Einde inhoudsopgave
Wet handhaving consumentenbescherming
Artikel 8a.1 [Beoordeling]
Geldend
Geldend vanaf 28-06-2025
- Bronpublicatie:
08-04-2024, Stb. 2024, 87 (uitgifte: 15-04-2024, kamerstukken: 36380)
- Inwerkingtreding
28-06-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
09-11-2024, Stb. 2024, 341 (uitgifte: 13-11-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
1.
Indien een dienstverlener als bedoeld in artikel 8.15 een beroep doet op artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voert hij een beoordeling uit om te kunnen bepalen of het naleven van de van toegankelijkheidsvoorschriften, bedoeld in bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel g, van richtlijn (EU) 2019/882 tot een fundamentele wijziging leidt, of overeenkomstig de desbetreffende criteria in bijlage VI van die richtlijn, een onevenredige last oplevert.
2.
Indien het beroep, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op artikel 230fc, tweede lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voert de betrokken dienstverlener een nieuwe beoordeling uit ten minste een keer per vijf jaar en verder indien sprake is van:
- a.
een wijziging van de aangeboden dienst; of
- b.
een verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten om een nieuwe beoordeling.
3.
De betrokken dienstverlener documenteert de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, en bewaart alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat de e-handelsdienst op de markt is verleend. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten verstrekt de betrokken dienstverlener een exemplaar van de beoordeling.
4.
Iedere dienstverlener die een beroep doet op artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt daarover informatie aan de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten.