Einde inhoudsopgave
Wet op het financieel toezicht
Artikel 3A:23 Regeling gevolgen besluiten
Geldend
Geldend vanaf 25-03-2026
- Bronpublicatie:
11-03-2026, Stb. 2026, 60 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken: 36822)
- Inwerkingtreding
25-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-03-2026, Stb. 2026, 61 (uitgifte: 24-03-2026, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
De Nederlandsche Bank bepaalt in haar besluiten op grond van artikel 3A:21 of 3A:22 nader:
- a.
op welke wijze en onder welke voorwaarden de afschrijving, uitgifte of omzetting plaatsvindt;
- b.
de gevolgen van deze besluiten voor zover nodig; of
- c.
de nominale waarde van nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten of de bestaande eigendomsinstrumenten bij overgang op de houders van de rechten bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d.
2.
Op verzoek van de Nederlandsche Bank gaat een daartoe bevoegde persoon of instantie over tot:
- a.
wijziging van relevante registers;
- b.
het uit de notering of uit de handel nemen van kernkapitaalinstrumenten, eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten;
- c.
notering of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van nieuwe kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten;
- d.
hernieuwde notering of toelating tot de handel van schuldinstrumenten waarvan de hoofdsom is verlaagd;
- e.
wijziging van de statuten in geval van aanpassing van het bedrag van de aandelen; of
- f.
handelingen of diensten in verband met de afwikkeling van transacties in effecten en effectenafwikkelingssystemen.
3.
Bij de toepassing van het tweede lid, onderdelen c en d, is artikel 3, eerste en tweede lid, van de prospectusverordening niet van toepassing.