Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen
Artikel 9 bis Preventie van levensmiddelenafval
Geldend
Geldend vanaf 16-10-2025
- Bronpublicatie:
10-09-2025, PbEU L 2025, 2025/1892 (uitgifte: 26-09-2025, regelingnummer: 2025/1892)
- Inwerkingtreding
16-10-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
10-09-2025, PbEU L 2025, 2025/1892 (uitgifte: 26-09-2025, regelingnummer: 2025/1892)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten nemen in de hele voedselvoorzieningsketen passende maatregelen om levensmiddelenafval te voorkomen in de primaire productie, de verwerkende en producerende industrie, de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens. Die maatregelen behelzen ten minste de volgende elementen:
- a)
het ontwikkelen en ondersteunen van maatregelen op het gebied van gedragsverandering om levensmiddelenafval terug te dringen, en voorlichtingscampagnes om het bewustzijn over de preventie van levensmiddelenafval te vergroten;
- b)
het opsporen en aanpakken van inefficiënties in de werking van de voedselvoorzieningsketen, en het ondersteunen van samenwerking tussen alle actoren, waarbij wordt gezorgd voor een eerlijke verdeling van de kosten en baten van preventiemaatregelen, die onder meer kunnen bestaan uit het aanpakken van marktpraktijken die voor levensmiddelenafval zorgen en het ondersteunen van het in de handel brengen en het gebruik van producten waarvoor een afwijking van artikel 76 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1) is toegestaan op grond van lid 4 van dat artikel, maar wel uitsluitend onder de eventuele voorwaarden waaronder die afwijking is toegestaan;
- c)
het aanmoedigen van voedselschenkingen en andere herverdeling voor menselijke consumptie, om ervoor te zorgen dat het menselijk gebruik voorrang krijgt op diervoeding en herverwerking tot niet voor de voeding bestemde producten;
- d)
het ondersteunen van opleidingen en van de ontwikkeling van vaardigheden en het vergemakkelijken van de toegang tot financieringsmogelijkheden, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen en entiteiten van de sociale economie;
- e)
het aanmoedigen en bevorderen van innovatie en technologische oplossingen die levensmiddelenafval helpen te voorkomen, onverminderd Verordening (EU) 2025/40 van het Europees Parlement en de Raad (2), en met name artikel 6 daarvan.
De lidstaten zorgen ervoor dat alle relevante actoren in de voedselvoorzieningsketen naar evenredigheid van hun capaciteit en rol worden betrokken bij de preventie van levensmiddelenafval in de hele toeleveringsketen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan het voorkomen van onevenredige gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen. Na overleg met voedselbanken en andere organisaties voor voedselherverdeling nemen de lidstaten, indien passend, op basis van een bestaand nationaal voedseldonatiesysteem, maatregelen om ervoor te zorgen dat exploitanten die door de lidstaten zijn aangemerkt als exploitanten die een belangrijke rol spelen bij de preventie en productie van levensmiddelenafval, donatieovereenkomsten aanbieden aan voedselbanken en andere organisaties voor voedselherverdeling om de donatie van onverkochte levensmiddelen die veilig zijn voor menselijke consumptie te vergemakkelijken, waarbij de kosten voor de exploitanten redelijk blijven.
2.
De lidstaten monitoren en beoordelen de uitvoering van hun maatregelen ter preventie van levensmiddelenafval, met inbegrip van de naleving van de in lid 4 bedoelde doelstellingen voor de vermindering van levensmiddelenafval, door de hoeveelheden levensmiddelenafval te meten op basis van de overeenkomstig lid 3 vastgestelde methode.
3.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze richtlijn aan te vullen door een gemeenschappelijke methode en minimale kwaliteitseisen voor de eenvormige meting van de hoeveelheden levensmiddelenafval vast te stellen.
4.
De lidstaten nemen de nodige en passende maatregelen om uiterlijk op 31 december 2030 de volgende doelstellingen voor de vermindering van levensmiddelenafval op nationaal niveau te bereiken:
- a)
vermindering van de productie van levensmiddelenafval in de verwerkende en producerende industrie met 10 % ten opzichte van de gemiddeld tussen 2021 en 2023 geproduceerde hoeveelheid levensmiddelenafval per jaar;
- b)
vermindering van de productie van levensmiddelenafval per hoofd van de bevolking in de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens, met 30 % ten opzichte van de gemiddeld tussen 2021 en 2023 geproduceerde hoeveelheid levensmiddelenafval per jaar.
5.
Wanneer een lidstaat in verband met de doelstellingen voor de vermindering van levensmiddelenafval voor een jaar vóór 2021 gegevens kan verstrekken die zijn verzameld met behulp van methoden die zijn vastgelegd in Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597 van de Commissie (3) of, voor jaren vóór 2020, gegevens kan verstrekken die zijn verzameld met behulp van methoden die vergelijkbaar zijn met de methodiek en de minimale kwaliteitseisen voor de eenvormige meting van de hoeveelheden levensmiddelenafval zoals vastgelegd in dat gedelegeerd besluit, dan kan de lidstaat een eerder jaar als referentieperiode gebruiken. Uiterlijk op 17 april 2027 stelt de lidstaat de Commissie en de andere lidstaten in kennis van zijn voornemen om een eerder jaar te gebruiken en, voor een jaar vóór 2020, verstrekt de lidstaat de Commissie de gegevens en de voor de verzameling daarvan gebruikte meetmethoden, en maakt hij die gegevens en meetmethoden openbaar.
6.
Om de lidstaten te ondersteunen bij het halen van de doelstellingen voor de vermindering van levensmiddelenafval als bedoeld in lid 4, punt b), stelt de Commissie uiterlijk op 17 oktober 2027 uitvoeringshandelingen vast met daarin een correctiefactor om rekening te houden met de stijging of daling van het toerisme ten opzichte van het referentiejaar. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
7.
Indien de Commissie van oordeel is dat de gegevens voor een jaar vóór 2020 niet voldoen aan de voorwaarden van lid 5, stelt zij binnen zes maanden na ontvangst van een overeenkomstig dat lid gedane kennisgeving een besluit vast waarbij de lidstaat wordt verzocht een jaarlijks gemiddelde tussen 2021 en 2023, 2020 of een ander jaar vóór 2020 dan het door die lidstaat voorgestelde jaar als referentieperiode te gebruiken.
8.
Uiterlijk op 31 december 2027 evalueert de Commissie de in lid 4 vastgestelde doelstellingen die uiterlijk in 2030 moeten zijn bereikt, teneinde die doelstellingen zo nodig aan te passen en/of uit te breiden tot andere stadia van de voedselvoorzieningsketen, en om te overwegen nieuwe doelstellingen vast te stellen voor de periode na 2030.
De evaluatie als bedoeld in de eerste alinea omvat:
- a)
een beoordeling van de omvang en de oorzaken van levensmiddelenafval en -verlies in de primaire productie, en een verkenning van passende hefbomen om dergelijke verspilling en dergelijk verlies terug te dringen en een beoordeling van de haalbaarheid van die hefbomen;
- b)
een beoordeling van de mogelijkheid om juridisch bindende doelstellingen in te voeren met betrekking tot lid 4, punten a) en b), die uiterlijk in 2035 moeten zijn bereikt, en
- c)
een beoordeling van het effect van veranderingen in de productieniveaus op de haalbaarheid van de doelstelling voor de vermindering van levensmiddelenafval met betrekking tot lid 4, punt a).
De Commissie dient een verslag, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, in bij het Europees Parlement en de Raad.
9.
De lidstaten stemmen hun acties om levensmiddelenafval te voorkomen op elkaar af en wisselen beste praktijken uit, onder meer via het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling.
Voetnoten
Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj).
Verordening (EU) 2025/40 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende verpakking en verpakkingsafval, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2019/904, en tot intrekking van Richtlijn 94/62/EG (PB L, 2025/40, 22.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/40/oj).
Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597 van de Commissie van 3 mei 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot een gemeenschappelijke methode en minimale kwaliteitsvereisten voor de eenvormige meting van hoeveelheden levensmiddelenafval (PB L 248 van 27.9.2019, blz. 77, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_del/2019/1597/oj).