Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG
Bijlage VII Regels en standaardmodel voor de indiening van de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing
Geldend
Geldend vanaf 07-05-2025
- Bronpublicatie:
14-04-2025, PbEU L 2025, 2025/872 (uitgifte: 06-05-2025, regelingnummer: 2025/872)
- Inwerkingtreding
07-05-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-04-2025, PbEU L 2025, 2025/872 (uitgifte: 06-05-2025, regelingnummer: 2025/872)
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Europees belastingrecht / Administratieve bijstand en invordering
Europees belastingrecht (V)
Deel I. Definities
Voor de toepassing van deze bijlage gelden de volgende definities:
- 1)
‘Uitvoerende lidstaat’: een lidstaat die voor het gegeven Te rapporteren verslagjaar een gekwalificeerde regel inzake inkomeninclusie (IIR) of een gekwalificeerde regel inzake onderbelaste winst (UTPR), zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 18) respectievelijk 43), van Richtlijn (EU) 2022/2523, of beide heeft uitgevoerd;
- 2)
‘Lidstaat die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing toepast’: een lidstaat die voor het gegeven Te rapporteren verslagjaar enkel een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 28), van Richtlijn (EU) 2022/2523 heeft ingevoerd;
- 3)
‘Aangifte met informatie betreffende de bijheffing’: de informatieaangifte die wordt ingediend door een uiteindelijke moederentiteit, een aangewezen indienende entiteit, een aangewezen lokale entiteit of een groepsentiteit waarvoor een standaardmodel is opgenomen in deel IV van deze bijlage;
- 4)
‘Algemeen deel’: het deel van de aangifte met informatie betreffende de bijheffing dat algemene informatie bevat over de MNO-groep als geheel, met inbegrip van haar vennootschapsstructuur en een samenvatting op hoog niveau van de toepassing van Richtlijn (EU) 2022/2523, en dat overeenkomt met deel 1 van het standaardmodel voor de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing;
- 5)
‘Jurisdictiedeel’: de delen van de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing die informatie bevatten over de gedetailleerde toepassing van de gekwalificeerde IIR, de gekwalificeerde UTPR en de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing met betrekking tot elke jurisdictie waar de MNO-groep actief is, en die overeenkomen met de delen 2 en 3 van het standaardmodel voor de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing;
- 6)
‘Te rapporteren verslagjaar’: het verslagjaar waarop de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing betrekking heeft.
Deel II. Indieningsvereisten
De groepsentiteit die de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing indient, moet vaststellen welke delen moeten worden verspreid aan welke lidstaten op grond van de in artikel 8 bis sexies bepaalde verspreidingsaanpak.
Deel III. Formaat voor indiening en uitwisseling van gegevens voor omvangrijke binnenlandse groepen met joint ventures
Wanneer een moederentiteit van een omvangrijke binnenlandse groep een direct of indirect eigendomsbelang heeft in een joint venture of in een met een joint venture gelieerde partij die onderworpen is aan een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de omvangrijke binnenlandse groep is gevestigd, gebruikt die omvangrijke binnenlandse groep het in afdeling IV van deze bijlage opgenomen standaardmodel voor de Aangifte met informatie betreffende de bijheffing.
In de in de eerste alinea bedoelde gevallen nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat artikel 8 bis sexies, lid 2, en artikel 9 bis van toepassing zijn.
Deel IV. Gegevenspunten
1. Informatie over de mno-groep
1.1. Identificatie van de indienende groepsentiteit
1. De uiteindelijke moederentiteit (UME) is de indienende groepsentiteit | 2. Naam van de indienende groepsentiteit | 3. Fiscaal identificatie-nummer | 4. Rol | 5. Jurisdictie waar de indienende groepsentiteit is gevestigd | 6. Ontvangende jurisdicties voor informatie-uitwisseling (indien relevant) |
|---|---|---|---|---|---|
Ja/nee |
1.2. Algemene informatie over de MNO-groep
1.2.1. MNO-groep en Te rapporteren verslagjaar
1. Naam van de MNO-groep | 2. Begindatum van het Te rapporteren verslagjaar | 3. Einddatum van het Te rapporteren verslagjaar | 4. Gewijzigde aangifte |
|---|---|---|---|
Ja/nee |
1.2.2. Algemene informatie met betrekking tot de financiële verslaglegging van de MNO-groep
1. Geconsolideerde jaarrekening van de UME (soort) | 2. Voor de geconsolideerde jaarrekening van de UME gebruikte standaard voor financiële verslaglegging | 3. Voor de geconsolideerde jaarrekening van de UME gebruikte rapportagevaluta (ISO-code) |
|---|---|---|
1.3. Vennootschapsstructuur
1.3.1. Uiteindelijke moederentiteit
1. Jurisdictie van de UME | |
2. Toepasselijke regels? | |
3. Naam van de UME | |
4. Fiscaal identificatienummer (FIN) van de UME | |
5. FIN van de UME in de jurisdictie van indiening (indien anders, en indien van toepassing) | |
6. Status voor de toepassing van de regels | |
7. Indien de UME een uitgesloten entiteit is — soort | |
8. De jurisdictie waar een moederentiteit met dubbele vestigingsplaats wordt geacht onderworpen te zijn aan gekwalificeerde IIR (indien op basis van de regels die moederentiteit wordt geacht gevestigd te zijn in een andere jurisdictie waar zij niet onderworpen is aan gekwalificeerde IIR) (indien van toepassing) |
1.3.2. Groepsentiteiten (anders dan de UME) en leden van jointventuregroepen
1.3.2.1. Groepsentiteiten en leden van jointventuregroepen
Wijzigingen | 1. Wijzigingen ten opzichte van het voorgaande Te rapporteren verslagjaar? | Ja/nee |
Jurisdictie | 2. Jurisdictie | |
3. Toepasselijke regels? | ||
Identificatie van de groepsentiteit, joint venture of met een joint venture gelieerde partij | 4. Naam van de groepsentiteit, joint venture of met een joint venture gelieerde partij | |
5. FIN | ||
6. FIN voor de jurisdictie van indiening (indien van toepassing) | ||
7. Status voor de toepassing van de regels | ||
