Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1358 betreffende de instelling van ‘Eurodac’ voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad
Artikel 32 Procedure voor de vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens met Eurodac-gegevens
Geldend
Geldend vanaf 11-06-2024
- Bronpublicatie:
14-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1358 (uitgifte: 22-05-2024, regelingnummer: 2024/1358)
- Inwerkingtreding
11-06-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1358 (uitgifte: 22-05-2024, regelingnummer: 2024/1358)
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
1.
De aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de aangewezen autoriteit van Europol kunnen ten behoeve van de rechtshandhaving een gemotiveerd elektronisch verzoek in de zin van artikel 33, lid 1, en artikel 34, lid 1, samen met het door hen gebruikte referentienummer, indienen bij de controlerende autoriteit. Dat verzoek moet via het nationaal toegangspunt of het Europol-toegangspunt aan Eurodac worden toegezonden met het oog op een vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens. Na ontvangst van een dergelijk verzoek gaat de controlerende autoriteit na of is voldaan aan alle voorwaarden voor een in artikel 33 of artikel 34, naargelang het geval, bedoeld verzoek om vergelijking.
2.
Indien is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek om een vergelijking zoals bedoeld in artikel 33 of artikel 34, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek om vergelijking door naar het nationaal toegangspunt of het Europol-toegangspunt, dat het overeenkomstig de artikelen 27 en 28 naar Eurodac doorstuurt voor vergelijking met de biometrische of alfanumerieke gegevens die overeenkomstig artikel 15, artikel 18, lid 2, en de artikelen 20, 22, 23, 24 en 26 aan Eurodac zijn toegezonden.
3.
Een vergelijking van een gezichtsopname met andere gezichtsopnamegegevens in Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden kan worden verricht overeenkomstig artikel 28, lid 1, indien die gegevens beschikbaar zijn op het tijdstip van indiening van een gemotiveerd elektronisch verzoek door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten of de aangewezen autoriteit van Europol.
4.
In uitzonderlijke gevallen van urgentie waarin een dreigend gevaar moet worden verhinderd dat verband houdt met terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, kan de controlerende autoriteit de biometrische of alfanumerieke gegevens onmiddellijk na ontvangst van een verzoek van een aangewezen autoriteit ter vergelijking aan het nationaal toegangspunt of het Europol-toegangspunt toezenden en pas achteraf verifiëren of is voldaan aan alle voorwaarden voor een verzoek tot vergelijking zoals bedoeld in artikel 33 of artikel 34, onder meer of daarbij inderdaad sprake was van een uitzonderlijk geval van urgentie. De verificatie achteraf vindt plaats zonder onnodige vertraging na de verwerking van het verzoek.
5.
Indien uit een verificatie achteraf blijkt dat de toegang tot Eurodac-gegevens niet gerechtvaardigd was, verwijderen alle autoriteiten die tot die informatie toegang hebben gehad, de uit Eurodac meegedeelde informatie en brengen zij de controlerende autoriteit van die verwijdering op de hoogte.