Einde inhoudsopgave
Uitvoeringsregeling Belastingwet BES
Artikel 8.2
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Redactionele toelichting
In de Staatscourant is nogmaals een lid 3 ingevoegd.
- Bronpublicatie:
15-12-2023, Stcrt. 2023, 34571 (uitgifte: 29-12-2023, regelingnummer: 2023-0000275008)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2023, Stcrt. 2023, 34571 (uitgifte: 29-12-2023, regelingnummer: 2023-0000275008)
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden (V)
Belastingrecht algemeen (V)
1.
Aangifte wordt gedaan door het op de in de aangiftebrief, bedoeld in artikel 8.1, aangegeven wijze, inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden.
2.
Aangifte voor de inkomstenbelasting kan door een binnenlandse belastingplichtige, een andere dan een administratieplichtige als bedoeld in artikel 8.86, eerste lid, van de wet, langs elektronische weg worden gedaan.
3.
Aangifte door een administratieplichtige als bedoeld in artikel 8.86, eerste lid, van de wet wordt langs elektronische weg gedaan indien het betreft:
- a.
de inkomstenbelasting: ingeval de administratieplichtige, bedoeld in artikel 8.86, eerste lid, onderdeel a, van de wet, binnenlandse belastingplichtige is;
- b.
de algemene bestedingsbelasting: ingeval de administratieplichtige of diens fiscale vertegenwoordiger, bedoeld in hoofdstuk VI van de wet, op de BES eilanden woont of is gevestigd;
- c.
de loonbelasting;
- d.
de opbrengstbelasting;
- e.
de minimumbelasting.
3.
De inspecteur kan al dan niet op verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking ontheffing verlenen van een van de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, indien het langs elektronische weg doen van aangifte onredelijk bezwarend is voor de administratieplichtige. De ontheffing geldt voor maximaal een jaar. De inspecteur kan de beschikking waarbij ontheffing is verleend intrekken bij voor bezwaar vatbare beschikking indien blijkt dat ten onrechte ontheffing is verleend dan wel dat de gronden voor ontheffing zich niet langer voordoen.