Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA)
Artikel 44 Eisen ten aanzien van de procedure bij invoer uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is of uit andere gebieden in crisis- of oorlogssituaties
Geldend
Geldend van 15-07-2006 tot 22-05-2026
- Bronpublicatie:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Inwerkingtreding
15-07-2006
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
Bij de invoer in de Gemeenschap van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is en met doorvoer via landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gelden mutatis mutandis de bepalingen van titel II, met de wijzigingen en toevoegingen die in de leden 2 en 3 zijn omschreven.
2.
De volgende wijzigingen zijn van toepassing:
- a)
de uit hoofde van artikel 9 vereiste toestemming kan stilzwijgend worden verleend door de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap;
- b)
de kennisgever kan overeenkomst[lees: overeenkomstig]artikel 4 een voorafgaande schriftelijke kennisgeving toezenden;
- c)
in de in artikel 43, lid 1, onder e), genoemde gevallen, waarin er sprake is van crisissituaties, vredestichtings- en vredeshandhavingsoperaties of oorlogssituaties, vervalt de vereiste van toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending.
3.
Er moet bovendien zijn voldaan aan artikel 42, lid 3, onder b), c) en d).
4.
De overbrenging kan pas plaatsvinden wanneer:
- a)
de kennisgever schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en eventueel van doorvoer heeft ontvangen, of stilzwijgende toestemming door de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap is verleend en mag worden verondersteld, alsmede aan de gestelde voorwaarden is voldaan;
- b)
- c)
- d)
de bescherming van het milieu gewaarborgd is, overeenkomstig de eisen van artikel 49.
5.
Indien een douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap een illegale overbrenging ontdekt, stelt het hiervan terstond de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor in kennis, en deze:
- a)
stelt hiervan terstond de bevoegde autoriteit van bestemming in de Gemeenschap in kennis, waarna deze de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap inlicht; en
- b)
zorgt ervoor dat de overbrenging van de afvalstoffen wordt tegengehouden totdat de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap een besluit heeft genomen en dit schriftelijk aan de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor heeft meegedeeld.