Einde inhoudsopgave
Kaderbesluit CGS
F.7 Jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2020
- Redactionele toelichting
Wordt vanaf 01-01-2020 niet meer bijgewerkt. Zie voor de geldende tekst www.knmg.nl.
- Bronpublicatie:
13-03-2019, Internet 2019, www.knmg.nl (uitgifte: 13-03-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-03-2019, Internet 2019, www.knmg.nl (uitgifte: 13-03-2019, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De beoordelingsgesprekken als bedoeld in artikel F.5, eerste lid, onder b, vinden tijdens de opleiding plaats tussen de opleider en de aios over de geschiktheid van de aios . De opleider ziet er op toe dat deze gesprekken worden georganiseerd en tijdig plaatsvinden waarbij de geschiktheidsbeoordeling aan het eind van elk opleidingsjaar plaatsvindt, in ieder geval binnen een maand nadat de aios (een equivalent van) twaalf maanden opleiding heeft gevolgd, met uitzondering van het laatste opleidingsjaar waarin een eindbeoordeling als bedoeld in artikel F.8. plaatsvindt.
2.
Voorafgaand aan de geschiktheidsbeoordeling raadpleegt de opleider de leden van de opleidingsgroep waarvan de opleider deel uitmaakt.
3.
De opleider ziet er op toe dat van een geschiktheidsbeoordeling een verslag wordt gemaakt dat de opleider met de aios bespreekt en dat onderdeel uitmaakt van het portfolio.
4.
Bij een samengestelde opleiding brengt de opleider die de aios begeleidt tijdens het deel van de opleiding in het andere medisch specialisme (vooropleiding), de geschiktheidsbeoordeling ter kennis van de opleider die de aios begeleidt tijdens het vervolg van de opleiding in het eigenlijk gekozen medisch specialisme.
5.
Indien de opleider de aios geschikt en in staat acht de opleiding voort te zetten, besluit de opleider tot voortzetting van de opleiding.
6.
Indien de opleider twijfelt over de geschiktheid van de aios de opleiding voort te zetten, kan deze besluiten tot een geïntensiveerd begeleidingstraject als bedoeld in artikel F.9.
7.
Naast de in het eerste lid genoemde beoordelingsmomenten kan de opleider tussentijds in het kader van een geïntensiveerd begeleidingstraject als bedoeld in artikel F.9. tot een extra geschiktheidsbeoordeling besluiten.
8.
Indien de opleider de aios niet geschikt en niet in staat acht de opleiding voort te zetten, besluit de opleider tot beëindiging van de opleiding en brengt de aios en de RGS schriftelijk op de hoogte van diens besluit alsmede van de datum waarop de opleiding wordt beëindigd.
9.
Besluit de opleider tot verlenging of beëindiging van de opleiding, dan wijst deze de aios op de geschillenprocedure.