Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/2803 van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk europees luchtruim
Artikel 25 Prestatiemonitoring
Geldend
Geldend vanaf 01-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Inwerkingtreding
01-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Vervoersrecht / Europees vervoersrecht
1.
De nationale toezichthoudende instantie beoordeelt, in samenwerking met de nationale bevoegde autoriteit en onverminderd de nationale regelingen die voortvloeien uit artikel 4, lid 5, of de luchtvaartnavigatiediensten die worden verleend in het luchtruim dat onder hun verantwoordelijkheid valt, beantwoorden aan de prestatiedoelstellingen die zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 24 goedgekeurde prestatieplannen en of die plannen correct zijn uitgevoerd, en geeft uitvoering aan de in artikel 21, lid 4, punt i), bedoelde stimuleringsregelingen.
2.
De nationale toezichthoudende instantie brengt regelmatig verslag uit over de monitoring van de prestaties van luchtvaartnavigatiediensten die worden verleend door de uit hoofde van de artikelen 8 en 10 aangewezen verleners van luchtvaartnavigatiediensten, en stelt die verslagen ter beschikking van de Commissie. De resultaten van die beoordelingen worden openbaar gemaakt onverminderd artikel 52, lid 3.
De uit hoofde van de artikelen 8 en 10 aangewezen verleners van luchtvaartnavigatiediensten verstrekken de nationale toezichthoudende instantie de informatie en gegevens die nodig zijn voor die monitoring. Dit omvat informatie en gegevens met betrekking tot de werkelijke kosten van de verleende en aanbestede diensten en de daarmee verband houdende inkomsten.
3.
Voor zover de verlener van luchtvaartnavigatiediensten over redelijke middelen beschikt om de impact van externe factoren te beperken, eist de nationale toezichthoudende instantie dat de betrokken verleners van luchtvaartnavigatiediensten corrigerende maatregelen nemen wanneer de prestatiedoelstellingen in de prestatieplannen niet worden gehaald of het prestatieplan niet correct wordt uitgevoerd. Die corrigerende maatregelen zijn toereikend om de prestaties te verbeteren, en evenredig, met name rekening houdend met de onderlinge afhankelijkheid met de veiligheid en tussen prestatiegebieden, en met de gevolgen voor het netwerk.
4.
De Commissie monitort de prestaties van de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties op basis van de verslagen van de nationale toezichthoudende instanties en de analyse van de ontvangen gegevens, verricht regelmatig beoordelingen van de algehele verwezenlijking van de Uniewijde prestatiedoelstellingen en legt de resultaten daarvan voor aan het in artikel 48, lid 1, bedoelde comité.