Einde inhoudsopgave
Reglement van het Europees Parlement
Artikel 56 bis Begrotingsbeoordeling van voorstellen voor juridisch bindende handelingen met gevolgen voor de begroting
Geldend
Geldend vanaf 16-07-2024
- Redactionele toelichting
Treedt in werking op de eerste dag van de eerstvolgende vergaderperiode.
- Bronpublicatie:
10-04-2024, Internet 2024, www.europarl.europa.eu (uitgifte: 10-04-2024, regelingnummer: P9_TA(2024)0176)
- Inwerkingtreding
16-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
10-04-2024, Internet 2024, www.europarl.europa.eu (uitgifte: 10-04-2024, regelingnummer: P9_TA(2024)0176)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Instituties
1.
Onverminderd de toepassing van artikel 48 verwijst de Voorzitter een voorstel voor een juridisch bindende handeling dat gevolgen heeft voor de begroting van de Unie, naar de voor begrotingszaken bevoegde commissie. Die commissie verricht vervolgens een begrotingsbeoordeling van het voorstel indien zij dit passend acht of op verzoek van de ter zake bevoegde commissie. Dit lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de voor begrotingszaken bevoegde commissie om overeenkomstig artikel 56 adviezen uit te brengen of om overeenkomstig artikel 58 gezamenlijk met een of meer commissies op te treden.
2.
De ter zake bevoegde commissie stelt een termijn vast waarbinnen de begrotingsbeoordeling moet worden verricht. Alle wijzigingen op het aangekondigde tijdschema worden onmiddellijk aan de voor begrotingszaken bevoegde commissie meegedeeld. De ter zake bevoegde commissie keurt haar verslag niet goed voordat die termijn is verstreken.
3.
Bij de begrotingsbeoordeling onderzoekt de voor begrotingszaken bevoegde commissie of het voorstel voor een juridisch bindende handeling in voldoende financiële en personele middelen voorziet en evalueert zij de mogelijke gevolgen van de voorgestelde financiering voor andere programma’s of beleidsmaatregelen van de Unie. Hierbij wordt ook nagegaan of het voorstel verenigbaar is met het meerjarig financieel kader, het stelsel van eigen middelen en het desbetreffende interinstitutioneel akkoord, alsook met de begrotingsbeginselen zoals vastgesteld in het Financieel Reglement. In voorkomend geval gaat de voor begrotingszaken bevoegde commissie ook na of het voorstel verenigbaar is met het standpunt van het Parlement over een voorstel tot wijziging of vervanging van dat kader, dat stelsel, dat akkoord of die beginselen.
4.
De begrotingsbeoordeling bestaat uit een evaluatie van de in lid 3 bedoelde aspecten van het voorstel voor een juridisch bindende handeling. De begrotingsbeoordeling kan in voorkomend geval ook amendementen op dat voorstel bevatten die uitsluitend betrekking hebben op de in lid 3 bedoelde aspecten. Amendementen van de ter zake bevoegde commissie met betrekking tot die aspecten zijn niet ontvankelijk. De begrotingsbeoordeling, met inbegrip van de amendementen, wordt als zodanig in het verslag opgenomen.
5.
Wanneer een begrotingsbeoordeling wordt verricht, werken de ter zake bevoegde commissie en de voor begrotingszaken bevoegde commissie gedurende de gehele procedure samen om volledige samenhang tussen de beleids- en begrotingsdoelstellingen te waarborgen. Daartoe nodigen zij elkaars rapporteurs uit voor hun beraadslagingen binnen het Parlement over het voorstel voor een juridisch bindende handeling, met inbegrip van de vergaderingen tussen de rapporteurs en schaduwrapporteurs.
6.
Wanneer een begrotingsbeoordeling wordt verricht, omvat het in artikel 74, lid 1, bedoelde onderhandelingsteam de rapporteur van de voor begrotingszaken bevoegde commissie voor de in lid 3 bedoelde aspecten. Wanneer er geen begrotingsbeoordeling wordt verricht, kan de ter zake bevoegde commissie de voor begrotingszaken bevoegde commissie verzoeken het in artikel 74, lid 1, bedoelde onderhandelingsteam in elk stadium van de interinstitutionele onderhandelingen bij te staan met betrekking tot de in lid 3 bedoelde aspecten.