Einde inhoudsopgave
Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
Artikel 20 Langdurend re-integratieverlof
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Redactionele toelichting
Deze wijziging heeft geen gevolgen ten aanzien van beslissingen tot het verlenen van kortdurend re-integratieverlof of langdurend re-integratieverlof die zijn genomen voor 01-01-2025 en die zien op verlof na 1 januari 2025. Deze regeling zoals deze luidde voor 01-01-2025 blijft in deze gevallen van toepassing.
- Bronpublicatie:
14-11-2024, Stcrt. 2024, 38271 (uitgifte: 25-11-2024, regelingnummer: 5890676)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-11-2024, Stcrt. 2024, 38271 (uitgifte: 25-11-2024, regelingnummer: 5890676)
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Penitentiair recht / Algemeen
Strafprocesrecht (V)
1.
Langdurend re-integratieverlof wordt een keer per kwartaal van een lopend kalenderjaar verleend.
2.
Langdurend re-integratieverlof eindigt niet op dezelfde dag waarop het is aangevangen en duurt ten hoogste een aaneengesloten periode van 76 uur en ten hoogste drie nachten, waarbij de directeur zorg draagt voor een geleidelijke opbouw van het verlof.
3.
Een gedetineerde komt in aanmerking voor langdurend re-integratieverlof indien een voorafgaand kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk zonder incidenten is verlopen.
4.
Indien gedurende de in het eerste lid genoemde periode kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk aan een gedetineerde is verleend, wordt een verzoek van een gedetineerde om langdurend re-integratieverlof voor hetzelfde doel tijdens dezelfde periode afgewezen.
5.
In geval van een vrijheidsstraf tot en met zes jaar komt een gedetineerde op zijn vroegst in aanmerking voor langdurend re-integratieverlof indien:
- 1°
ten minste vier maanden van de onvoorwaardelijk opgelegde straf is ondergaan dan wel, in geval de veroordeling nog niet onherroepelijk is, de duur van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd ten minste gelijk is aan vier maanden;
- 2°
ten minste de helft van de vrijheidsstraf is ondergaan, en
- 3°
er sprake is van een periode van maximaal twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling kan aanvangen.
6.
In geval van een vrijheidsstraf langer dan zes jaar wordt het aantal maanden dat een gedetineerde op zijn vroegst in aanmerking komt voor langdurend re-integratieverlof voorafgaand aan het moment waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling kan aanvangen, berekend volgens de volgende formule:
twaalf maanden + (anderhalve maand x het aantal volle jaren boven 6 jaar vrijheidsstraf).
7.
De directeur of de selectiefunctionaris kan vanwege zwaarwegende en uitzonderlijke redenen afwijken van het eerste lid en het tweede lid waarbij de duur van het verlof tot maximaal 196 uur en ten hoogste acht nachten kan worden vastgesteld en van het derde en vierde lid. In ieder geval is van een zwaarwegende en uitzonderlijke reden sprake indien voor het volgen van een door de Erkenningscommissie justitiële interventies erkende interventie langdurend re-integratieverlof strikt noodzakelijk is.