Einde inhoudsopgave
Kaderbesluit CGS
A.1 Begripsomschrijvingen
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2020
- Redactionele toelichting
Wordt vanaf 01-01-2020 niet meer bijgewerkt. Zie voor de geldende tekst www.knmg.nl.
- Bronpublicatie:
13-03-2019, Internet 2019, www.knmg.nl (uitgifte: 13-03-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-03-2019, Internet 2019, www.knmg.nl (uitgifte: 13-03-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
In dit besluit wordt verstaan onder:
aios | arts in opleiding tot specialist; |
aiossen | artsen in opleiding tot specialist; |
arts | degene die is ingeschreven in het register van artsen als bedoeld in artikel 3 van de wet; |
bestuurlijke opleidingseenheid | organisatorische eenheid van een opleidingsinstelling en een of meer niet erkende instellingen die op grond van een samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk een opleiding verzorgen, waarbij van de opleidingsinstelling de raad van bestuur, centrale directie of bestuur verantwoordelijk is voor het functioneren van de gehele opleiding; |
centrale opleidingscommissie (COC) | commissie ter bewaking, bevordering en handhaving van de kwaliteit van de in de opleidingsinstelling aanwezige opleidingen en van een optimaal opleidingsklimaat; |
CGS | College Geneeskundige Specialismen, zijnde een orgaan als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onder d van de wet; |
cluster 1 | gezamenlijke specialismen huisartsgeneeskunde, specialisme ouderengeneeskunde en geneeskunde voor verstandelijk gehandicapten, bedoeld in respectievelijk artikel A.3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, alsmede het profiel verslavingsgeneeskunde en het profiel internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde; |
cluster 2 | gezamenlijke medisch specialismen, bedoeld in artikel A.3, eerste lid, onderdelen g tot en met hh, alsmede de profielen spoedeisende hulp en ziekenhuisgeneeskunde; |
cluster 3 | gezamenlijke specialismen arbeid- en gezondheid-bedrijfsgeneeskunde, arbeid en gezondheid-verzekeringsgeneeskunde en maatschappij en gezondheid, bedoeld in respectievelijk artikel A.3, eerste lid, onderdelen d tot en met f, alsmede de profielen binnen het specialisme maatschappij en gezondheid; |
co-assistent | student in opleiding tot arts die het praktische gedeelte van de basisopleiding geneeskunde volgt; |
competentie | bekwaamheid om een professionele activiteit in een specifieke authentieke context adequaat uit te voeren door geïntegreerde aanwezigheid van kennis, inzichten, vaardigheden, attitude, persoonskenmerken of eigenschappen; |
competentieprofiel | verzameling van competentiegebieden en bijbehorende competenties die de bekwaamheden voor het betreffende specialisme beschrijven; |
competentiegebied | verzameling van competenties; |
cursorisch onderwijs | gestructureerd onderwijs in cursusvorm, doorgaans in samenhang met praktijkleren; |
deeltijd | minder dan een volledige week werkzaam zijn zoals neergelegd in de betreffende regeling arbeidsvoorwaarden; |
deskundigheidsbevorderende activiteiten | alle activiteiten die tot doel hebben de kwaliteit van de eigen beroepsuitoefening van de specialist te waarborgen en te verbeteren, niet zijnde werkzaamheden in de individuele gezondheidszorg; |
eindbeoordeling | beoordeling van de aios of deze geschikt en in staat wordt geacht het specialisme waarvoor deze is opgeleid zelfstandig en naar behoren uit te oefenen nadat de opleiding is beëindigd; |
Entrustable Professional Activity (EPA) | activiteit die men kan toevertrouwen aan een aios op het moment dat deze voldoende competenties of bekwaamheden heeft verworven om de activiteit zelfstandig uit te voeren, ook kritische beroepsactiviteit (KBA) of kenmerkende beroepssituatie (KBS) genoemd; |
erkenning | goedkeuring door de RGS van een instelling of een instituut als stage- of opleidingsinstelling respectievelijk opleidingsinstituut in een geneeskundige vervolgopleiding alsmede van een (stage)opleider, instituutsopleider of hoofd voor die opleiding of hun respectievelijke plaatsvervanger; |
