Einde inhoudsopgave
Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
Artikel 1ab [Nadere regelgeving]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
25-05-2022, Stb. 2023, 183 jo Stb. 2022, 208 (uitgifte: 08-06-2022, kamerstukken: 36006)
10-05-2023, Stb. 2023, 183 jo Stb. 2022, 208 (uitgifte: 07-06-2023, kamerstukken: 35261)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-10-2024, Stb. 2024, 321 (uitgifte: 05-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Rechtspraak
1.
Voor zover deze onderwerpen niet in deze wet zijn geregeld, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld betreffende:
- a.
benoeming, plaatsing en beëdiging;
- b.
salaris, bezoldiging en andere financiële arbeidsvoorwaarden;
- c.
arbeidsduur, werktijd en werkverdeling;
- d.
vakantie en verlof;
- e.
arbeidsgezondheidskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid;
- f.
ontslag, herplaatsing, schorsing en disciplinaire maatregelen ten aanzien van niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding;
- g.
rechten en plichten bij reorganisatie;
- h.
voorzieningen in geval van werkloosheid;
- i.
ambtskostuum;
- j.
installatie;
- k.
de gevallen waarin berichten inzake de rechtspositie van de rechterlijk ambtenaar in afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht uitsluitend elektronisch verzonden behoeven te worden en de voorwaarden die daarbij in acht worden genomen;
- l.
bescherming bij de arbeid;
- m.
overige rechten en verplichtingen.
2.
De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld met inachtneming van de onafhankelijkheid van de voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren.