Einde inhoudsopgave
Tijdelijke regeling hypothecair krediet
Artikel 2
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
28-10-2024, Stcrt. 2024, 35962 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-0000476828)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-10-2024, Stcrt. 2024, 35962 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-0000476828)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Een aanbieder houdt bij het vaststellen van het toetsinkomen rekening met de huidige vaste en bestendige inkomsten van de consument.
2.
Indien de inkomsten van de consument geen vaste inkomsten betreffen, kan de aanbieder van hypothecair krediet rekening houden met de gemiddelde inkomsten van de consument over de laatste drie kalenderjaren of 36 maanden voorafgaand aan het moment waarop het toetsinkomen wordt vastgesteld.
3.
In afwijking van het tweede lid kan een aanbieder van hypothecair krediet indien de consument in een of meer van de laatste drie kalenderjaren geen vaste inkomsten maar wel minimaal twaalf maanden inkomsten heeft gehad, bij het bepalen van het toetsinkomen uitgaan van het huidige inkomen van de consument, indien door een terzake deskundige op grond van een analyse van het perspectief van de consument op de arbeidsmarkt is onderbouwd dat dit inkomen bestendig is.
4.
Bij het vaststellen van het toetsinkomen kan een aanbieder van hypothecair krediet tevens rekening houden met:
- a.
toekomstige beschikbare inkomsten uit vrij beschikbaar vermogen van de consument, indien die inkomsten redelijkerwijs te verwachten zijn;
- b.
een te verwachten structurele inkomensstijging binnen een redelijke termijn.
5.
Indien de consument binnen tien jaar na het aangaan van een hypothecair krediet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Algemene Ouderdomswet bereikt, houdt een aanbieder van hypothecair krediet bij het vaststellen van het toetsinkomen mede rekening met het verwachte inkomen en toekomstige beschikbare inkomsten uit vrij beschikbaar vermogen van de consument op de vastgestelde pensioengerechtigde leeftijd van de consument of indien de pensioengerechtigde leeftijd voor de consument nog niet definitief is vastgesteld op de vastgestelde maximale pensioengerechtigde leeftijd.