Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2021/555 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens
Artikel 1
Geldend
Geldend vanaf 26-04-2021
- Bronpublicatie:
24-03-2021, PbEU 2021, L 115 (uitgifte: 06-04-2021, regelingnummer: 2021/555)
- Inwerkingtreding
26-04-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-03-2021, PbEU 2021, L 115 (uitgifte: 06-04-2021, regelingnummer: 2021/555)
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
1.
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
- 1.
‘vuurwapen’: een draagbaar, van een loop voorzien wapen waarmee door explosieve voortstuwing een lading, een kogel of een projectiel wordt uitgestoten, en dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd, tenzij het is uitgesloten van deze definitie om een van de in deel III van bijlage I genoemde redenen. Vuurwapens worden in categorieën ingedeeld in deel II van bijlage I.
Een object wordt geacht te kunnen worden omgebouwd zodat door middel van explosieve voortstuwing een lading, kogel of projectief uitgestoten kan worden, wanneer:
- a)
het qua vormgeving gelijk is aan een vuurwapen, en
- b)
het ingevolge zijn constructie of het materiaal waarvan het is gemaakt aldus kan worden omgebouwd;
- 2.
‘essentieel onderdeel’: de loop, de framegroep, de kastgroep, ongeacht of het gaat om het bovenste dan wel het onderste gedeelte van de kastgroep, de slede, de cilinder, de grendel of het afsluiterblok, die, als afzonderlijke voorwerpen, vallen onder de categorie waarin het vuurwapen waarvan zij deel uitmaken of waarvoor zij bestemd zijn, is ingedeeld;
- 3.
‘munitie’: het gehele stuk of zijn componenten, met inbegrip van patroonhouder, slaghoedje, voortstuwingskruit, kogels en projectielen, die worden gebruikt in een vuurwapen voor zover deze componenten zelf onderworpen zijn aan vergunningen in de betrokken lidstaat;
- 4.
‘alarm- en seinwapens’: voorzieningen met een patroonhouder die zijn ontworpen om enkel losse patronen, irriterende stoffen, andere werkzame stoffen of pyrotechnische seinpatronen af te vuren en die niet kunnen worden omgebouwd om door explosieve voortstuwing een lading, een kogel of een projectiel uit te stoten;
- 5.
‘wapens voor saluutschoten en akoestische signalen’: vuurwapens die specifiek omgebouwd zijn om enkel losse patronen af te vuren en bedoeld zijn voor gebruik in bijvoorbeeld theatervoorstellingen, fotosessies, film- en televisieopnames, het naspelen van historische gebeurtenissen, optochten, sportevenementen en opleiding;
- 6.
‘onbruikbaar gemaakte vuurwapens’: vuurwapens die voorgoed onbruikbaar zijn gemaakt door een neutralisatie die inhoudt dat alle essentiële onderdelen van het vuurwapen in kwestie voorgoed onbruikbaar worden gemaakt en onmogelijk zodanig verwijderd, vervangen of aangepast kunnen worden dat het vuurwapen op enigerlei wijze opnieuw gebruiksklaar zou kunnen worden gemaakt;
- 7.
‘museum’: een permanente instelling ten dienste van de samenleving en de ontwikkeling daarvan, die toegankelijk is voor het publiek en die vuurwapens, essentiële onderdelen of munitie verwerft, bewaart, onderzoekt en tentoonstelt voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische, educatieve of amusementsdoeleinden of uit erfgoedoverwegingen, en die door de betrokken lidstaat als zodanig is erkend;
- 8.
‘verzamelaar’: iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich bezighoudt met het verzamelen en bewaren van vuurwapens, essentiële onderdelen of munitie voor historische, culturele, wetenschappelijke, technische of educatieve doeleinden of uit erfgoedoverwegingen, en die door de betrokken lidstaat als zodanig is erkend;
- 9.
‘wapenhandelaar’: iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens handel of bedrijf geheel of gedeeltelijk bestaat in:
- a)
het vervaardigen, verhandelen, uitwisselen, verhuren, repareren, aanpassen of ombouwen van vuurwapens of essentiële onderdelen, of
- b)
het vervaardigen, verhandelen, uitwisselen, aanpassen of ombouwen van munitie;
- 10.
‘wapenmakelaar’: iedere natuurlijke of rechtspersoon, anders dan een wapenhandelaar, wiens handel of bedrijf geheel of gedeeltelijk bestaat in:
- a)
het onderhandelen over of regelen van transacties voor de aankoop, verkoop of levering van vuurwapens, essentiële onderdelen of munitie, of
- b)
het organiseren van de overbrenging van vuurwapens, essentiële onderdelen of munitie binnen een lidstaat, van de ene lidstaat naar een andere lidstaat, van een lidstaat naar een derde land of van een derde land naar een lidstaat;
- 11.
‘illegale vervaardiging’: de vervaardiging of assemblage van vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie daarvan:
- a)
op basis van om het even welk essentieel onderdeel van dergelijke illegaal verhandelde vuurwapens;
- b)
zonder een in overeenstemming met artikel 4 afgegeven vergunning van een bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging of assemblage plaatsvindt, of
- c)
zonder de vuurwapens bij de vervaardiging te markeren overeenkomstig artikel 4;
- 12.
‘illegale handel’: de verwerving, verkoop, aflevering, vervoer of overbrenging van vuurwapens, essentiële onderdelen daarvan of munitie vanaf of over het grondgebied van een lidstaat naar het grondgebied van een andere lidstaat, indien een van de betrokken lidstaten daartoe geen toestemming heeft verleend overeenkomstig deze richtlijn, of indien de vuurwapens, essentiële onderdelen of munitie niet zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 4;
- 13.
‘tracering’: het op systematische wijze opsporen van vuurwapens en, waar mogelijk, essentiële onderdelen en munitie daarvan van fabrikant tot koper, teneinde de bevoegde autoriteiten van lidstaten in staat te stellen illegale vervaardiging van en illegale handel in vuurwapens vast te stellen, te onderzoeken en te analyseren.
2.
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt een persoon geacht ingezetene te zijn van het land dat wordt aangegeven in het adres dat vermeld staat op een officieel document waaruit zijn verblijfplaats blijkt, zoals een paspoort of een nationale identiteitskaart, waarbij dit document, bij een controle op het verwerven of het voorhanden hebben, aan de bevoegde autoriteiten van een lidstaat of aan een wapenhandelaar of wapenmakelaar wordt voorgelegd. Indien het adres van een persoon niet op het paspoort of de nationale identiteitskaart staat vermeld, wordt het land waar die persoon ingezetene is vastgesteld op basis van een ander officieel, door de betrokken lidstaat erkend bewijs van verblijf.
3.
Een ‘Europese vuurwapenpas’ wordt door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat op verzoek afgegeven aan een persoon die rechtmatige houder en gebruiker van een vuurwapen wordt. De vuurwapenpas is ten hoogste vijf jaar geldig en bevat de in bijlage II voorgeschreven vermeldingen; de geldigheidsduur ervan kan worden verlengd. De vuurwapenpas is een niet-overdraagbaar document waarin het vuurwapen dat of de vuurwapens die de houder van de pas voorhanden heeft en gebruikt, is of zijn vermeld. De pas moet steeds in het bezit zijn van de gebruiker van het vuurwapen en wijzigingen betreffende het voorhanden hebben of de kenmerken van het vuurwapen, alsmede verlies of diefstal van het vuurwapen worden in de pas vermeld.