Eigendomsstructuur van de groepsentiteit, de joint venture of de met een joint venture gelieerde partij | Voor elke entiteit die eigendomsbelangen heeft in de groepsentiteit, de joint venture of de met een joint venture gelieerde partij:
| |
Indien de groepsentiteit een partieel gehouden moederentiteit of een tussenliggende moederentiteit is, moet de entiteit een gekwalificeerde IIR toepassen? | 11. Status van de moederentiteit | |
12. Indien de tussenliggende moederentiteit geen IIR toepast omdat de UME is onderworpen aan een gekwalificeerde IIR of omdat er een andere tussenliggende moederentiteit is die een zeggenschapsbelang in de UME houdt en is onderworpen aan een gekwalificeerde IIR, identificeer de UME of de andere tussenliggende moederentiteit (FIN) | ||
13. Indien de partieel gehouden moederentiteit geen IIR toepast omdat een andere partieel gehouden moederentiteit die is onderworpen aan een gekwalificeerde IIR 100 % van haar eigendomsbelangen bezit, identificeer welke andere partieel gehouden moederentiteit verplicht is een gekwalificeerde IIR toe te passen (FIN) | ||
Is de UTPR van toepassing op de entiteit? | 14. Is het beginstadium van de internationale activiteit van toepassing? | Ja/nee |
15. Geaggregeerde eigendomsbelangen (respectievelijk het toerekenbare deel van de bijheffing) van moederentiteiten die een gekwalificeerde IIR moeten toepassen op de groepsentiteit (respectievelijk het lid van de jointventuregroep) (in %) | ||
16. Zijn de eigendomsbelangen van de UME in de groepsentiteit (respectievelijk het aan de UME toerekenbare deel van de bijheffing voor het lid van de jointventuregroep) groter dan de geaggregeerde eigendomsbelangen (respectievelijk het toerekenbare deel) van moederentiteiten die verplicht zijn een gekwalificeerde IIR toe te passen in die groepsentiteit (respectievelijk het lid van de jointventuregroep)? | Ja/nee |
1.3.2.2. Uitgesloten entiteiten
1. Wijzigingen ten opzichte van het voorgaande Te rapporteren verslagjaar? | Ja/nee |
2. Naam van de uitgesloten entiteit | |
3. Soort uitgesloten entiteit |
1.3.3. Wijzigingen in de vennootschapsstructuur die zich hebben voorgedaan tijdens het Te rapporteren verslagjaar
Zijn wijzigingen in de vennootschapsstructuur die zich tijdens het Te rapporteren verslagjaar hebben voorgedaan, niet gerapporteerd omdat ze geen invloed hebben gehad op de berekening van het effectieve belastingtarief of op de berekening of toerekening van de bijheffing? | Ja/nee | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. Naam van de groepsentiteit (of een andere entiteit van de MNO-groep) of het lid van de jointventuregroep | 2. FIN | 3. Datum van de wijziging | 4. Status vóór de wijziging | 5. Status na de wijziging | 6. Entiteiten die voor of na de wijziging eigendomsbelangen hadden in die groepsentiteit (of andere entiteit) of dat lid van een jointventuregroep | 7. In die groepsentiteit (of andere entiteit) of dat lid van een jointventuregroep aangehouden eigendomsbelangen vóór de wijziging (%) | 8. In die groepsentiteit (of andere entiteit) of dat lid van een jointventuregroep aangehouden eigendomsbelangen na de wijziging (%) | |
1.4. Samenvatting op hoog niveau
1. Naam van de jurisdictie | 2. Soort subgroep (indien van toepassing) | 3. Identificatie van de subgroep (indien van toepassing) | 4. Na(a)m(en) van de jursidictie(s) met heffingsbevoegdheid | 5. Veilige haven of uitsluiting toegepast? | 6. Effectief belastingtarief (bandbreedte) | 7. Heeft de toepassing van de op substance gebaseerde inkomensuitzondering geresulteerd in een bijheffing van nul? | 8. Verschuldigde bijheffing (gekwalificeerde binnenlandse bijheffing) — bandbreedte | 9. Verschuldigde bijheffing (gekwalificeerde IIR/ gekwalificeerde UTPR) — bandbreedte |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
[Voeg de relevante optie in] | [Voeg de relevante optie in] | Ja/nee | [Voeg de relevante optie in] | [Voeg de relevante optie in] |
2. Veilige havens en uitsluitingen voor een jurisdictie
2.1. Kenmerken van de jurisdictie
1. Naam van de jurisdictie | |
2. Soort subgroep (indien van toepassing) | |
3. Identificatie van de subgroep (indien van toepassing) | |
4. Jurisdictie met heffingsbevoegdheid | |
5. Bestaan van te rapporteren verschillen (ja/nee) |
2.2. Uitzonderingen die van toepassing zijn op deze jurisdictie (bijheffing verlaagd tot nul)
2.2.1. Keuze van veilige haven voor een jurisdictie
2.2.1.1. Keuze van veilige haven
1. Gekozen veilige haven | [Voeg de relevante optie in] |
2.2.1.2. Permanente veilige havens
□ Vereenvoudigde berekening voor niet-materiële groepsentiteiten
1. Totale opbrengsten van alle niet-materiële groepsentiteiten in de jurisdictie | 2. Geaggregeerde vereenvoudigde belasting van alle niet-materiële groepsentiteiten in de jurisdictie | |
|---|---|---|
a. Te rapporteren verslagjaar | ||
b. 1e voorgaande verslagjaar (indien van toepassing) | n.v.t. | |
c. 2e voorgaande verslagjaar (indien van toepassing) | n.v.t. | |
d. Gemiddelde over de drie verslagjaren (indien van toepassing) | n.v.t. |
2.2.1.3. Veilige overgangshavens
a) Veilige overgangshavens (rapportage per land)
1. Totale opbrengsten | |
2. Winst (verlies) vóór inkomstenbelasting | |
3. Vereenvoudigde betrokken belastingen |
b) Veilige UTPR-overgangshaven
1. Tarief van de vennootschapsbelasting |
2.2.2. Keuze voor de de-minimisuitzondering
- □
Keuze voor toepassing van de de-minimisuitzondering voor het Te rapporteren verslagjaar
- □
Vereenvoudigde berekeningen voor niet-materiële groepsentiteiten — groepsentiteiten die geen niet-materiële groepsentiteiten zijn
1. Opbrengsten (jaarrekening)
2. Kwalificerende opbrengsten
3. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging
4. Kwalificerend inkomen of verlies
a. Te rapporteren verslagjaar
b. 1e voorgaande verslagjaar (indien van toepassing)
c. 2e voorgaande verslagjaar (indien van toepassing)
d. Gemiddelde over de drie verslagjaren
2.3. MNO-groep in het beginstadium van de internationale activiteit (indien van toepassing)
1. Eerste dag van het eerste verslagjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt | |
2. Referentiejurisdictie | |
