Einde inhoudsopgave
Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 4.41 Doorschuiving op verzoek (mogelijk ontstaan fictief aanmerkelijk belang)
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
17-12-2025, Stb. 2025, 445 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36813)
- Inwerkingtreding
01-01-2026, terugwerkend tot: 01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-12-2025, Stb. 2025, 445 (uitgifte: 23-12-2025, kamerstukken: 36813)
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
1
Op verzoek van de belastingplichtige wordt het voordeel uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in artikel 3.55 niet in aanmerking genomen. Artikel 3.55, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
2
Op verzoek van de belastingplichtige wordt het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel d, niet in aanmerking genomen in het geval van een splitsing van een rechtspersoon mits de splitsende en de verkrijgende rechtspersoon in Nederland zijn gevestigd, of in de zin van artikel 3.55, vijfde lid in een lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd. Artikel 3.56, vierde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
3
Op verzoek van belastingplichtige wordt het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel d, niet in aanmerking genomen in het geval van een juridische fusie, mits de verdwijnende en de verkrijgende rechtspersoon in Nederland zijn gevestigd, of in de zin van artikel 3.55, vijfde lid in een lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd. Artikel 3.57, vierde, zesde en zevende lid is van overeenkomstige toepassing. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel g, indien sprake is van een overgang onder algemene titel van het vermogen van een verdwijnende vennootschap naar een verkrijgende vennootschap waarbij de belastingplichtige ten tijde van de fusie onmiddellijk alle aandelen in de verdwijnende en de verkrijgende vennootschap houdt en in het kader van de fusie geen aandelen worden toegekend.
4.
De in de vorige leden bedoelde mogelijkheid het voordeel niet in aanmerking te nemen, geldt niet voor een in het kader van de aandelenfusie, splitsing of juridische fusie genoten bijbetaling.