Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/590 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1005/2009
Bijlage III Technische hulpstoffen
Geldend
Geldend vanaf 12-03-2024
- Bronpublicatie:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Inwerkingtreding
12-03-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2024, PbEU L 2024, 2024/590 (uitgifte: 20-02-2024, regelingnummer: 2024/590)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Milieurecht (V)
De processen zoals bedoeld in artikel 7 zijn de volgende:
- a)
gebruik van tetrachloorkoolstof voor de verwijdering van trichloorstikstof bij de productie van chloor en natriumhydroxide;
- b)
gebruik van tetrachloorkoolstof bij de vervaardiging van chloorrubber;
- c)
gebruik van tetrachloorkoolstof bij de vervaardiging van polyfenyleentereftalamide;
- d)
gebruik van chloorfluorkoolstof-12 bij de fotochemische synthese van perfluorpolyetherpolyperoxide-voorlopers van Z-perfluorpolyethers en bifunctionele derivaten;
- e)
gebruik van tetrachloorkoolstof bij de productie van cyclodime.
De maximumhoeveelheid ozonafbrekende stoffen die in de Unie als technische hulpstof mogen worden gebruikt, mag niet groter zijn dan 921 metrieke ton per jaar. De maximumhoeveelheid ozonafbrekende stoffen die in de Unie bij het gebruik van technische hulpstoffen mogen vrijkomen, mag niet groter zijn dan 15 metrieke ton per jaar.