Einde inhoudsopgave
Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961
Artikel 38 Maatregelen tegen het gebruik van verdovende middelen
Geldend
Geldend vanaf 08-08-1975
- Redactionele toelichting
Deze wijziging is voor het Koninkrijk der Nederlanden op 28-06-1987 in werking getreden. Deze wijziging is nog niet voor alle partijen in werking getreden. Zie voor de inwerkingtredingsgegevens van deze wijziging het protocol van 25-03-1972, Trb. 1980, nr. 184.
- Bronpublicatie:
25-03-1972, Trb. 1980, 184 (uitgifte: 27-11-1980, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
08-08-1975
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-1980, Trb. 1980, 184 (uitgifte: 27-11-1980, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De Partijen besteden bijzondere aandacht aan en nemen alle doenlijke maatregelen voor het voorkomen van het misbruik van verdovende middelen en voor de tijdige onderkenning, behandeling, opvoeding, nazorg, wederaanpassing aan en wederopneming in de maatschappij van de betrokkenen en coördineren daartoe hun inspanningen.
2.
De Partijen bevorderen zo veel mogelijk de opleiding van personeel ten behoeve van de behandeling, de nazorg, de wederaanpassing aan en de wederopneming in de maatschappij van degenen die misbruik maken van verdovende middelen.
3.
De Partijen nemen alle doenlijke maatregelen om degenen wier werk zulks vereist, te helpen inzicht te verwerven in de vraagstukken van het misbruik van verdovende middelen en van het voorkomen daarvan en bevorderen dit inzicht eveneens bij het publiek indien er gevaar bestaat dat het misbruik van verdovende middelen zich sterk zal uitbreiden.