externe kwaliteitsevaluatie | evaluatie bij een groep specialisten ter bevordering van de kwaliteit van de door deze groep verleende zorg, waarbinnen de specialist die een aanvraag tot herregistratie heeft gedaan, werkzaam is; |
evaluatiebezoek | evaluatief en adviserend bezoek van of namens de RGS aan een stage- of opleidingsinstelling of opleidingsinstituut of de betreffende actoren van de opleiding, over de kwaliteit van de opleiding(en) in het kader van het regulier toezicht van de RGS, op organisatieniveau en op vakinhoudelijk opleidingsniveau; |
geaccrediteerd | goedgekeurd door of namens de desbetreffende Nederlandse wetenschappelijke vereniging, op basis van door die vereniging vastgestelde toetsbare kwaliteitscriteria, met betrekking tot doel, kwalificaties van de aanbieder, toetsingsproces en evaluatie; |
geïntensiveerd begeleidingstraject | aanvullende, in tijd, vorm en inhoud omschreven, begeleiding tijdens een deel van de opleiding met als doel het herstellen van de vertraging in de competentieontwikkeling van de aios; |
gelijkgestelde functie | functie die wordt gelijkgesteld met een voor een specialisme gebruikelijke functie; |
geneeskundig specialisme | deelgebied van de geneeskunde dat het CGS als specialisme heeft aangewezen; |
geneeskundige vervolgopleiding | opleiding tot geneeskundig specialist als vervolg op de opleiding tot arts; |
geschiktheidsbeoordeling | beoordeling of de aios al dan niet geschikt en in staat is de opleiding voort te zetten; |
Geschillencommissie | onafhankelijke commissie voor de behandeling van geschillen, bedoeld in artikel 43 van de Regeling; |
geschillenprocedure | procedure voor geschillen over besluiten van een opleider, hoofd van een opleidingsinstituut, een opleidingsinstituut of een stage- of opleidingsinstelling, als vastgelegd in de Regeling; |
herintreding | opnieuw inschrijving van een voormalig geregistreerde specialist in hetzelfde specialistenregister; |
herregistratie | hernieuwde inschrijving in een specialistenregister aansluitend aan de voorgaande periode van inschrijving in hetzelfde specialistenregister; |
hoofd | hoofd van een opleidingsinstituut in cluster 1; |
individueel opleidingsplan (IOP) | op individueel niveau uitgewerkt lokaal, regionaal of landelijk geldend instituuts- of instellingsopleidingsplan; |
individueel scholingsprogramma (ISP) | op de ervaring van de individuele arts afgestemd programma van scholing met als doel de arts bij te scholen in een of meer competenties van het betreffende specialisme tot het niveau van een specialist; |
individuele gezondheidszorg | individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de wet, overeenkomstig het vakgebied van het betreffende specialisme; |
instelling | bestuurlijk of functioneel organisatorisch verband, al dan niet verspreid over meerdere locaties, waar een geneeskundig specialisme in de praktijk wordt uitgeoefend; |
instellingsopleidingsplan | op basis van het landelijk opleidingsplan voor de betreffende stage- of opleidingsinstelling per opleiding opgesteld lokaal, regionaal of landelijk geldend opleidingsplan, dat de structuur en inhoud van de opleiding tot specialist bevat en dat de basis vormt voor het individuele opleidingsplan; instellingsopleidingsplan wordt in cluster 1 ook leerwerkplan genoemd en wordt in cluster 2 ook lokaal of regionaal opleidingsplan genoemd; |
instellingsvisitatie | vorm van visitatie gericht op de overkoepelende en organisatorische aspecten van de gezamenlijke geneeskundige vervolgopleidingen in een opleidingsinstelling; |
instituut | bestuurlijk of functioneel organisatorisch verband, al dan niet verspreid over meerdere locaties, dat de gehele opleiding coördineert en voor de uitvoering van het (cursorisch) onderwijs zorg draagt; |
instituutsopleider | als zodanig voor de opleiding erkende sociaal-geneeskundige specialist, werkzaam in een opleidingsinstituut voor een sociaal-geneeskundige opleiding, die de aios tijdens diens opleiding aan het opleidingsinstituut begeleidt; |
Instituutsopleidingsplan | op basis van het landelijk opleidingsplan voor het betreffende opleidingsinstituut opgesteld regionaal of landelijk geldend opleidingsplan, dat de structuur en inhoud van de opleiding tot specialist beschrijft en de basis vormt voor het instellingsopleidingsplan of het individuele opleidingsplan; |
