Einde inhoudsopgave
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 3a.2.1 [Toezicht]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
02-10-2024, Stb. 2024, 300 (uitgifte: 21-10-2024, kamerstukken: 36444)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-10-2024, Stb. 2024, 323 (uitgifte: 05-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet met betrekking tot de in artikel 3a.1.1 gestelde regels zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2.
De aan de met het toezicht belaste ambtenaren toekomende bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, hebben mede betrekking op dossiers.
3.
Voor zover de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift tot geheimhouding van het dossier verplicht is, kan de beroepsbeoefenaar deze verplichting, in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet inroepen tegenover de met het toezicht belaste ambtenaren. Op deze ambtenaren rust dezelfde geheimhoudingsplicht als op de betrokken beroepsbeoefenaar.
4.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.