Einde inhoudsopgave
Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022
Artikel 3 Het niet in behandeling nemen van het verzoek
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2022
- Bronpublicatie:
07-12-2021, Stcrt. 2021, 48959 (uitgifte: 14-12-2021, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2022
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-12-2021, Stcrt. 2021, 48959 (uitgifte: 14-12-2021, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Centrale Raad van Beroep
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Staatsrecht / Rechtspraak
1.
Een verzoek om wraking wordt door de behandelend kamer niet voorgelegd aan de wrakingskamer indien het een volgend verzoek betreft en de wrakingskamer eerder wegens misbruik heeft bepaald dat zulk een verzoek niet in behandeling zal worden genomen.
2.
De behandelend kamer kan beslissen een verzoek om wraking niet voor te leggen aan de wrakingskamer indien zich evident een van de gevallen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met f, voordoet.
3.
De behandelend kamer deelt schriftelijk en met vermelding van de gronden aan partijen mede dat het verzoek niet aan de wrakingskamer wordt voorgelegd en niet in behandeling wordt genomen. Is het verzoek ter zitting gedaan, dan kan de mededeling mondeling worden gedaan en wordt deze nadien schriftelijk vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting.
4.
De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien:
- a.
het niet afkomstig is van een partij;
- b.
het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt;
- c.
het geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak belast lid van het college;
- d.
het betrekking heeft op het college als zodanig;
- e.
het een volgend verzoek ten aanzien van hetzelfde lid of dezelfde leden betreft en geen feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden;
- f.
het niet is gemotiveerd;
- g.
het evident blijk geeft van misbruik van het wrakingsmiddel.
5.
Een verzoek om wraking van een of meer leden van de wrakingskamer wordt door de wrakingskamer niet voorgelegd aan een andere wrakingskamer indien zich een van de gevallen, bedoeld in het vierde lid, voordoet.
6.
Indien de wrakingskamer beslist dat het verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen, wordt de behandeling van de zaak voortgezet. De beslissing van de wrakingskamer om het verzoek niet in behandeling te nemen wordt met vermelding van de gronden schriftelijk aan partijen medegedeeld.