3. Nettoboekwaarde van de materiële activa in de referentiejurisdictie voor het verslagjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt | |
4. Aantal jurisdicties waar de MNO-groep groepsentiteiten heeft voor het verslagjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt | |
5. Materiële activa van groepsentiteiten buiten de referentiejurisdictie voor het verslagjaar waarin de MNO-groep aanvankelijk onder de toepassing van de regels valt | a. Jurisdictie |
b. Nettoboekwaarde van de materiële activa van alle groepsentiteiten die binnen elke jurisdictie zijn gevestigd | |
6. Aantal jurisdicties waar de MNO-groep groepsentiteiten heeft tijdens het Te rapporteren verslagjaar | |
7. Som van de nettoboekwaarden van materiële activa van alle groepsentiteiten die zijn gevestigd in andere jurisdicties dan de referentiejurisdictie gedurende het Te rapporteren verslagjaar |
3. Berekeningen
3.1. Kenmerken van de jurisdictie
1. Naam van de jurisdictie | |
2. Soort subgroep (indien van toepassing) | |
3. Identificatie van de subgroep (indien van toepassing) voor de berekening van het effectieve belastingtarief en de bijheffing | |
4. Jurisdictie met heffingsbevoegdheid | |
5. Effectief belastingtarief | |
6. Aangepaste betrokken belastingen | |
7. Kwalificerend netto-inkomen of -verlies | |
8. Op substance gebaseerde inkomensuitzondering | |
9. Aanvullende bijheffing in het lopende jaar | |
10. Bedrag van de bijheffing op grond van de nationale wetgeving | |
11. Keuze | |
12. Geaggregeerde belastinglasten van het lopende jaar met betrekking tot betrokken belastingen na toerekening van betrokken belastingen van bepaalde soorten groepsentiteiten | |
13. Gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden (belastinglasten) | |
14. Andere belastingtegoeden (belastinglasten) | |
15. Bedrag van de uitgestelde belastinglast | |
16. Gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden (inkomen) | |
17. Overdracht van overtollige negatieve belastinglasten | |
18. Overgangsregels |
3.2. Berekening van het effectieve belastingtarief
3.2.1. Effectief belastingtarief
a. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging | b. Kwalificerend netto-inkomen of -verlies | c. Lasten uit hoofde van winstbelastingen | d. Aangepaste betrokken belastingen | e. Effectief belastingtarief |
|---|---|---|---|---|
[A] | [B] | [C]=[B]/[A] |
3.2.1.1. Berekening van het kwalificerende inkomen of verlies
1. Geaggregeerd netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging na toerekeningen (alle groepsentiteiten in de jurisdictie) | |
2. Aanpassingen | Nettobedrag |
a) Nettobelastinglast | |
b) Uitgesloten dividenden | |
c) Uitgesloten vermogenswinst of -verlies | |
d) Inbegrepen winst of verlies op basis van de herwaarderingsmethode | |
e) Uitgesloten winst of verlies uit vervreemding van activa en verplichtingen wegens reorganisatie | |
f) Asymmetrische winst of verlies uit wisselkoersverschillen | |
g) Beleidshalve niet-toegestane lasten | |
h) Fouten in een voorgaande periode | |
i) Wijzigingen in verslagleggingsbeginselen | |
j) Last voor opgebouwd pensioen | |
k) Schuldkwijtscheldingen | |
l) Aandelengerelateerde vergoeding | |
m) Aanpassingen op grond van het zakelijkheidsbeginsel | |
n) Gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed of verhandelbaar overdraagbaar belastingtegoed | |
o) Keuze voor winsten en verliezen op basis van het realisatiebeginsel | |
p) Keuze voor gecorrigeerde winst met betrekking tot activa | |
q) Last van intragroepsfinancieringsregeling | |
r) Keuze voor intragroepstransacties in dezelfde jurisdictie | |
s) Aan polishouders in rekening gebrachte belastingen voor verzekeringsmaatschappijen | |
t) Toename/afname van het eigen vermogen toegerekend aan betaalde/te betalen of ontvangen/te ontvangen uitkeringen van aanvullend tier 1- en beperkt tier 1-kapitaal. | |
u) Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten | |
v) Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die een doorstroomentiteit is | |
w) Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime | |
x) Keuze voor de methode van belastbare uitkering | |
y) Inkomen uit internationale scheepvaart | |
z) Transacties tussen groepsentiteiten | |
3. Kwalificerend netto-inkomen of -verlies van de jurisdictie |
3.2.1.2. Berekening van aangepaste betrokken belastingen
a) Totale aangepaste betrokken belastingen
1. Geaggregeerde belastinglast in het lopende jaar met betrekking tot betrokken belastingen na toerekeningen (alle groepsentiteiten in de jurisdictie) | |
2. Aanpassingen | Nettobedrag |
a) Betrokken belastingen die in de financiële rekeningen zijn opgebouwd als een last in de winst vóór belastingen | |
b) Uitgestelde belastingvorderingen voor een kwalificerend verlies dat is vastgesteld of gebruikt | |
c) Betrokken belastingen met betrekking tot een onzekere belastingsituatie die in het voorgaande jaar is opgenomen als een vermindering van de betrokken belastingen | |
d) Gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden die zijn opgenomen als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar | |
e) Gekwalificeerde doorstroombelastingtegoeden van gekwalificeerde eigendomsbelangen | |
f) Belastinglasten van het lopende jaar over inkomen dat is uitgesloten van het kwalificerende inkomen of verlies | |
g) Niet-gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden, niet-verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden of andere belastingtegoeden die niet zijn opgenomen als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar | |
h) Terugbetaalde of verrekende betrokken belastingen (uitgezonderd gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden) die niet als een aanpassing van belastinglasten van het lopende jaar zijn aangemerkt | |
i) Belastinglasten van het lopende jaar ter zake van een onzekere belastingsituatie | |
j) Belastinglasten van het lopende jaar die naar verwachting niet binnen drie jaar na afloop van het Te rapporteren verslagjaar zullen worden betaald | |
k) Aanpassingen na indiening | |
l) Betrokken belastingen met betrekking tot nettowinst of -verlies op activa | |
m) Vermindering van de betrokken belastingen van de UME die een doorstroomentiteit is | |
