Einde inhoudsopgave
Circulaire wapens en munitie 2019
2.6 Schietsportdisciplines
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2020
- Bronpublicatie:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Schietsportdisciplines vormen een indeling van vormen van schietsport (binnen een wapengroep), die kunnen worden onderscheiden op grond van onder meer houding en positie, aantal schoten, soort wapen, gewicht, trekkerdruk, soort kaliber en schietafstand (takken van schietsport).
Zoals ook onder B2.1 vermeld kan alleen de beoefening van een aangewezen schietsportdiscipline in verenigingsverband naar mijn oordeel een redelijk belang opleveren in de zin van artikel 28, tweede lid WWM. Dat betekent dat alleen een verlof kan worden verleend, als sprake is van beoefening van een aangewezen schietsportdiscipline. In bijlage C8 zijn deze schietsportdisciplines aangewezen, waarbij tevens de wapentechnische eisen zijn benoemd, die gelden voor de binnen de schietsport te gebruiken vuurwapens. Het gaat om schietsportdisciplines die een gereglementeerde tak van schietsport betreffen. Het maatschappelijk belang is ermee gediend dat niet meer wapens in de samenleving in omloop komen dan uitsluitend die, die geschikt zijn voor schietsportdoeleinden. De technische eisen die aan de wapens worden gesteld betreffen naar mijn oordeel een wezenlijke aspecten van wapens en zijn daarom eveneens opgenomen in bijlage C8. Verder gelden de door de KNSA en KNTS opgestelde reglementen voor wat betreft de sporttechnische eigenschappen van de schietsportdisciplines. De reglementering staat ook onder invloed van de internationale regels voor de schietsport van de International Shooting Sport Federation (I.S.S.F.).
Ik laat het reglementeren van de sporttechnische eigenschappen van de schietdisciplines aan deze verenigingen over, omdat het bepalen welke sporttechnische eisen gesteld worden aan een schietsportactiviteit bij uitstek een taak van de landelijke schietsportbond of de landelijke bond van traditionele schutters is.
Hierbij zij aangetekend dat er — doordat de Nederlandse sportschutter onder meer door het deelnemen aan buitenlandse schietwedstrijden kennis neemt van nieuwe wedstrijdvormen — ook in Nederland een aantal nieuwe schietsportdisciplines zijn ontstaan. Nieuwe of (nog) niet aangewezen schietsportdisciplines kunnen voor aanwijzing schriftelijk bij de Minister van Justitie en Veiligheid aangemeld worden. Alvorens een besluit te nemen laat de minister zich adviseren door de ministeriële werkgroep advies Wet wapens en munitie en KNSA dan wel KNTS. De disciplines die niet door mij zijn aangewezen als schietsportdisciplines waarvan de beoefening in verenigingsverband een redelijk belang op kan leveren voor het voorhanden hebben van vuurwapens, dienen te worden beschouwd als zijnde facultatief. Zij leveren geen redelijk belang op bij het voorhanden hebben van vuurwapens die uitsluitend voor die disciplines zijn bestemd. Het staat de verlofhouder echter vrij om deze schietsportdisciplines te beoefenen met de vuurwapens die hij ten behoeve van het beoefenen van andere, wel aangewezen, schietsportdisciplines reeds bevoegd voorhanden heeft. Voor de verlofhouders die een KNTS-licentie hebben is alleen het beoefenen van de traditionele schietsportdisciplines toegestaan, aangewezen in in bijlage C8.