instituutsreglement | reglement betreffende de praktische gang van zaken tussen het opleidingsinstituut en de aiossen, opleiders, opleidingsinstellingen en overige betrokkenen bij de opleiding; |
intensief toezicht | verscherpte vorm van toezicht van de RGS op een stage- of opleidingsinstelling of opleidingsinstituut, of de (plaatsvervangend) (stage-)opleider, instituutsopleider respectievelijk het (plaatsvervangend) hoofd, gericht op herstel van geconstateerde gebreken in een of meer opleidingen en op de kwaliteitsverbetering van die opleiding(en), die kan leiden tot wijziging van de erkenning; |
intercollegiale toetsing | vorm van deskundigheidbevordering waarbij specialisten uit het eigen specialisme of andere professionals met wie in multidisciplinair verband aan hetzelfde proces wordt samengewerkt, systematisch en cyclisch reflecteren op het eigen en elkaars handelen; |
kenmerkende beroepssituatie (KBS) | activiteit die is toe te vertrouwen aan een aios op het moment dat deze voldoende competenties of bekwaamheden heeft verworven om de activiteit zelfstandig uit te voeren, ook entrustable professional activity (EPA) of kritische beroepsactiviteit (KBA) genoemd; |
kenmerkende/kritische beroepsactiviteit (KBA) | activiteit die is toe te vertrouwen aan een aios op het moment datdeze voldoende competenties of bekwaamheden heeft verworven om de activiteit zelfstandig uit te voeren, ook entrustable professional activity (EPA) of kenmerkende beroepssituatie (KBS) genoemd; |
kwaliteitscyclus | periodieke cyclus van een opleidingsinstelling, stage-instelling of opleidingsinstituut gericht op de interne monitoring van de kwaliteit van de onder die organisatie ressorterende opleiding of opleidingen; |
kwaliteitskader | door de betreffende (koepel van) wetenschappelijke vereniging(en) of coördinerende opleidingsorganisatie opgesteld of goedgekeurd overzicht van de elementen van kwaliteit die in samenhang met de erkenningseisen uit dit besluit en het betreffende specifieke besluit de gewenste kwaliteit van de opleiding beschrijven; |
kwaliteitsvisitatie | bezoek ter plaatse aan een individuele specialist, de groep waartoe deze behoort of de afdeling van de instelling waar deze werkzaam is, uitgevoerd door een wetenschappelijke vereniging of overeenkomstig een door de betreffende wetenschappelijke vereniging goedgekeurd programma, ter bevordering van de kwaliteit van de zorg; |
landelijk opleidingsplan (LOP) | plan dat de structuur en de inhoud van de opleiding tot specialist op landelijk niveau beschrijft; |
leerdoel | uitwerking van de competenties in de omschrijving van het verwachte bekwaamheidsniveau in kennis, vaardigheden en attitude van de aios na afronding van de opleiding of een onderdeel daarvan; |
marginale toetsing | beoordeling door het CGS van de mate waarin een document past binnen de kaders en de bedoeling van de regelgeving van het CGS en van de wet; |
medisch specialisme | specialisme als bedoeld in artikel A.3, tweede lid; |
medisch specialist | arts die is ingeschreven in een door het CGS ingesteld register, bedoeld in artikel A.3, tweede lid; |
modelinstructie | instructie opgesteld door de opleidingsinstelling conform de in 2006 opgestelde Modelinstructie van de LAD, Orde, KNMG, LHV, LVAG en de NVZ waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de aios staan omschreven als uitvoering van de Kwaliteitswet zorginstellingen; |
nominale duur opleiding | algemeen, normatief geldende duur van de volledige opleiding als vastgelegd per specialisme in dit besluit of een specifiek besluit, waarvan op individueel niveau kan worden afgeweken; |
of | en/of; |
onderwijsstaf | gezamenlijke wetenschappelijk medewerkers van een opleidingsinstituut die het onderwijs verzorgen; |
oordelend opleider | opleider die de eindbeoordeling, bedoeld in artikel F.5. afgeeft; |
opleider | als zodanig door de RGS erkende specialist onder wiens verantwoordelijkheid de gehele (praktijk)opleiding of een gedeelte daarvan plaatsvindt; |
opleiding | opleiding tot specialist; |
opleidingsactiviteit | omschreven activiteit die binnen de opleiding plaatsvindt; |