n) Betrokken belastingen voor het kwalificerende inkomen van de UME dat wordt verminderd uit hoofde van een aftrekbaardividendregime | |
o) Fictieve inhouding | |
p) Keuze voor de methode van belastbare uitkering | |
q) Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen | |
r) Toename of afname van betrokken belastingen die zijn opgenomen in het eigen vermogen of de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot bedragen die zijn opgenomen in het kwalificerende inkomen of verlies dat zal worden onderworpen aan belasting uit hoofde van lokale belastingregels | |
s) Overdracht van ontstane overtollige negatieve belastinglasten | |
t) Afname van betrokken belastingen (maar niet tot onder nul) met het resterende saldo van de overdracht van overtollige negatieve belastinglasten | |
3. Aangepaste betrokken belastingen |
b) Overdracht van overtollige negatieve belastinglasten
1. Saldo van voorgaande jaren | [A] |
2. Overdracht van in het Te rapporteren verslagjaar ontstane overtollige negatieve belastinglasten | [B] |
3. Overdracht van voor het Te rapporteren verslagjaar gebruikte overtollige negatieve belastinglasten | [C] |
4. Overdracht van resterende overtollige negatieve belastinglasten voor latere jaren | [D]=[A]+[B]−[C] |
c) Berekening voor een samengevoegd fiscaal overgangsregime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen (indien van toepassing)
1. Jurisdicties van gecontroleerde buitenlandse vennootschappen | 2. Subgroep | 3. Geaggregeerde belastingen die aan die subgroep zijn toegewezen in het kader van een samengevoegd fiscaal regime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen |
|---|---|---|
Totaal | ||
3.2.2. Berekeningen op basis van jurisdictie inzake de opname van uitgestelde belastingen
3.2.2.1. Aanpassingen voor uitgestelde belastingen
a) Samenvatting op hoog niveau
1. Uitgestelde belastinglast voor de toepassing van de regels vóór herberekening en aanpassingen | a) Uitgestelde belastinglast van het lopende jaar in de financiële rekeningen | [A] |
b) Uitgestelde belastinglast met betrekking tot activa of verplichtingen waarvan de boekwaarde op basis van de regels verschilt van de boekwaarde in de financiële verslaglegging | [B] | |
c) Uitgestelde belastinglast op basis van de boekwaarde van activa of verplichtingen zoals bepaald op basis van de regels | [C] | |
d) Uitgestelde belastinglast voor de toepassing van de regels vóór herberekening en aanpassingen | [D]=[A]−[B]+[C] | |
2. Totaalbedrag van de aanpassingen | [E] | |
3. Herberekening van de uitgestelde belastinglast tegen het minimumbelastingtarief | e) Uitgestelde belastinglast voor de toepassing van de regels vóór herberekening | [F]=[D]+[E] |
f) Verschil tussen uitgestelde belastinglast opgenomen tegen een lager belastingtarief dan het minimumbelastingtarief en herberekend tegen het minimumbelastingtarief | [G] | |
g) Verschil tussen uitgestelde belastinglast opgenomen tegen een hoger belastingtarief dan het minimumbelastingtarief en herberekend tegen het minimumbelastingtarief | [H] | |
4. Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen | [I]=[F]+[G]−[H] | |
b) Opsplitsing van de aanpassingen
1. Aanpassingen voor uitgestelde belastinglasten | Nettobedrag |
a) Uitgestelde belastinglasten ter zake van bestanddelen die niet zijn meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies | |
b) Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-toegestane belastingopbouw | |
c) Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-gebruikte belastingopbouw | |
d) Waarderingsaanpassing of aanpassing van de financieel administratieve verwerking ter zake van een uitgestelde belastingvordering | |
e) Uitgestelde belastinglasten die voortvloeien uit een herwaardering ter zake van een wijziging in het belastingtarief | |
f) Uitgestelde belastinglasten ter zake van het ontstaan en het gebruik van belastingtegoeden | |
g) Vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht of fictieve vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht | |
h) In de loop van het verslagjaar betaalde niet-toegestane belastingopbouw of niet-gebruikte belastingopbouw | |
i) In de loop van het verslagjaar betaalde teruggenomen uitgestelde belastingverplichting | |
j) Verwerking van een uitgestelde belastingvordering voor een verlies dat niet in de financiële rekeningen is opgenomen | |
k) Aanpassing voor uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verlaging van het belastingtarief | |
l) Aanpassing voor uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verhoging van het belastingtarief | |
m) Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten | |
n) Uitgestelde belastinglasten van de UME die een doorstroomentiteit is | |
o) Uitgestelde belastinglasten van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime | |
p) Aanpassing voor uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit transacties tussen groepsentiteiten | |
2. Totaalbedrag van de aanpassingen | [E] |
c) Achterwaartse verliesverrekeningen
1. Fictieve uitgestelde belastingvorderingen die toerekenbaar zijn aan achterwaartse verliesverrekeningen | 2. Terugbetaalde betrokken belastingen die toerekenbaar zijn aan achterwaartse verliesverrekeningen | |
|---|---|---|
a. Aan het voorgaande verslagjaar X toegerekende bedrag | ||
b. Aan het voorgaande verslagjaar Y enz. toegerekende bedrag | ||
c. Totaal |
3.2.2.2. Terugneemmechanisme
a) Jaarlijks bedrag aan uitgestelde belastingverplichtingen onderworpen aan de terugneemregel
1. Bedrag aan uitgestelde belastingverplichtingen onderworpen aan de terugneemregel waarop aanspraak wordt gemaakt in het vijfde verslagjaar voorafgaand aan het Te rapporteren verslagjaar | |
2. Bedrag van de teruggenomen uitgestelde belastingverplichting bepaald in het Te rapporteren verslagjaar met betrekking tot het vijfde verslagjaar voorafgaand aan het Te rapporteren verslagjaar | |
3. Bedrag aan uitgestelde belastingverplichtingen onderworpen aan de terugneemregel waarop aanspraak wordt gemaakt voor het Te rapporteren verslagjaar |
