Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2025/1 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 en de Verordeningen (EU) nr. 1094/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2017/1129
Artikel 48 Uitsluiting van bepaalde contractuele bepalingen
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/1 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/1)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/1 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/1)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Een op zichzelf staande crisispreventiemaatregel of een crisisbeheersingsmaatregel die jegens een entiteit is genomen, daaronder begrepen een gebeurtenis die rechtstreeks verband houdt met de toepassing van een dergelijke maatregel, wordt op zich uit hoofde van een door die betrokken entiteit aangegaan contract niet als een afdwingingsgrond in de zin van Richtlijn 2002/47/EG of als een insolventieprocedure in de zin van Richtlijn 98/26/EG erkend, mits te allen tijde wordt voldaan aan de materiële verplichtingen uit hoofde van dat contract, daaronder begrepen de betalings- en leveringsverplichtingen, en het verschaffen van zekerheden wordt voortgezet.
Voorts wordt een crisispreventiemaatregel of een crisisbeheersingsmaatregel op zichzelf niet beschouwd als een afdwingingsgrond in de zin van Richtlijn 2002/47/EG of als een insolventieprocedure in de zin van Richtlijn 98/26/EG uit hoofde van een contract dat is aangegaan door:
- a)
een dochteronderneming, indien de moederonderneming of een groepsentiteit de verplichtingen uit hoofde van dat contract garandeert of anderszins ondersteunt, of
- b)
een groepsentiteit, indien het contract cross-default-bepalingen bevat.
2.
Indien afwikkelingsmaatregelen van een derde land op grond van artikel 76 worden erkend, of indien een afwikkelingsautoriteit bij gebreke van die erkenning aldus besluit, wordt een afwikkelingsprocedure van een derde land voor de toepassing van dit artikel beschouwd als een crisisbeheersingsmaatregel.
3.
Mits te allen tijde wordt voldaan aan de materiële verplichtingen uit hoofde van het contract, daaronder begrepen de betalings- en leveringsverplichtingen, en het verschaffen van zekerheden wordt voortgezet, biedt een crisispreventiemaatregel of een crisisbeheersingsmaatregel, met inbegrip van een gebeurtenis die rechtstreeks met de toepassing van een dergelijke maatregel verband houdt, op zich niemand de mogelijkheid om:
- a)
recht op beëindiging, opschorting, wijziging, saldering of verrekening uit te oefenen, waaronder in verband met een contract dat is gesloten door:
- i)
een dochteronderneming, indien de verplichtingen uit hoofde van het contract door een groepsentiteit worden gegarandeerd of anderszins worden gewaarborgd;
- ii)
een groepsentiteit, indien het contract kruiselingse cross-default-bepalingen bevat;
- b)
het bezit te verwerven van, de zeggenschap uit te oefenen over of een zekerheidsrecht uit te oefenen jegens de eigendom van entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e), of elke andere groepsentiteit in verband met een overeenkomst die cross-default-bepalingen bevat;
- c)
afbreuk te doen aan de contractuele rechten van entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met e), of elke andere groepsentiteit in verband met een contract dat cross-default-bepalingen bevat.
4.
De leden 1, 2 en 3 doen geen afbreuk aan het recht van een persoon om tot een in lid 3, punt a), b), of c), bedoelde handeling over te gaan, indien dit recht ontstaat uit hoofde van een andere gebeurtenis dan de crisispreventiemaatregel of de crisisbeheersingsmaatregel of uit hoofde van een gebeurtenis die rechtstreeks verband houdt met de toepassing van een dergelijke maatregel.
5.
Een opschorting of beperking uit hoofde van artikel 49 of 50 wordt voor de toepassing van de leden 1 en 3 van dit artikel en van artikel 51, lid 1, niet beschouwd als het niet naleven van een contractuele verplichting.
6.
De bepalingen van dit artikel zijn te beschouwen als bepalingen van bijzonder dwingend recht in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad (1).
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6).