Einde inhoudsopgave
Gemeentewet
Artikel 150 [Inspraakverordening]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Redactionele toelichting
Een verordening als bedoeld in lid 1, die gold voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging, behoudt haar rechtskracht tot uiterlijk twee jaar na dat tijdstip of bij eerdere intrekking van de verordening, tot de datum van intrekking.
- Bronpublicatie:
05-06-2024, Stb. 2024, 203 (uitgifte: 02-07-2024, kamerstukken: 36210)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-12-2024, Stb. 2024, 416 (uitgifte: 17-12-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
1.
De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken.
2.
Indien de raad de in het eerste lid bedoelde betrokkenheid regelt in de vorm van inspraak, dan wordt deze verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij in de verordening anders is bepaald.
3.
In de verordening worden voorwaarden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke partijen de volgende taken kunnen uitvoeren:
- a.
taken inzake de huishouding van de gemeente waarvan de raad de uitvoering aan het gemeentebestuur heeft opgedragen;
- b.
taken waarvan de uitvoering bij of krachtens een andere dan deze wet van het gemeentebestuur is gevorderd, voor zover de uitvoering van de taak door een ander dan het gemeentebestuur met het bij of krachtens die wet bepaalde niet in strijd is.