b) Terugneemrekeningen voor geaggregeerde uitgestelde belastingverplichtingen
1. Te rapporteren verslagjaar | 2. Voorgaand verslagjaar | |
|---|---|---|
a. Bedrag uitgestelde belastingverplichtingen vóór het overgangsjaar | ||
b. Bedrag van het uitstaande saldo | ||
c. Bedrag van het ongerechtvaardigde saldo |
3.2.2.3. Overgangsregels
1. Overgangsjaar |
a) Uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen aan het begin van het overgangsjaar
Uitgestelde belastingverplichtingen | |||
1. Uitgestelde belastingverplichtingen aan het begin van het overgangsjaar | 2. Uitgestelde belastingverplichtingen herberekend tegen het minimumbelastingtarief (indien van toepassing) | ||
Uitgestelde belastingvorderingen | |||
3. Uitgestelde belastingvorderingen aan het begin van het overgangsjaar | 4. Uitgestelde belastingvorderingen herberekend tegen het minimumbelastingtarief (indien van toepassing) | 5. Uitgestelde belastingvorderingen die voortvloeien uit uitgesloten posten | 6. Uitgestelde belastingvorderingen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de regels |
[A] | [B] | [C] | [D] = [[A] of [B], indien van toepassing] — [C] |
b) Overdracht van activa na 30 november 2021 en voor het begin van een overgangsjaar
1. Jurisdictie van de vervreemdende entiteit | 2. In verband met de transactie(s) betaalde belasting | 3. Netto uitgestelde belastingvordering of -verplichting in de jaarrekening van de vervreemdende groepsentiteit(en) | 4. Boekwaarde van de overgedragen activa voor de toepassing van de regels | 5. Netto uitgestelde belastingvorderingen of -verplichtingen worden bepaald ter zake van de overgedragen activa voor de toepassing van de regels voor (de) verwervende groepsentiteit(en) |
|---|---|---|---|---|
3.2.3. Keuze op basis van jurisdictie(s) (indien van toepassing)
3.2.3.1. Keuze op basis van jurisdictie(s)
a) Keuze
1. Jaarlijkse keuzen | ||||
a. Keuze voor geaggregeerde vermogenswinst | □ | |||
b. Keuze voor daling van de betrokken belastingen die van geen materieel belang is | □ | |||
c. Keuze om de op substance gebaseerde inkomensuitzondering niet toe te passen | □ | |||
d. Overdracht van negatieve belastinglasten | □ | |||
2. Vijfjaarlijkse keuzen | 3. Keuzejaar | 4. Jaar van herroeping | ||
e. Keuze voor opneming van investeringen in eigen vermogen | ||||
f. Keuze voor aandelengerelateerde vergoeding | ||||
g. Keuze voor het realisatiebeginsel | ||||
h. Keuze voor intragroepstransacties | ||||
i. Keuze om grensoverschrijdende uitgestelde belasting niet toe te rekenen | ||||
5. Andere keuzen | 6. Keuzejaar | 7. Jaar van herroeping | ||
j. Keuze met betrekking tot kwalificerend verlies | ||||
b) Informatievereisten in verband met de keuze op basis van jurisdictie()
1. Opneming van vermogenswinst of -verlies in verband met de keuze voor opneming van aandelenbeleggingen | |
2. Saldo van de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang van voorgaande jaren | [A] |
3. Aanvullingen op de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang | [B] |
4. Verminderingen op de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang | [C] |
5. Uitstaand saldo van de belegging van de eigenaar in een gekwalificeerd eigendomsbelang | [D]=[A]+[B]−[C] |
3.2.3.2. Keuze voor fictieve inhoudingen
1. Keuze voor fictieve inhoudingen | □ |
a) Terugneemmechanisme
1. Verslagjaar | 2. Bedrag van de fictieve inhouding | 3. Betaalde of gebruikte fictieve inhouding | 4. Uitstaand saldo op een terugneemrekening voor fictieve inhoudingen | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
3e voorgaande verslagjaar | 2e voorgaande verslagjaar | 1e voorgaande verslagjaar | Te rapporteren verslagjaar | |||
4e voorgaande verslagjaar | ||||||
3e voorgaande verslagjaar | Niet van toepassing | |||||
2e voorgaande verslagjaar | Niet van toepassing | Niet van toepassing | ||||
1e voorgaande verslagjaar | Niet van toepassing | Niet van toepassing | Niet van toepassing | |||
Te rapporteren verslagjaar | Niet van toepassing | Niet van toepassing | Niet van toepassing | Niet van toepassing | Niet van toepassing | |
b) Herberekening van het effectieve belastingtarief en de bijheffing
1. Vermindering van de aangepaste betrokken belastingen voor een voorgaand verslagjaar | 2. Aanvullende bijheffing | 3. Vervreemdingsterugneemratio |
|---|---|---|
[A] | [B] | [C] |
3.2.4. Berekeningen voor groepsentiteiten
a) Keuze voor het vereenvoudigde overgangskader voor rapportage op basis van jurisdictie
1. Kiest de MNO-groep ervoor om het vereenvoudigde overgangskader voor de rapportage op basis van jurisdictie toe te passen? | Ja/nee |
b) Geaggregeerde rapportage voor fiscaal geconsolideerde groepen
1. Fiscaal geconsolideerde groep (FIN) | 2. Geconsolideerde entiteiten (FIN) |
|---|---|
3.2.4.1. Kwalificerend inkomen of verlies
a) Aanpassingen van het netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging
1. Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | ||
2. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging na toerekeningen | ||
3. Aanpassingen | Vermeerderingen | Verminderingen |
a) Nettobelastinglast | ||
b) Uitgesloten dividenden | ||
c) Uitgesloten vermogenswinst of -verlies | ||
d) Inbegrepen winst of verlies op basis van de herwaarderingsmethode | ||
e) Uitgesloten winst of verlies uit vervreemding van activa en verplichtingen wegens reorganisatie | ||
f) Asymmetrische winst of verlies uit wisselkoersverschillen | ||
g) Beleidshalve niet-toegestane lasten | ||
h) Fouten in een voorgaande periode | ||
i) Wijzigingen in verslagleggingsbeginselen | ||
j) Last voor opgebouwd pensioen | ||
k) Schuldkwijtscheldingen | ||
l) Aandelengerelateerde vergoeding | ||
m) Aanpassingen op grond van het zakelijkheidsbeginsel | ||
n) Gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden | ||
o) Keuze voor winsten en verliezen op basis van het realisatiebeginsel | ||
p) Keuze voor gecorrigeerde winst met betrekking tot activa | ||
q) Last van intragroepsfinancieringsregeling | ||
r) Keuze voor intragroepstransacties in dezelfde jurisdictie | ||
s) Aan polishouders in rekening gebrachte belastingen voor verzekeringsmaatschappijen | ||
