Einde inhoudsopgave
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Artikel 2.3.7 Voorzieningen in verband met een structurele functionele beperking
Geldend
Geldend vanaf 14-05-2022. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 28-03-2019
- Bronpublicatie:
26-04-2022, Stb. 2022, 178 (uitgifte: 13-05-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
14-05-2022, terugwerkend tot: 28-03-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-04-2022, Stb. 2022, 178 (uitgifte: 13-05-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
Indien een statenlid, een gedeputeerde of de commissaris naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kunnen gedeputeerde staten hem op zijn aanvraag ten laste van de provincie voorzieningen toekennen, die strekken tot het kunnen blijven uitoefenen van het ambt of tot herstel of bevordering van de mogelijkheid om het ambt weer te gaan uitoefenen dan wel een financiële vergoeding daarvoor.
2.
Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden verstaan voorzieningen die een werkgever op grond van artikel 611 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als goed werkgever dient te verstrekken en voorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
3.
Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
4.
De regels, gesteld krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zijn van overeenkomstige toepassing.