Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2021/1057 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013
Artikel 12 ter Steun om de negatieve sociaal-economische gevolgen van natuurrampen te verzachten
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2024
- Bronpublicatie:
19-12-2024, PbEU L 2024, 2024/3236 (uitgifte: 23-12-2024, regelingnummer: 2024/3236)
- Inwerkingtreding
24-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-12-2024, PbEU L 2024, 2024/3236 (uitgifte: 23-12-2024, regelingnummer: 2024/3236)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Financiering
Sociale zekerheid algemeen / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten kunnen het ESF+ gebruiken om steun te verlenen om de negatieve sociaal-economische gevolgen van natuurrampen die tussen 1 januari 2024 en 31 december 2025 optreden te verzachten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een natuurramp verstaan een grote natuurramp of een regionale natuurramp zoals gedefinieerd in artikel 2, leden 2 en 3, respectievelijk, van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad (1). Dit kan een natuurramp omvatten die leidt tot directe schade onder de in artikel 2, leden 2 en 3, van die verordening vastgestelde drempels, mits deze door een bevoegde overheidsinstantie van de lidstaat als een natuurramp is erkend. Indien de natuurramp die leidt tot directe schade onder de in artikel 2, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 2012/2002 vastgestelde drempels optreedt na 24 december 2024, wordt deze beschouwd als een natuurramp, mits deze door een bevoegde overheidsinstantie van de desbetreffende lidstaat binnen twaalf weken na de datum van het optreden van de eerste schade als gevolg van die natuurramp als dusdanig is erkend.
2.
Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel kunnen middelen worden geprogrammeerd in het kader van de specifieke prioriteiten van de betrokken programma’s. Voor de gehele programmeringsperiode worden de totale in het kader van die specifieke prioriteiten op grond van artikel 3, lid 1 ter, van Verordening (EU) 2021/1058 uit het ESF+, alsmede uit het EFRO en het Cohesiefonds toegewezen middelen beperkt tot maximaal 10 % van de initiële totale nationale toewijzing van het ESF + en het EFRO. De betrokken programmawijziging wordt ingediend binnen zes maanden na de datum waarop de natuurramp is opgetreden of, indien de natuurramp optrad vóór 24 december 2024, uiterlijk op 25 juni 2025.
3.
De in lid 2 van dit artikel bedoelde specifieke prioriteiten kunnen elk van de specifieke doelstellingen van artikel 4, lid 1, van deze verordening ondersteunen.
4.
Indien strikt noodzakelijk als een tijdelijke maatregel kunnen regelingen voor arbeidsduurvermindering die zijn bedoeld als respons op de gevolgen van een natuurramp zonder dat deze hoeven te worden gecombineerd met actieve maatregelen, alsook toegang tot gezondheidszorg, ook voor mensen die op sociaal-economisch vlak niet acuut kwetsbaar zijn, in aanmerking komen voor financiering gedurende maximaal 18 maanden vanaf de datum waarop de natuurramp is opgetreden.
5.
In afwijking van artikel 19, lid 4, zijn de lidstaten niet verplicht de verstrekking van voedselhulp en/of materiële basishulp aan te vullen met begeleidende maatregelen in het kader van de specifieke doelstelling van artikel 4, lid 1, punt m), wanneer die verstrekking bedoeld is als respons op de gevolgen van een natuurramp. Dergelijke verstrekking van voedselhulp en/of materiële basishulp zonder begeleidende maatregelen kan in aanmerking komen voor financiering gedurende maximaal zes maanden vanaf de datum waarop de natuurramp is opgetreden en in elk geval na 1 januari 2024.
6.
In afwijking van artikel 63, lid 6, van Verordening (EU) 2021/1060 kan de betrokken beheerautoriteit in het kader van een specifieke prioriteit, concrete acties voor steun selecteren die fysiek voltooid zijn of volledig zijn uitgevoerd voordat de financieringsaanvraag bij de beheerautoriteit is ingediend, op voorwaarde dat de concrete actie een respons vormt op een natuurramp die optreedt tussen 1 januari 2024 en 31 december 2025.
7.
De Commissie betaalt 25 % van de toewijzing aan de in lid 2 van dit artikel bedoelde specifieke prioriteiten, overeenkomstig het besluit tot goedkeuring van de programmawijziging als uitzonderlijke voorfinanciering naast de jaarlijkse voorfinanciering voor het programma waarin artikel 90, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2021/1060 voorziet. Die uitzonderlijke voorfinanciering wordt binnen zestig dagen na de vaststelling van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de programmawijziging betaald, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van middelen. Wanneer de toewijzing voor die prioriteiten vervolgens wordt verhoogd, wordt een aanvullend voorfinancieringsbedrag betaald, dat overeenkomt met 25 % van de verhoging.
Overeenkomstig artikel 90, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EU) 2021/1060 wordt het als uitzonderlijke voorfinanciering betaalde bedrag uiterlijk met het laatste boekjaar in de rekeningen van de Commissie vereffend.
Overeenkomstig artikel 90, lid 6, van Verordening (EU) 2021/1060 worden eventuele door de uitzonderlijke voorfinanciering gegeneerde renteopbrengsten op dezelfde wijze voor het betrokken programma gebruikt als het ESF+ en opgenomen in de rekeningen van het laatste boekjaar.
Overeenkomstig artikel 97, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1060 wordt de uitzonderlijke voorfinanciering niet geschorst.
Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1060 omvat de voorfinanciering die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de vrij te maken bedragen, de betaalde uitzonderlijke voorfinanciering.
8.
In afwijking van artikel 112, lid 3, van Verordening (EU) 2021/1060 bedraagt het maximale medefinancieringspercentage voor een specifieke prioriteit die is vastgesteld voor ondersteuning bij het verzachten van negatieve sociaal-economische gevolgen van een natuurramp op grond van lid 2 van dit artikel, 95 %.
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/2012/oj).