Einde inhoudsopgave
Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 5.26 Werkelijk rendement
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 25-08-2025
- Redactionele toelichting
Tijdstip twk.: 16.00 uur.
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2025, 444 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36812)
- Inwerkingtreding
01-01-2026, terugwerkend tot: 25-08-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-2025, Stb. 2025, 444 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36812)
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
1.
Het werkelijke rendement van bezittingen en schulden is het gezamenlijke bedrag van alle voordelen die worden behaald met bezittingen en schulden.
2.
De voordelen bestaan uit:
- a.
de reguliere voordelen die worden getrokken uit bezittingen en schulden; en
- b.
de vermogensaanwas van bezittingen en schulden.
3.
Bij het bepalen van het werkelijke rendement van bezittingen en schulden zijn de artikelen 5.3, derde lid, onderdeel f, 5.10, onderdelen a en d, en 5.13 niet van toepassing, evenmin als hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AN, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
4.
Bij het bepalen van het werkelijke rendement van bezittingen en schulden is artikel 5.12 uitsluitend van toepassing, indien het achterliggende vermogensbestanddeel, bedoeld in dat artikel, een banktegoed is als bedoeld in artikel 5.2, derde lid.