Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA)
Artikel 10 Aan voorwaarden verbonden overbrenging
Geldend
Geldend van 15-07-2006 tot 22-05-2026
- Bronpublicatie:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Inwerkingtreding
15-07-2006
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer kunnen, binnen 30 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8, voorwaarden verbinden aan hun toestemming voor een aangemelde overbrenging. Deze voorwaarden kunnen gebaseerd zijn op een of meer van de in artikel 11 of 12 genoemde gronden met betrekking tot verwijdering en nuttige toepassing bestemde afvalstoffen.
2.
De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer kunnen binnen de in lid 1 genoemde termijn van 30 dagen, ook voorwaarden verbinden aan het vervoer van afvalstoffen binnen hun rechtsgebied. Deze vervoersvoorwaarden mogen niet strenger zijn dan die welke gelden voor soortgelijke overbrengingen die volledig binnen hun rechtsgebied worden afgewikkeld, en dienen in overeenstemming te zijn met de bestaande overeenkomsten, in het bijzonder met de toepasselijke internationale overeenkomsten.
3.
De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer kunnen tevens binnen de in lid 1 genoemde termijn van 30 dagen de voorwaarde stellen, dat hun toestemming wordt geacht te zijn ingetrokken wanneer de borgsom(men) en of gelijkwaardige verzekering(en) niet uiterlijk bij de aanvang van de overbrenging in werking is getreden, zoals bepaald in artikel 6, lid 3.
4.
De voorwaarden worden door de bevoegde autoriteit die ze stelt schriftelijk aan de kennisgever meegedeeld, met afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten.
De voorwaarden worden door de betrokken bevoegde autoriteit in het kennisgevingsdocument opgenomen of daar als bijlage aan toegevoegd.
5.
De bevoegde autoriteit van bestemming kan binnen de in lid 1 genoemde termijn van 30 dagen de voorwaarde stellen dat de ontvangende inrichting regelmatig input-output-gegevens en/of balansen over de in de mededeling genoemde afvalstoffen en de specifieke nuttige toepassing of verwijdering voorlegt, en wel voor de geldigheidsduur van de kennisgeving. Deze gegevens zijn door de voor de inrichting juridisch verantwoordelijke persoon ondertekend en worden binnen een maand na voltooiing van de medegedeelde operatie van nuttige toepassing of verwijdering naar de bevoegde autoriteit van bestemming gestuurd.