Einde inhoudsopgave
Noodwet Arbeidsvoorziening
Artikel 23
Geldend
Geldend vanaf 01-01-1994
- Bronpublicatie:
04-06-1992, Stb. 1992, 422 (uitgifte: 01-01-1992, kamerstukken: Staten-Generaal Digitaal: 22061 Overheid.nl: 22061)
- Inwerkingtreding
01-01-1994
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-12-1993, Stb. 1993, 693 (uitgifte: 01-01-1993, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Justitie
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid re-integratie / Algemeen
[Red.: Ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kunnen bij koninklijk besluit, op voordracht van de minister-president, een of meer van de paragrafen van dit hoofdstuk in werking worden gesteld.]
1.
Het Hoofd Arbeidsvoorziening kan een burgerdienstplichtige bestemmen voor:
- a.
bij zijn beschikking aangewezen arbeid in loondienst;
- b.
een tegen het genot van een toelage te volgen scholing, bij zijn beschikking aangewezen.
2.
Bij toepassing van het eerste lid houdt het Hoofd Arbeidsvoorziening voor zover mogelijk rekening met het beroep, de geschiktheid en de redelijke wensen van de burgerdienstplichtige.
3.
Het Hoofd Arbeidsvoorziening kan de bestemming te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de burgerdienstplichtige, intrekken.
4.
De burgerdienstplichtige is verplicht van zijn bestemming en van de intrekking van zijn bestemming binnen driemaal vierentwintig uur mededeling te doen aan degene, die ten tijde van de bestemming, onderscheidenlijk de intrekking, zijn werkgever is.