Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 4.2.3 Informatieverplichtingen
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Redactionele toelichting
Deze wijziging is niet van toepassing op aanvragen die in de periode van 1 mei 2025 tot en met 31 maart 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.113 en aanvragen die in de periode van 5 januari tot en met 12 februari 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.44 en passen binnen MOOI-missie Elektriciteit, innovatiethema 5.
- Bronpublicatie:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
Een aanvraag om subsidie op grond van deze titel bevat ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2.
Onverminderd het eerste lid bevat een aanvraag om subsidie op grond van deze titel ten minste:
- a.
gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de organisatie, het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;
- b.
gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
- c.
kerngegevens over het project;
- d.
informatie over de wijze waarop de aanvrager en indien van toepassing de deelnemers van een samenwerkingsverband hun eigen aandeel in de projectkosten financieren;
- e.
een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening is, inclusief een ingevuld door de minister beschikbaar gesteld beslisschema, tenzij de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is.
3.
De aanvraag voor de vaststelling van een subsidie die krachtens deze titel is verleend bevat in ieder geval:
- a.
gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de aanvrager en het door de minister verstrekte referentienummer;
- b.
de omvang van de vast te stellen subsidie;
- c.
de kerngegevens voor de onderbouwing van de subsidievaststelling;
- d.
indien de omvang van de vast te stellen subsidie € 25.000 tot € 125.000 bedraagt, een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, waarin de subsidieontvanger aangeeft:
- 1°
dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting;
- 2°
dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
- 3°
wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
- 4°
wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.