Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 1272/2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006
Artikel 40 Verplichting om het agentschap in kennis te stellen
Geldend
Geldend vanaf 10-12-2024
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-07-2026.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2865 (uitgifte: 20-11-2024, regelingnummer: 2024/2865)
- Inwerkingtreding
10-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2865 (uitgifte: 20-11-2024, regelingnummer: 2024/2865)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
1.
Een fabrikant of importeur, of een groep fabrikanten of importeurs, hierna ‘de informatieverstrekkers’ genoemd, die een stof als bedoeld in artikel 39 in de handel brengt, verstrekt het Agentschap de volgende informatie voor opname in de in artikel 42 bedoelde inventaris:
- a)
de identiteit van de informatieverstrekker(s) die verantwoordelijk is (zijn) voor het in de handel brengen van de stof(fen) overeenkomstig punt 1 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006;
- b)
de identiteit van de stof(fen) overeenkomstig de punten 2.1 tot en met 2.3.4 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006;
- c)
de indeling van de stof(fen) overeenkomstig artikel 13;
- d)
indien een stof in een aantal, maar niet alle gevarenklassen of onderverdelingen daarvan is ingedeeld, een vermelding of dit het geval is wegens ontbrekende gegevens, gegevens die niet overtuigend zijn of gegevens die wel overtuigend zijn maar onvoldoende zijn om een indeling op te baseren;
- e)
indien van toepassing, specifieke concentratiegrenzen, M-factoren of acutetoxiciteitsschattingen overeenkomstig artikel 10 van deze verordening, met een motivering zoals bedoeld in de desbetreffende gedeelten van de hoofdstukken 1, 2 en 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1907/2006;
- f)
de in artikel 17, lid 1, onder d), e) en f), gespecificeerde etiketteringselementen voor de stof(fen), vergezeld van aanvullende gevarenaanduidingen voor de stof, bepaald overeenkomstig artikel 25, lid 1.
- g)
indien van toepassing, de reden waarom wordt afgeweken van de strengste indeling per gevarenklasse die is opgenomen in de in artikel 42 bedoelde inventaris;
- h)
indien van toepassing, de reden voor de invoering van een strengere indeling per gevarenklasse dan die is opgenomen in de in artikel 42 bedoelde inventaris.
De in de punten a) tot en met h) bedoelde informatie wordt niet meegedeeld als zij bij het Agentschap is ingediend in het kader van een registratie op grond van Verordening (EG) nr. 1907/2006 of als zij door die informatieverstrekker al is gemeld.
De informatieverstrekker legt deze informatie voor in het overeenkomstig artikel 111 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vastgestelde formaat.
2.
De in lid 1 genoemde informatie wordt door de betrokken informatieverstrekker aan het Agentschap meegedeeld uiterlijk zes maanden nadat op grond van de in artikel 15, lid 1, bedoelde evaluatie is besloten de indeling en etikettering van de stof te wijzigen.
3.
Stoffen die op of na 1 december 2010 in de handel zijn gebracht, worden uiterlijk één maand nadat zij in de handel zijn gebracht overeenkomstig lid 1 gemeld.
Stoffen die vóór 1 december 2010 in de handel zijn gebracht, kunnen echter overeenkomstig lid 1 vóór die datum worden gemeld.