Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1309 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening)
Artikel 10 Fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling
Geldend
Geldend vanaf 11-05-2024
- Bronpublicatie:
29-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1309 (uitgifte: 08-05-2024, regelingnummer: 2024/1309)
- Inwerkingtreding
11-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
29-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1309 (uitgifte: 08-05-2024, regelingnummer: 2024/1309)
- Vakgebied(en)
Informatierecht / Telecommunicatie
Informatierecht / Europees informatierecht
Informatierecht / ICT-recht
1.
Alle nieuwe gebouwen en gebouwen die het voorwerp uitmaken van ingrijpende renovatiewerken, met inbegrip van elementen die gemeenschappelijk eigendom zijn, waarvoor na 12 februari 2026 bouwvergunningen zijn aangevraagd, worden uitgerust met een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling, met inbegrip van aansluitingen tot het fysieke punt waar de eindgebruiker verbinding maakt met het openbare netwerk.
2.
Alle nieuwe meergezinswoningen of meergezinswoningen die het voorwerp uitmaken van ingrijpende renovatiewerken, waarvoor na 12 februari 2026 bouwvergunningen zijn aangevraagd, worden met een toegangspunt uitgerust.
3.
Uiterlijk op 12 februari 2026 worden alle gebouwen, met inbegrip van elementen daarvan die gemeenschappelijk eigendom zijn, die het voorwerp uitmaken van ingrijpende renovatiewerken zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10), van Richtlijn 2010/31/EU, uitgerust met glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling, met inbegrip van aansluitingen tot het fysieke punt waar de eindgebruiker verbinding maakt met het openbare netwerk, indien dat de kosten van de renovatiewerken niet onevenredig verhoogt en indien dat technisch haalbaar is. Alle meergezinswoningen die het voorwerp uitmaken van ingrijpende renovatiewerken, worden ook uitgerust met een toegangspunt.
4.
Uiterlijk op 12 november 2025 stellen de lidstaten, in overleg met de belanghebbende partijen en op basis van de beste praktijken van de sector, de relevante normen of technische specificaties vast die nodig zijn voor de uitvoering van de leden 1, 2 en 3. Die normen of technische specificaties maken op eenvoudige wijze gewone onderhoudsactiviteiten mogelijk voor de afzonderlijke glasvezelbekabeling die door elke exploitant wordt gebruikt om VHC-netwerkdiensten te leveren, en moeten ten minste het volgende omvatten:
- a)
de specificaties van het toegangspunt van het gebouw en de specificaties van de glasvezelinterface;
- b)
de kabelspecificaties;
- c)
de contactdoosspecificaties;
- d)
de specificaties van leidingen of microducts;
- e)
de technische specificaties die nodig zijn om interferentie met elektrische bekabeling te voorkomen;
- f)
de minimale buigradius;
- g)
technische specificaties voor de installatie van de bekabeling.
5.
De lidstaten zien erop toe dat de in lid 4 bedoelde normen of technische specificaties worden nageleefd. Om de naleving ervan aan te tonen, stellen de lidstaten procedures vast die een inspectie ter plaatse van de gebouwen of een representatieve steekproef daarvan kunnen omvatten.
6.
Gebouwen die overeenkomstig dit artikel zijn uitgerust, komen op vrijwillige basis en volgens de door de lidstaten vastgestelde procedures in aanmerking voor een ‘glasvezelklaar’-label, indien de lidstaten ervoor hebben gekozen een dergelijk label in te voeren.
7.
De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op bepaalde categorieën gebouwen indien de naleving van die leden onevenredig is wat betreft de kosten voor individuele of gezamenlijke eigenaren op basis van objectieve elementen. De lidstaten wijzen dergelijke categorieën gebouwen aan op basis van naar behoren gerechtvaardigde en evenredige redenen.
8.
De lidstaten wijzen op basis van naar behoren gemotiveerde en evenredige redenen de soorten gebouwen aan, zoals specifieke categorieën monumenten, historische gebouwen, militaire gebouwen en gebouwen die worden gebruikt voor nationaleveiligheidsdoeleinden, zoals gedefinieerd in het nationale recht, die moeten worden vrijgesteld van de verplichtingen van de leden 1, 2 en 3 of waarop die verplichtingen met passende technische aanpassingen van toepassing moeten zijn. Informatie over dergelijke categorieën gebouwen wordt via een centraal informatiepunt bekendgemaakt.