t) Toename/afname van het eigen vermogen toegerekend aan betaalde/te betalen of ontvangen/te ontvangen uitkeringen van aanvullend tier 1- en beperkt tier 1-kapitaal. | ||
u) Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten | ||
v) Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die een doorstroomentiteit is | ||
w) Vermindering van het kwalificerende inkomen van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime | ||
x) Keuze voor de methode van belastbare uitkering | ||
y) Inkomen uit internationale scheepvaart | ||
z) Transacties tussen groepsentiteiten | ||
4. Kwalificerend inkomen of verlies van de groepsentiteit of het lid van een jointventuregroep | ||
b) Grensoverschrijdende toerekening van inkomen of verlies tussen een hoofdentiteit en een vaste inrichting en van een doorstroomentiteit
1. In deze jurisdictie gevestigde groepsentiteit of leden van jointventuregroepen, of staatloze groepsentiteit (FIN) | 2. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging vóór de aanpassing | 3. Basis voor de aanpassing | 4. Ander(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | 5. Jurisdictie van de andere groepsentiteit of het andere lid van een jointventuregroep (ISO) | 6. Vermeerderingen voor deze groepsentiteit | 7. Verminderingen voor deze groepsentiteit | 8. Netto-inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging na de aanpassing |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
c) Grensoverschrijdende aanpassingen
1. Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | 2. Basis voor de aanpassing | 3. Ander(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | 4. Jurisdictie van de andere groepsentiteit (ISO) | 5. Vermeerderingen voor deze groepsentiteit | 6. Verminderingen voor deze groepsentiteit |
|---|---|---|---|---|---|
d) Aanpassingen van het kwalificerende inkomen van de UME die een doorstroomentiteit is of die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime
1. Groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) die/dat in deze jurisdictie is gevestigd (FIN) | 2. Basis voor vermindering | 3. Identificatie van houders van eigendomsbelangen of ontvangers van een dividend | 4. Rechtstreeks aangehouden eigendomsbelang (%) | 5. Verminderingen voor deze groepsentiteit |
|---|---|---|---|---|
3.2.4.2. Aangepaste betrokken belastingen
a) Aanpassingen van de belastinglasten van het lopende jaar in de financiële rekeningen
1. Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | ||
2. Belastinglasten van het lopende jaar in verband met betrokken belastingen na toerekeningen | ||
3. Aanpassingen | Vermeerderingen | Verminderingen |
a) Betrokken belastingen die in de financiële rekeningen zijn opgebouwd als een last in de winst vóór belastingen | ||
b) Betrokken belastingen met betrekking tot een onzekere belastingsituatie die in het voorgaande jaar is opgenomen als een vermindering van de betrokken belastingen | ||
c) Gekwalificeerd terugbetaalbaar belastingtegoed of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden die zijn opgenomen als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar | ||
d) Gekwalificeerde doorstroombelastingtegoeden van gekwalificeerde eigendomsbelangen | ||
e) Belastinglasten van het lopende jaar over inkomen dat is uitgesloten van het kwalificerende inkomen of verlies | ||
f) Niet-gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden, niet-verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden of andere belastingtegoeden die niet zijn opgenomen als een vermindering op de belastinglasten van het lopende jaar | ||
g) Terugbetaalde of verrekende betrokken belastingen (uitgezonderd gekwalificeerde terugbetaalbare belastingtegoeden of verhandelbare overdraagbare belastingtegoeden) die niet als een aanpassing van belastinglasten van het lopende jaar zijn aangemerkt | ||
h) Belastinglasten van het lopende jaar ter zake van een onzekere belastingsituatie | ||
i) Belastinglasten van het lopende jaar die naar verwachting niet binnen drie jaar na afloop van het verslagjaar zullen worden betaald | ||
j) Aanpassingen na indiening | ||
k) Betrokken belastingen met betrekking tot nettowinst of -verlies op activa | ||
l) Vermindering van de betrokken belastingen van de UME die een doorstroomentiteit is | ||
m) Betrokken belastingen voor het kwalificerende inkomen van de UME dat wordt verminderd uit hoofde van een aftrekbaardividendregime | ||
n) Fictieve inhouding | ||
o) Keuze voor de methode van belastbare uitkering | ||
p) Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen | ||
q) Toename of afname van betrokken belastingen die zijn opgenomen in het eigen vermogen of de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten met betrekking tot bedragen die zijn opgenomen in het kwalificerende inkomen of verlies dat zal worden onderworpen aan belasting uit hoofde van lokale belastingregels | ||
4. Aangepaste betrokken belastingen |
b) Kruiselingse toerekening van belastingen
1. In deze jurisdictie gevestigde groepsentiteit of staatloze groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) (FIN) | 2. Betrokken belastingen van de groepsentiteit (of het lid van de jointventuregroep) vóór de aanpassing | 3. Basis voor de aanpassing | 4. Ander(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | 5. Jurisdictie van de andere groepsentiteit of het andere lid van een jointventuregroep (ISO) | 6. Vermeerderingen voor deze groepsentiteit | 7. Verminderingen voor deze groepsentiteit | 8. Betrokken belastingen van de groepsentiteit (of het lid van de jointventuregroep) na de aanpassing |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
c) Uitgestelde belastinglast
1. Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | ||
2. Bedrag van de uitgestelde belastinglast voor de toepassing van de regels | ||
3. Aanpassingen voor uitgestelde belastinglasten | Vermeerderingen | Verminderingen |
a) Uitgestelde belastinglasten ter zake van bestanddelen die niet zijn meegenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies | ||
b) Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-toegestane belastingopbouw | ||