opleidingsactor | bij een opleiding betrokken opleidingsinstituut, stage- of opleidingsinstelling, raad van bestuur, directie, COC, onderwijscommissie, opleidingsgroep, (plaatsvervangend) hoofd, instituutsopleider, (plaatsvervangend) opleider, stageopleider of aios; |
opleidingsgroep | samenwerkingsverband van specialisten van een opleidingsinstelling die betrokken zijn bij de opleiding, inclusief de opleider en plaatsvervangend opleider; |
opleidingsinstelling | door de RGS erkende instelling voor het praktijkgedeelte van de opleiding en voor cluster 2 tevens voor het bij het praktijkgedeelte horende theoretisch onderwijs; |
opleidingsinstituut | door de RGS erkend instituut; |
opleidingsjaar | jaarlijkse periode tussen de begin- en einddatum van de door de aios gevolgde opleiding; |
opleidingsorganisaties | bij de opleiding betrokken en door de RGS erkende organisaties, te weten (opleidings)instellingen, (opleidings)instituten en stage-instellingen; |
opleidingsprofessionals | bij de opleiding betrokken en door de RGS erkende professionals, te weten (plaatsvervangend) opleiders, stageopleiders, instituutsopleiders en (plaatsvervangend) hoofden; |
opleidingsregister | register van aiossen; |
opleidingsschema | binnen het individuele opleidingsplan passend overzicht van de begin- en einddatum, de volgorde en de locatie(s) van (onderdelen van) de opleiding van de aios; |
persoonlijk ontwikkel plan (POP) | door de specialist opgesteld toetsbaar plan met ontwikkeldoelen en voorgenomen activiteiten die aansluiten bij de evaluatie van diens individueel functioneren; |
plaatsvervangend opleider | degene die als plaatsvervangend opleider door de RGS is erkend en die voor een bepaalde periode in de rechten en plichten van de opleider kan treden; |
plenaire visitatiecommissie | per medisch specialisme door de betreffende wetenschappelijke vereniging ingestelde adviescommissie voor de erkenning van opleidingsinstellingen uit cluster 2 door de RGS; |
portfolio | door de aios bijgehouden verzameling van documenten waarin de voortgang van de aios in de opleiding systematisch wordt gedocumenteerd; |
praktijkopleiding | in de praktijk opdoen van competenties waarbij in toenemende mate zelfstandig wordt gewerkt in het kader van de opleiding; |
profiel | deelgebied van de geneeskunde, dat het CGS als profiel heeft aangewezen; |
profielarts | arts die is ingeschreven in een door het CGS ingesteld profielartsenregister; |
profielartsenregister | register als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b. van de Regeling; |
Regeling | Regeling specialismen en profielen geneeskunst, zoals vastgesteld door de Algemene Vergadering van de KNMG; |
regionaal opleidingsplan | op basis van het landelijk opleidingsplan voor de betreffende stage- of opleidingsinstellingen per opleiding opgesteld regionaal geldend opleidingsplan, dat de structuur en inhoud van de regionale opleiding tot specialist bevat; |
regionale COC | COC die zich richt op de handhaving en bevordering van een adequaat en veilig opleidingsklimaat in de regio waartoe de betreffende opleidingsinstelling behoort; |
regionale visitatie | vorm van visitatie van een regionaal georganiseerde opleiding; |
register | specialistenregister, opleidingsregister of profielartsenregister met betrekking tot de geneeskunde; |
registratie | eerste inschrijving in een register; |
reglement examencommissie | reglement met voorschriften over een examencommissie opgesteld door een opleidingsinstelling of een opleidingsinstituut in cluster 3 overeenkomstig het door de RGS vastgestelde model; |
regulier toezicht | toezicht van de RGS op een stage- of opleidingsinstelling of opleidingsinstituut gericht op monitoring en verbetering van de kwaliteit van de betreffende opleiding(en) direct volgend op de erkenning van die stage- of opleidingsinstelling of dat opleidingsinstituut alsmede op hun opleidingsprofessionals; |
RGS | Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten, zijnde een orgaan als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onder e van de wet; |
Richtlijn 2005/36/EG | Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Europese Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties; |
