Einde inhoudsopgave
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011
Artikel 7A Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel bij werkgelegenheidsbeleid
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2010
- Redactionele toelichting
De datum van publicatie is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
28-05-2010, Stcrt. 2010, 7957 (uitgifte: 28-05-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2010
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-05-2010, Stcrt. 2010, 7957 (uitgifte: 28-05-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Primair onderwijs
7A.1. Ontslaggrond
Indien een werkgever de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 en 10.3 van de CAO-PO hanteert en de werkgelegenheidsgarantie niet kan handhaven, kan ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel een grond zijn voor de toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel doet zich voor indien de daling van de rijksbekostiging van personeel inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. Indien van een dergelijke daling sprake is, is ontslagruimte aanwezig.
Ontslaggrond
De reden voor het ontslag is gelegen in het feit dat
- •
zich op enig moment in het verleden een daling in de rijksbekostiging van personeel heeft voorgedaan; en
- •
na de uitvoering van de maatregelen van de fasen 1 en 2 van het met de centrales in het DGO overeengekomen sociaal plan (een deel van) de omvang van het formatieve probleem als bedoeld in artikel 10.3 lid 3 onder a van de CAO-PO nog resteert.
7A.2. Onvermijdbaarheid ontslag
Toewijzing van het vergoedingsverzoek op basis van de in dit artikel genoemde ontslaggrond doet zich voor indien het bevoegd gezag aantoont dat
- 1.
zich op enig moment een daling in de rijksbekostiging van personeel heeft voorgedaan. Ter beoordeling van een in dit lid genoemd ontslag wordt met toepassing van de leden 3 en 4 van dit artikel een vergelijking gemaakt van de rijksbekostiging; en
- 2.
omdat hij de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven, hij DGO met de bonden heeft gevoerd en de maatregelen van het met de bonden overeengekomen sociaal plan heeft uitgevoerd. Het bevoegd gezag overlegt hiertoe het door de bonden getekende sociaal plan tezamen met documenten waaruit blijkt welke omvang van het formatieve probleem na uitvoering van het sociaal plan resteert.
7A.3. Vergelijking van rijksbekostiging personeel
Ter beoordeling van een in het eerste lid bedoelde ontslag wordt een vergelijking van de rijksbekostiging gemaakt. In deze vergelijking wordt de totale rijksbekostiging van personeel, afhankelijk van de looptijd van het sociaal plan, direct voorafgaand aan het ontslag dan wel één of meer schooljaren voorafgaand aan het ontslag vergeleken met de totale rijksbekostiging van personeel per de datum van het ontslag.
Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt voor 65% in de formatievergelijking betrokken.
Het niveau van de vergelijking van de rijksbekostiging personeel is afhankelijk van één van de onderstaande situaties:
7A.3.1. Vergelijking van rijksbekostiging personeel op bestuursniveau
De vergelijking van de rijksbekostiging personeel wordt op bestuursniveau gemaakt, tenzij er sprake is van een in artikel 7A.3.2 of 7A.3.3 genoemde situatie.
7A.3.2. Vergelijking van rijksbekostiging personeel op het niveau van het bkb-Samenwerkingsverband
Het ontslag wordt getoetst op het niveau van het samenwerkingsverband indien er sprake is van een samenwerkingsverband in het kader van een bestuurlijke krachtenbundeling. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging zoals is beschreven in artikel 7A.3 op het niveau van het samenwerkingsverband vergeleken.
7A.4. Benodigde gegevens
Het bevoegd gezag verstrekt bij de melding van ontslagen wegens daling van de rijksbekostiging van personeel op het in artikel 7A.2 aangegeven toetsingsniveau:
- a.
een gespecificeerde opgave van de omvang van de (verwachte) aanvullende rijksbekostiging van personeel over de perioden waarop de vergelijking betrekking heeft;
- b.
een gespecificeerde opgave van de omvang in nettoloonkosten van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van zes maanden voorafgaand aan en per de ontslagdatum;
- c.
een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in artikel 19, lid 2, onder b van de WPO over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag.
7A.5. Toetsingsdatum
Ontslag op grond van artikel 7A per of na de laatste schooldag van een schooljaar wordt getoetst als zijnde een ontslag per 1 augustus van het volgend schooljaar. Een ontslag op grond van artikel 7A per een andere datum voorafgaand aan de laatste schooldag van een schooljaar wordt per deze andere datum getoetst.
7A.6. Inspanningsverplichting
Bij een ontslag op grond van artikel 7A dient het bevoegd gezag te voldoen aan de inspanningsverplichting, artikel 4, categorie IV.
Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in dit kader aan een ontslag op grond van artikel 7A, stelt
Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband)
- 1.
extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en
- 2.
(vervallen)
- 3.
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren;
- 4.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie).
Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband)
- 1.
(vervallen)
- 2.
aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of
- 3.
aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie).
Officiële toelichting