Einde inhoudsopgave
Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Criteria toekenning geweldmiddelen
Geldend
Geldend vanaf 01-05-2026
- Bronpublicatie:
12-03-2026, Stcrt. 2026, 10221 (uitgifte: 12-03-2026, regelingnummer: 7019750)
- Inwerkingtreding
01-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-03-2026, Stcrt. 2026, 10221 (uitgifte: 12-03-2026, regelingnummer: 7019750)
- Vakgebied(en)
Politierecht / Bevoegdheden
Strafprocesrecht / Voorfase
Het toepassen van geweld met gebruik van een geweldmiddel is een bevoegdheid die in beginsel alleen toekomt aan de Staat. Als de noodzaak aannemelijk is voor een goede uitoefening van de taak van de boa kunnen onder voorwaarden geweldmiddelen worden toegekend aan de boa. Mede vanuit de doelstelling van de Wet wapens en munitie (hierna: Wwm) wordt een restrictief beleid gehanteerd. Het toekennen van geweldmiddelen aan een boa geschiedt slechts als de noodzaak hiertoe door de aanvrager aannemelijk is gemaakt en indien de bekwaamheid van de boa in de omgang met het betreffende wapen is aangetoond (zie ook artikel 5, eerste lid, Regeling wapens en munitie, hierna: Rwm).
Elke aanvraag tot het toekennen van geweldmiddelen wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria a) tot en met d). Geweldmiddelen kunnen slechts worden toegekend op basis van de bevoegdheden en taak van de boa zoals vastgelegd in de akte en kunnen slechts worden gebruikt volgens de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren. Het toekennen van een geweldmiddel gebeurt in het kader van een adequate en veilige taakuitvoering door de boa. Immers, om een taak goed uit te kunnen voeren, dient dit ook veilig te gebeuren. Geweldmiddelen kunnen onder meer worden ingezet voor de bescherming van de boa als hij onvoorzien (en ongewenst) in een situatie met gevaarzetting terechtkomt.
De minister betrekt bij zijn beoordeling de adviezen van de toezichthouder en de direct toezichthouder. Deze adviezen strekken zich uit over de hieronder genoemde criteria.
De criteria:
- a)
De beschikbare geweldmiddelen voor de boa op basis van deze beleidsregels.
De maximaal toe te kennen geweldmiddelen zijn per domein bepaald. De geweldmiddelen staan in volgordelijkheid van zwaarte benoemd. De korte wapenstok geldt als een licht geweldmiddel, de pepperspray als middelzwaar geweldmiddel, de uitschuifbare wapenstok als zwaar geweldmiddel en het vuurwapen als een zeer zwaar geweldmiddel. Daarnaast kan onder voorwaarden ook een surveillancehond worden toegekend.
Ingehuurde boa’s kunnen voor elk van de domeinen maximaal tot en met de handboeien, en dus geen geweldmiddelen, toegekend krijgen.
- b)
De bevoegdheden en taakstelling van de boa.
De boa is buitengewoon -en daarmee beperkt- opsporingsbevoegd. De opsporingsbevoegdheid strekt zich uit tot de in de akte aangeduide strafbare feiten – vaak door een verwijzing in de akte naar het betreffende Domein in de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar – voor zover wet- en/of regelgeving zich daar niet tegen verzetten. Met het oog op een goede taakuitvoering koppelt de boa-werkgever het pakket aan opsporingsbevoegdheden aan de taakomschrijving van zijn boa's. Bij de beoordeling van een verzoek om de toekenning van geweldmiddelen wordt onder dit criterium derhalve gekeken naar:
- •
De feiten waarvoor de boa, op basis van de akte en het domein waarvoor de boa bevoegd is, volgens deze beleidsregels en de betreffende wetgeving mag worden ingezet en daadwerkelijk tot taak en bevoegdheid heeft;
- •
Indien de werkgever in mandaat een taak uitvoert of daartoe aangewezen is, dan dient de werkgever de mandaat- of aanwijzingsbesluiten aan te leveren;
- •
En dat op basis van de hiervoor genoemde feiten, de boa in de rechtmatige uitoefening van zijn functie een situatie tegen kan komen waarin hij over mag gaan tot het gebruik van het geweldmiddel zoals bedoeld in Hoofdstuk 2 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.
Niet wordt in deze beoordeling meegewogen het aantal processen-verbaal of aanhoudingen welke een boa voor een bepaald feit in het verleden heeft opgemaakt/verricht.
- c)
Aanwezigheid handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst met de politie.
Indien de boa handhavend optreedt in de publieke ruimte bestaat er een kans dat de boa te maken krijgt met fysiek geweld. Voor het toekennen van geweldmiddelen is het daarom vereist dat er afspraken zijn gemaakt over samenwerking met de politie en opvolging bij escalatie door de politie via een handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst alvorens een geweldmiddel toe te kennen. Hiermee wordt gezorgd dat de taakuitvoering zo veilig mogelijk kan verlopen, zodat deze taakuitvoering ook adequaat kan gebeuren.
Het optreden van de boa dient zicht te beperken tot de bevoegdheden en taak van de boa zoals bedoeld onder criterium b).
- d)
Geen aanwezigheid van contra-indicaties bij het te verwachten gebruik van de geweldmiddelen.
Dit criterium ziet op het betrekken van onderstaande contra-indicaties. Als sprake is van contra-indicaties kan de aanvraag worden afgewezen. Dat geldt ook voor de gevallen waarin op basis van criteria a tot en met c wel tot toekenning van het verzochte geweldmiddel zou zijn overgegaan.
Op basis van de volgende overwegingen kan de aanvraag alsnog worden afgewezen:
- •
Indien van toepassing: Hoe is de boa of de boa-werkgever tot het moment van de aanvraag omgegaan met de eerder (tijdelijk) toegekende politiebevoegdheden of geweldmiddelen?
Negatieve ervaringen zijn contra-indicaties bij de beoordeling van de aanvraag.
- •
Heeft of hebben de boa(’s) in zijn of hun ambtshandelingen het aangewende geweld zorgvuldig in een proces-verbaal verantwoord tot het moment van de aanvraag, of is daarin voldoende verbetering te zien?
Zo niet, dan is dat een contra-indicatie.
- •
Heeft of hebben de boa(’s) het aangewende geweld consequent bij de hulpofficier van justitie en de direct toezichthouder gemeld, of is daarin voldoende verbetering te zien?
Zo niet, dan is dat een contra-indicatie.
Pilots toekenning geweldmiddelen
In gevallen waarin tijdelijk onderzocht dient te worden of andere of zwaardere bewapening noodzakelijk is voor boa’s, kan door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, gehoord de adviezen van de toezichthouder en de direct toezichthouder, voor een bepaalde periode in afwijking van criterium a) een geweldmiddel worden toegekend, mits voldaan wordt aan de criteria b) tot en met d).
Duur van de toekenning geweldmiddelen
De toekenning van geweldmiddelen geldt voor maximaal 5 jaar. Dat betekent dat deze ook voor een kortere periode kunnen worden toegekend. Voor tijdelijke toekenning moet net als voor de maximale duur van 5 jaar ook worden voldaan aan de criteria zoals opgenomen in deze paragraaf.
Een toekenning van geweldmiddelen in het kader van een pilot, zoals eerder beschreven is maximaal voor de duur van twee jaar.
Bijlage A
In bijlage A staan de politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en de geweldmiddelen nader omschreven inclusief aanvullende toekenningseisen per geweldmiddel.