zoals technische ruimten en toiletruimten. Gebruiksgebieden kunnen onderverdeeld zijn in verblijfsgebieden of functiegebieden. En verblijfsgebieden kunnen zijn onderverdeeld in één of meer verblijfsruimten en andere ruimten, en functiegebieden weer in een of meer functieruimten en andere ruimten.
Ook de constructies waaruit een gebouw bestaat en de installaties in een gebouw zijn van belang bij de beoordeling van een gebouw. Ruimten, constructies en installaties die deel uitmaken van die gebruiksfuncties moeten voldoen aan alle eisen die het besluit daarvoor aan die gebruiksfuncties stelt.
Tabellen
Iedere paragraaf in de hoofdstukken 3 tot en met 5 heeft een aansturingartikel, meestal gevolgd door een tabel. De opbouw van deze artikelen is altijd hetzelfde. In het eerste lid is de zogenoemde functionele eis geformuleerd. In deze functionele eis is beschreven waaraan het bouwwerk wat betreft het onderwerp van die paragraaf, bijvoorbeeld paragraaf 4.3.4, Geluidwering tussen ruimten, moet voldoen. In dat geval is bijvoorbeeld in artikel 4.112, eerste lid, bepaald dat een bouwwerk bescherming biedt tegen geluidsoverlast tussen gebruiksfuncties en tussen ruimten in een woonfunctie. In het tweede lid staat dat wanneer voor een gebruiksfunctie in tabel 4.112 regels zijn aangewezen voor die gebruiksfunctie aan het eerste lid wordt voldaan door naleving van de regels. In tabel 4.112 zijn in de verticale kolom de gebruiksfuncties opgenomen (altijd in dezelfde volgorde). Horizontaal zijn de verschillende artikelen en leden daarvan geplaatst. Vervolgens kan in de tabel eenvoudig worden afgelezen of voor een bepaalde gebruiksfunctie een bepaald artikel of lid van toepassing is. In tabel 4.112 is echter voor gebruiksfunctie 12, bouwwerk geen gebouw zijnde, geen enkel voorschrift aangewezen. In artikel 4.4 (toepassingsbereik: aansturingsartikel niet van toepassing) is bepaald dat wanneer er voor een gebruiksfunctie in een tabel in hoofdstuk 4 geen regel is aangewezen geen enkele regel van de paragraaf waarin de tabel is opgenomen op de gebruiksfunctie van toepassing is. Dit betekent dat de functionele eis van artikel 4.112 niet van toepassing is op bouwwerken geen gebouw zijnde. Op deze hoofdregel zijn in artikel 4.4 enkele uitzonderingen gemaakt. In die gevallen is de functionele eis wel van toepassing, ook al zijn er voor een bepaalde gebruiksfunctie in de tabel geen regels aangewezen. Zie daarvoor de artikelsgewijze toelichting op dat artikel. In artikel 3.4 is voor bestaande bouw een soortgelijk artikel opgenomen.