samengestelde opleiding | opleiding waarvan een deel wordt gevolgd in een ander medisch specialisme dan het eigenlijk gekozen medisch specialisme, gevolgd door het deel in het eigenlijk gekozen medisch specialisme; |
samenwerkingsovereenkomst | schriftelijke overeenkomst als grondslag voor een samenwerkingsverband, in overeenstemming met de modelovereenkomst van de RGS; |
samenwerkingsverband | verband dat wordt gevormd door twee of meer stage- of opleidingsinstellingen die op grond van een samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk een of meer opleidingen of delen daarvan verzorgen; |
sociaal-geneeskundig specialisme | specialisme als bedoeld in artikel A.3, derde lid, onderdeel d tot en met f; |
sociaal-geneeskundige stage | deel van de opleiding onder verantwoordelijkheid van een sociaal-geneeskundig opleidingsinstituut, waarbij kennis nemen van en inzicht verkrijgen in de praktijk op de voorgrond staat en de eigen werkzaamheid ondergeschikt is; |
specialist | geneeskundig specialist; |
specifiek besluit | besluit van het CGS dat het ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 11 van de Regeling voor een specialisme vaststelt; |
stage | onderdeel van een opleiding uit cluster 1 van ten hoogste één jaar voltijds in een ander specialisme dan het specialisme waarin wordt opgeleid, of in een beroep als bedoeld in artikel 3 van de wet; |
stage-instelling | door de RGS erkende al dan niet over meerdere locaties verspreide instelling of onderdeel van een instelling waar een aios uit cluster 1 een stage kan volgen; |
stageopleider | degene die een stage uit cluster 1 in een stage-instelling verzorgt en als zodanig door de RGS is erkend; |
supervisie | toezien en reflecteren op de uitvoering van de door de aios verrichte werkzaamheden; |
supervisor | degene onder wiens toezicht en verantwoordelijkheid de aios werkzaamheden verricht in het kader van diens opleiding; |
thema | onderdeel van een opleiding waarin voor dat onderdeel logisch samenhangende beroepsactiviteiten of beroepssituaties zijn geclusterd; |
toetsing | onderzoek naar de mate waarin de aios zich een competentie, EPA of KBS eigen maakt; |
toezicht | monitoring van de kwaliteit van de geneeskundige vervolgopleiding(en) in de betreffende stage- of opleidingsinstelling of het betreffende opleidingsinstituut in de vorm van regulier of intensief toezicht; |
veilig opleidingsklimaat | geheel van omstandigheden waaronder een aios een opleiding volgt die borgen dat de aios in diens ontwikkeling zo optimaal mogelijk wordt gestimuleerd. |
visitatie (visiteren) | vorm van onderzoek ter plaatse naar het functioneren van een opleidingsorganisatie en van de betreffende opleidingsprofessional in het kader van een aanvraag tot erkenning dan wel in het kader van intensief toezicht, met als doel zo objectief mogelijk te achterhalen in hoeverre aan de betreffende erkenningseisen en in geval van intensief toezicht tevens aan het betreffende kwaliteitskader is voldaan; |
visitatiecommissie | commissie die een visitatie feitelijk uitvoert; |
visitatierapport | op de door de RGS vastgestelde formulieren uitgebrachte rapportage over een visitatie en de eventueel daarbij gevoegde bescheiden; |
voltijds | aantal uren per week gelijk aan een voltijdse aanstelling, voor aiossen inclusief de opleidingsuren, overeenkomstig de betreffende regeling arbeidsvoorwaarden zoals een CAO, dan wel bij gebrek aan een dergelijke regeling ten minste 36 uur per week werkzaam zijn; |
voortgangsgesprek | gestructureerd gesprek tussen een opleidingsprofessional en de aios voor reflectie over de opleiding in het algemeen en de voortgang in de ontwikkeling van de aios in het bijzonder; |
waarnemend opleider | degene die de taken van een opleider tijdelijk waarneemt; |
wet | Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) |
wetenschappelijk onderzoek | opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek op universitair niveau op het terrein van het betreffende specialisme in brede zin; |
wetenschappelijke vereniging | Nederlandse vereniging van specialisten of profielartsen die de competentiebeschrijving voor het betreffende erkende specialisme of profiel beheert; |