Einde inhoudsopgave
Wet minimumbelasting 2024
Artikel 14.1 Transitieregels voor actieve en passieve belastinglatenties en overgedragen activa
Geldend
Geldend vanaf 31-12-2025
- Redactionele toelichting
Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen op of na 31-12-2025.
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2025, 448 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36817)
- Inwerkingtreding
31-12-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-2025, Stb. 2025, 448 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36817)
- Vakgebied(en)
Minimumbelasting (V)
1.
Bij het bepalen van het effectieve belastingtarief voor het overgangsjaar voor een staat en elk daaropvolgend verslagjaar worden alle actieve en passieve belastinglatenties in aanmerking genomen die zijn opgenomen of vermeld in de financiële verslaggeving van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten in het overgangsjaar voor die staat. Voor zover de activa en passiva van een toetredende of uittredende entiteit op grond van artikel 9.2, derde lid, worden gewaardeerd op basis van de historische boekwaarde, worden de met die activa en passiva samenhangende actieve en passieve belastinglatenties bepaald op basis van die boekwaarde indien de entiteit na 30 november 2021 is toegetreden tot of uitgetreden uit de multinationale groep of binnenlandse groep. Deze actieve en passieve belastinglatenties worden in aanmerking genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen de actieve of passieve belastinglatenties in de financiële verslaggeving zijn opgenomen. Een actieve belastinglatentie die is opgenomen tegen een lager belastingtarief dan het minimumbelastingtarief mag worden opgenomen tegen het minimumbelastingtarief voor zover de groepsentiteit aannemelijk maakt dat de actieve belastinglatentie toerekenbaar is aan een kwalificerend verlies. Het effect van een aanpassing van de waardering of van de boekhoudkundige verwerking van een actieve belastinglatentie blijft buiten beschouwing.
2.
Actieve belastinglatenties, en ingeval onderdeel d van toepassing is ook passieve belastinglatenties, zijn uitgesloten van de berekening van het eerste lid voor zover:
- a.
zij zien op bestanddelen die op de voet van hoofdstuk 6 niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies en zijn ontstaan als gevolg van een transactie die na 30 november 2021 heeft plaatsgevonden;
- b.
zij voortkomen uit een regeling met een overheidsinstantie die is overeengekomen of aangepast na 30 november 2021 en die voorziet in een bijzondere aanspraak op een belastingkrediet of een ander belastingvoordeel dat zonder die regeling niet zou zijn verleend;
- c.
zij voortvloeien uit een keuze gemaakt door de groepsentiteit na 30 november 2021, welke keuze de behandeling van een transactie voor de bepaling van het belastbare inkomen met terugwerkende kracht wijzigt nadat de belastingaanslag is vastgesteld of de belastingaangifte is gedaan;
- d.
zij voortkomen uit het verschil tussen de fiscale boekwaarden en de boekwaarden in de financiële verslaggeving indien en de fiscale boekwaarden zijn vastgesteld bij de invoering van een belasting naar de winst na 30 november 2021 en vóór het overgangsjaar in een staat waarin voorafgaand aan die invoering geen belasting naar de winst werd geheven; of
- e.
zij voortkomen uit verrekenbare verliezen die zijn ontstaan in een verslagjaar voorafgaand aan de vijf verslagjaren vóór de invoering van een belasting naar de winst in een staat waarin voorafgaand aan die invoering geen belasting naar de winst werd geheven.
3.
Indien een overdracht van activa tussen groepsentiteiten heeft plaatsgevonden na 30 november 2021 en voor het begin van het overgangsjaar voor de staat waarin die groepsentiteiten zijn gevestigd, wordt de boekwaarde van de verworven activa, met uitzondering van voorraad, gesteld op de door de overdragende groepsentiteit gehanteerde boekwaarde op het moment van vervreemding. De actieve belastinglatenties en passieve belastinglatenties worden bepaald op basis van die grondslag.
4.
Indien artikel 8.7 in het overgangsjaar voor een staat wordt toegepast, wordt dit artikel voor die staat toegepast vanaf het verslagjaar waarin artikel 8.7 voor het eerst niet wordt toegepast voor die staat.
5.
Indien artikel 8.8 in het overgangsjaar voor een staat wordt toegepast, worden het eerste en derde lid voor die staat toegepast vanaf het verslagjaar waarin artikel 8.8 voor het eerst niet wordt toegepast voor die staat. Voor een beleggingsentiteit of verzekeringsbeleggingsentiteit is het overgangsjaar het eerste verslagjaar waarin artikel 8.8 niet van toepassing is op die entiteit.
6.
In afwijking van het tweede lid mag een actieve belastinglatentie als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, in aanmerking worden genomen en aangewend in verslagjaren die aanvangen op of na 1 januari 2024 en vóór 1 januari 2026 en die uiterlijk 30 juni 2027 eindigen en mag een actieve belastinglatentie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, in aanmerking worden genomen en aangewend in verslagjaren die beginnen op of na 1 januari 2025 en vóór 1 januari 2027 en die uiterlijk 30 juni 2028 eindigen, met dien verstande dat in totaal niet meer dan 20 percent van de actieve belastinglatentie wordt aangewend en voor zover:
- a.
de actieve belastinglatentie in aanmerking is genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen de actieve belastinglatentie in de financiële verslaggeving is opgenomen;
- b.
de actieve belastinglatentie niet voortvloeit uit een regeling met een overheidsinstantie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, welke regeling is overeengekomen of aangepast na 18 november 2024;
- c.
de actieve belastinglatentie niet voortvloeit uit een keuze als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, die is gemaakt na 18 november 2024;
- d.
de actieve belastinglatentie niet voortvloeit uit de invoering van een belasting naar de winst, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, welke belasting is ingevoerd na 18 november 2024;
- e.
de actieve belastinglatentie noch in totaal noch in een verslagjaar voor een hoger bedrag wordt aangewend als gevolg van een wijziging na 18 november 2024 ten aanzien van een regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, een keuze als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of de boekwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d; en
- f.
de aanwending het totale bedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, bedoeld in artikel 7.2, niet overschrijdt.
7.
In afwijking van het derde lid kan de groepsentiteit die activa verkrijgt van een andere groepsentiteit, onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, een actieve belastinglatentie in aanmerking nemen ter zake van de verworven activa, dan wel de boekwaarde van de verworven activa uit de financiële verslaggeving overnemen.
8.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangsjaar voor een staat verstaan: het eerste verslagjaar waarin een multinationale groep met betrekking tot die staat regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2523 of van de OESO-modelregels dient toe te passen, of het eerste verslagjaar waarin een binnenlandse groep voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 2.1.