c) Uitgestelde belastinglasten ter zake van niet-gebruikte belastingopbouw | ||
d) Waarderingsaanpassing of aanpassing van de financieel administratieve verwerking ter zake van een uitgestelde belastingvordering | ||
e) Uitgestelde belastinglasten die voortvloeien uit een herwaardering ter zake van een wijziging in het belastingtarief | ||
f) Uitgestelde belastinglasten ter zake van het ontstaan en het gebruik van belastingtegoeden | ||
g) Vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht of fictieve vervangende uitgestelde belastingvordering die toerekenbaar is aan een verliesoverdracht | ||
h) In de loop van het verslagjaar betaalde niet-toegestane belastingopbouw of niet-gebruikte belastingopbouw | ||
i) In de loop van het verslagjaar betaalde teruggenomen uitgestelde belastingverplichting | ||
j) Verwerking van een uitgestelde belastingvordering voor een verlies dat niet in de financiële rekeningen is opgenomen | ||
k) Aanpassing voor uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verlaging van het belastingtarief | ||
l) Aanpassing voor uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit een verhoging van het belastingtarief | ||
m) Groepsentiteiten die zich aansluiten bij een MNO-groep of deze verlaten | ||
n) Uitgestelde belastinglasten van de UME die een doorstroomentiteit is | ||
o) Uitgestelde belastinglasten van de UME die is onderworpen aan een aftrekbaardividendregime | ||
p) Aanpassing voor uitgestelde belastinglasten die voortvloeit uit transacties tussen groepsentiteiten | ||
4. Verschil tussen uitgestelde belastinglast opgenomen tegen een lager belastingtarief dan het minimumbelastingtarief en herberekend tegen het minimumbelastingtarief | ||
5. Verschil tussen uitgestelde belastinglast opgenomen tegen een hoger belastingtarief dan het minimumbelastingtarief en herberekend tegen het minimumbelastingtarief | ||
6. Totaalbedrag van de aanpassing voor uitgestelde belastingen |
3.2.4.3. Keuzen voor een groepsentiteit (of keuzen die van toepassing zijn op een lid van een jointventuregroep)
1. Groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep) waarvoor een keuze wordt gemaakt (FIN) | ||||
2. Jaarlijkse keuzen | a. Keuze om de vereenvoudigde berekeningen voor niet-materiële groepsentiteiten toe te passen (vereenvoudigde berekeningen veilige haven) | |||
b. Keuze voor schuldkwijtschelding | ||||
c. Keuze voor niet-gebruikte belastingopbouw | ||||
3. Vijfjaarlijkse keuzen | 4. Keuzejaar | 5. Jaar van herroeping | ||
d. Keuze om een entiteit niet te behandelen als uitgesloten entiteit | ||||
e. Opneming van alle dividenden van deelnemingen in aandelenportefeuilles | ||||
f. Behandeling van valutawinsten of -verliezen die kunnen worden toegerekend aan afdekking als een uitgesloten vermogenswinst of -verlies | ||||
g. Keuze voor fiscale transparantie van beleggingsentiteiten | ||||
h. Keuze voor de methode van belastbare uitkering | ||||
i. Vijfjaarlijkse keuze voor niet-gebruikte belastingopbouw | ||||
6. Andere keuzen | j. Keuze met betrekking tot kwalificerend verlies | |||
k. Keuze voor reële waarde | ||||
1. Groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep) waarvoor de keuze wordt gemaakt (FIN) | 2. Verslagjaar van het triggering event | 3. Opneming van het triggering event in het verslagjaar of vijfjaarse opneming |
|---|---|---|
3.2.4.4. Uitsluiting van inkomen uit internationale scheepvaart
a) Uitsluiting van inkomen uit internationale scheepvaart
1. Groepsentiteit of lid van een jointventuregroep die/dat in deze jurisdictie is gevestigd (FIN) | ||
Inkomen uit internationale scheepvaart | 2. Categorie | |
3. Opbrengsten | [A] | |
4. Kosten | [B] | |
5. Inkomen uit internationale scheepvaart | [C]=[A]−[B] | |
Inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart | 6. Categorie | |
7. Opbrengsten | [D] | |
8. Kosten | [E] | |
9. Inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart | [F]=[D]−[E] | |
Effect op op substance gebaseerde inkomensuitzondering | 10. Loonkosten die toerekenbaar zijn aan het uitgesloten inkomen uit internationale scheepvaart of inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart | |
11. Boekwaarde van de materiële activa die zijn gebruikt voor het genereren van het uitgesloten inkomen uit internationale scheepvaart of inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart | ||
Betrokken belastingen | 12. Betrokken belastingen die toerekenbaar zijn aan het uitgesloten inkomen uit internationale scheepvaart of inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart | |
b) Limiet per jurisdictie voor het uitgesloten inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart
1. Totale inkomen uit internationale scheepvaart voor alle groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep) | [A] |
2. Limiet van 50 % | 50 %x[A] |
3. Totale inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart voor alle groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep) | [B] |
4. Overschrijding van de limiet als B hoger is dan 50 % van A | [B]−50 %x[A] |
3.2.4.5. Informatie met het oog op de keuze om de methode van belastbare uitkering toe te passen (indien van toepassing)
Keuze voor de methode van belastbare uitkering
1. Groepsentiteiteigenaar (of lid van een jointventuregroep) waarvoor een keuze wordt gemaakt (FIN) | 2. Beleggingsentiteit waarvoor de keuze wordt gemaakt (FIN) | 3. Daadwerkelijke of fictieve uitkeringen uit het door de eigenaar van de groepsentiteit ontvangen kwalificerend inkomen van de beleggingsentiteit | 4. Lokale verrekenbare compensatie (‘gross-up’) van belasting betaald door de beleggingsentiteit | 5. Evenredige aandeel van de eigenaar van de groepsentiteit in het niet-uitgekeerde netto kwalificerend inkomen van de beleggingsentiteit |
|---|---|---|---|---|
3.2.4.6. Andere standaard voor financiële verslaglegging
1. Groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) met een netto inkomen of -verlies uit de financiële verslaglegging op basis van een andere standaard voor financiële verslaglegging (FIN) | 2. Aanvaardbare of goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging |
|---|---|
3.3. Berekening van de bijheffing
3.3.1. Bijheffing
a. Bijheffing (%) | b. Op substance gebaseerde inkomensuitzondering | c. Overwinst | d. Aanvullende bijheffing | e. Verschuldigde binnenlandse bijheffing | f. Bijheffing |
|---|---|---|---|---|---|
[A] = 15 % — effectief belastingtarief | [B] | [C] = kwalificerend netto-inkomen of -verlies — [B] | [D] | [E] | =[A]x[C]+[D]−[E] |
3.3.2. Berekening van op substance gebaseerde inkomensuitzondering (indien van toepassing)
3.3.2.1. Totaalbedrag van de op substance gebaseerde inkomensuitzondering
Uitzondering voor de loonkosten | Uitzondering voor materiële activa | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|
1. Relevante in aanmerking komende loonkosten van in aanmerking komende werknemers die activiteiten in de jurisdictie uitoefenen | 2. Toepassing van het relevante opslagpercentage voor het Te rapporteren verslagjaar | 3. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa in de jurisdictie | 4. Toepassing van het relevante opslagpercentage voor het Te rapporteren verslagjaar | 5. Op substance gebaseerde inkomensuitzondering |
[A] | [B] | [C] | [D] | [E]=[A]x[B]+[C]x[D] |
3.3.2.2. Toerekening van in aanmerking komende loonkosten en boekwaarde van in aanmerking komende materiële activa aan vaste inrichtingen voor de toepassing van de op substance gebaseerde inkomensuitzondering
1. Relevante in aanmerking komende loonkosten | 2. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa | 3. Jurisdictie van vaste inrichtingen | 4. Relevante in aanmerking komende loonkosten die zijn toegerekend aan vaste inrichtingen | 5. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa die zijn toegerekend aan vaste inrichtingen |
|---|---|---|---|---|
Toerekening van in aanmerking komende loonkosten en boekwaarde van in aanmerking komende materiële activa van een doorstroomentiteit voor de toepassing van de op substance gebaseerde inkomensuitzondering 3.3.2.3
1. Relevante in aanmerking komende loonkosten | 2. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa | 3. Jurisdictie van eigenaars van groepsentiteiten (of leden van een jointventuregroep) | 4. Relevante in aanmerking komende loonkosten die zijn toegerekend aan de eigenaar van een groepsentiteit (of zijn uitgesloten) | 5. Boekwaarde van de relevante overgedragen materiële activa die zijn toegerekend aan de eigenaar van een groepsentiteit (of zijn uitgesloten) |
|---|---|---|---|---|
3.3.3. Aanvullende bijheffing in het lopende jaar
3.3.3.1. Aanvullende bijheffing anders dan in het geval van een kwalificerend nettoverlies in het Te rapporteren verslagjaar
1. Toepasselijke artikelen | 2. Toepasselijke jaar | 3. Zoals eerder gerapporteerd of herberekend | 4. Kwalificerend netto-inkomen of -verlies | 5. Aangepaste betrokken belastingen | 6. Effectief belastingtarief | 7. Overwinst | 8. Bijheffing (%) | 9. Bijheffing | 10. Aanvullende bijheffing |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Voorgaande verslagjaar X | a. Eerder gerapporteerd | ||||||||
b. Herberekend |
3.3.3.2. Aanvullende bijheffing in het geval van een kwalificerend nettoverlies voor het Te rapporteren verslagjaar
1. Aangepaste betrokken belastingen voor de jurisdictie (indien negatief) | [A] |
2. Kwalificerend verlies voor de jurisdictie | [B] |
3. Verwachte aangepaste betrokken belastingen | [C]=[B]×15 % |
4. Aanvullende bijheffing | [D]=[C]−[A] |
3.3.4. Gekwalificeerde binnenlandse bijheffing
1. Standaard voor financiële verslaglegging | |||
2. Bedrag van de verschuldigde gekwalificeerde binnenlandse bijheffing | |||
3. Minimumtarief van de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing (indien hoger dan 15 %) | |||
4. Basis voor de vermenging van inkomsten en belastingen (indien verschillend van de IIR-regels) | |||
5. Gebruikte valuta (indien verschillend van de rapportagevaluta van de geconsolideerde jaarrekening) | |||
6. Vijfjaarlijkse keuze voor het gebruik van de valuta van de geconsolideerde jaarrekening of de lokale valuta | Valuta | Keuzejaar | Jaar van herroeping |
7. Op substance gebaseerde inkomensuitzondering beschikbaar? | Ja/nee | ||
8. De-minimisuitzondering beschikbaar? | Ja/nee | ||
3.4. Toerekening van de bijheffing (indien van toepassing)
3.4.1. Toepassing van de IIr op deze jurisdictie
1. Groepsentiteit waaraan de bijheffing is toegerekend | a. Laagbelast(e) groepsentiteit of lid van een jointventuregroep (FIN) | ||
b. Kwalificerend inkomen van de laagbelaste groepsentiteit of het laagbelaste lid van een jointventuregroep | [A] | ||
c. Bijheffing van de laagbelaste groepsentiteit of het laagbelaste lid van een jointventuregroep | [C] = [T] x [A]/[A+B+enz.] | ||
2. Moederentiteiten die een gekwalificeerde IIR moeten toepassen | a. Moederentiteit (FIN) | [Moederentiteit 1] | |
b. Jurisdictie van de moederentiteit | Jurisdictie B | ||
c. Bedrag aan kwalificerend inkomen dat toerekenbaar is aan door andere eigenaars aangehouden eigendomsbelangen | [D] | ||
d. Opnemingsratio van de moederentiteit | [F]=([A]−[D])/[A] | ||
3. IIR-bijheffing | a. Aan de moederentiteit toerekenbare deel van de bijheffing | [G]=[C]×[F] | |
b. IIR-verrekening | [H] | ||
c. Door de moederentiteit verschuldigde bijheffing | [I]=[G]−[H] | ||
3.4.2. Totaalbedrag van de UTPR-bijheffing voor deze jurisdictie
1. Laagbelast(e) groepsentiteit (of lid van een jointventuregroep) waarop de verlaging van de UTPR-bijheffing tot nul niet van toepassing is (FIN) | |
2. Bijheffing die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de totale UTPR-bijheffing voor elke laagbelaste groepsentiteit | |
3. Totaalbedrag van de UTPR-bijheffing voor deze jurisdictie |
3.4.3. Toerekening van de bijheffing uit hoofde van de UTPR
1. UTPR-jurisdicties | 2. Overgedragen UTPR-bijheffing | 3. Aantal personeelsleden | 4. Nettoboekwaarde van de materiële activa | 5. UTPR-percentage | 6. Bedrag van de UTPR-bijheffing dat aan het Te rapporteren verslagjaar is toegerekend | 7. Extra contante belastinglast van groepsentiteiten in de UTPR-jurisdictie | 8. Over te dragen UTPR-bijheffing |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal |