Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006
Artikel 14 Vooraf goedgekeurde inrichtingen voor nuttige toepassing
Geldend
Geldend vanaf 20-05-2024
- Bronpublicatie:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Inwerkingtreding
20-05-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
11-04-2024, PbEU L 2024, 2024/1157 (uitgifte: 30-04-2024, regelingnummer: 2024/1157)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van of zeggenschap uitoefent over een inrichting voor nuttige toepassing, kan een verzoek om die inrichting vooraf goed te keuren, indienen bij de bevoegde autoriteit die rechtsmacht heeft over de inrichting, zoals aangewezen op grond van artikel 75.
Inrichtingen die alleen handeling R13 verrichten, komen niet in aanmerking voor het indienen van een in de eerste alinea bedoeld verzoek.
2.
Het in lid 1 bedoelde verzoek bevat de volgende gegevens:
- a)
naam, registratienummer en adres van de inrichting voor nuttige toepassing;
- b)
kopieën van de aan de inrichting voor nuttige toepassing afgegeven vergunningen voor afvalverwerking op grond van artikel 23 van Richtlijn 2008/98/EG, alsook, indien relevant, normen of certificeringen waaraan de inrichting voldoet;
- c)
een beschrijving van de gebruikte technologie ter waarborging van de milieuhygiënisch verantwoorde nuttige toepassing van afvalstoffen in de inrichting voor nuttige toepassing waarvoor voorafgaande goedkeuring wordt gevraagd, met inbegrip van technologie die is ontworpen om energie te besparen of de uitstoot van broeikasgassen in verband met de activiteiten van de inrichting te beperken;
- d)
de R-code of -codes zoals bedoeld in bijlage II bij Richtlijn 2008/98/EG voor de handeling of handelingen tot nuttige toepassing waarvoor de voorafgaande goedkeuring wordt gevraagd;
- e)
de benaming en samenstelling van de afvalstoffen, de fysische eigenschappen en de afvalstoffenidentificatiecode of -codes voor de afvalstoffen waarvoor de voorafgaande goedkeuring wordt gevraagd, zoals vermeld in bijlage IV bij deze verordening of in de lijst van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG;
- f)
de totale hoeveelheid van elk type afvalstof waarvoor voorafgaande goedkeuring wordt gevraagd, in vergelijking met de verwerkingscapaciteit waarvoor het de inrichting is toegestaan op grond van artikel 23 van Richtlijn 2008/98/EG afvalverwerkingsactiviteiten uit te voeren;
- g)
de hoeveelheid restafval die ontstaat door de nuttige toepassing van de afvalstoffen in verhouding tot de hoeveelheid nuttig toegepast materiaal, en de geplande methode van nuttige toepassing of verwijdering van het restafval;
- h)
gegevens over de activiteiten van de inrichting in verband met de nuttige toepassing van afvalstoffen, met name de hoeveelheid en de soorten afvalstoffen die de afgelopen drie jaar zijn verwerkt, indien van toepassing;
- i)
een bewijs of een verklaring dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over de inrichting in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek niet veroordeeld is voor het uitvoeren van een illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met afvalbeheer, met name in verband met de bescherming van het milieu of de menselijke gezondheid.
3.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 80 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van lid 2 van dit artikel wat betreft de in het verzoek op te nemen informatie.
4.
De in de leden 5 tot en met 10 van dit artikel bedoelde procedure is van toepassing op de voorafgaande goedkeuring voor een inrichting waarvoor overeenkomstig lid 1 een verzoek is ingediend.
5.
Binnen 55 dagen na ontvangst van een op grond van lid 1 ingediend verzoek dat de in lid 2 bedoelde informatie bevat, beoordeelt de bevoegde autoriteit het verzoek en besluit zij het al dan niet goed te keuren.
6.
Wanneer de in lid 1 bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon alle in lid 2 bedoelde informatie heeft verstrekt, keurt de bevoegde autoriteit het verzoek goed en verleent zij voorafgaande goedkeuring voor de betrokken inrichting. De voorafgaande goedkeuring kan voorwaarden bevatten met betrekking tot de duur van de voorafgaande goedkeuring, de soorten en hoeveelheden afvalstoffen die onder de voorafgaande goedkeuring vallen, de gebruikte technologie of andere voorwaarden die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd.
7.
In afwijking van lid 6 kan de bevoegde autoriteit weigeren het verzoek om voorafgaande goedkeuring goed te keuren wanneer zij er niet van overtuigd is dat met de afgifte van de voorafgaande goedkeuring is gewaarborgd dat de afvalstoffen zullen worden beheerd in overeenstemming met de afvalhiërarchie en andere in Richtlijn 2008/98/EG vastgestelde vereisten of, indien relevant, dat de best beschikbare technieken zullen worden toegepast overeenkomstig de conclusies zoals vastgesteld uit hoofde van Richtlijn 2010/75/EU.
8.
Het besluit tot goedkeuring of afwijzing van het verzoek om voorafgaande goedkeuring wordt meegedeeld aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het verzoek heeft ingediend zodra het door de bevoegde autoriteit is genomen, en wordt naar behoren met redenen omkleed.
9.
Tenzij anders vermeld in het besluit tot goedkeuring van het verzoek om voorafgaande goedkeuring, is de voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing tien jaar geldig. Gedurende die periode voert de bevoegde autoriteit ten minste één inspectie uit overeenkomstig artikel 60. Aanvullende inspecties worden uitgevoerd indien daartoe op basis van de in artikel 62 bedoelde risicogebaseerde beoordelingsbenadering noodzaak bestaat.
10.
Een voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing kan te allen tijde door de bevoegde autoriteit worden ingetrokken indien informatie beschikbaar komt waaruit blijkt dat de overeenkomstig lid 2 verstrekte informatie onjuist is of dat de voorwaarden van lid 6 niet langer vervuld worden. Een besluit tot intrekking van een voorafgaande goedkeuring wordt naar behoren met redenen omkleed en aan de betrokken inrichting meegedeeld.
11.
De in lid 1 bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de betrokken bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis van elke wijziging in de overeenkomstig lid 2 ingediende informatie. De betrokken bevoegde autoriteit houdt naar behoren rekening met die wijzigingen en actualiseert zo nodig de voorafgaande goedkeuring of trekt die in.
12.
In het geval van een overeenkomstig artikel 13 ingediende algemene kennisgeving betreffende overbrengingen die bestemd zijn voor een vooraf goedgekeurde inrichting, wordt de geldigheidsduur van de in artikel 9, lid 4, bedoelde goedkeuring verlengd tot drie jaar.
In afwijking van de eerste alinea kunnen de betrokken bevoegde autoriteiten in naar behoren gerechtvaardigde gevallen besluiten de geldigheidsduur te verlengen met een periode van minder dan drie jaar.
13.
De bevoegde autoriteiten die overeenkomstig dit artikel voorafgaande goedkeuring voor een inrichting hebben verleend, stellen de Commissie en waar passend het secretariaat van de OESO met gebruikmaking van het formulier in bijlage VI in kennis van het volgende:
- a)
naam, registratienummer en adres van de inrichting voor nuttige toepassing;
- b)
een beschrijving van de gebruikte technologie, en de R-code(s) zoals bedoeld in bijlage II bij Richtlijn 2008/98/EG;
- c)
de afvalstoffenidentificatiecode of -codes voor de afvalstoffen waarop de voorafgaande toestemming van toepassing is;
- d)
de totale hoeveelheid afvalstoffen waarvoor voorafgaande goedkeuring is verleend;
- e)
de geldigheidsperiode van de voorafgaande goedkeuring;
- f)
eventuele wijzigingen in de voorafgaande goedkeuring;
- g)
eventuele wijzigingen in de verstrekte informatie;
- h)
eventuele intrekking van de voorafgaande goedkeuring.
14.
In afwijking van de artikelen 9, 10 en 12 geldt voor de overeenkomstig artikel 9, lid 1, verleende goedkeuring, de overeenkomstig artikel 10 opgelegde voorwaarden of de bezwaren die alle betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 12 hebben gemaakt met betrekking tot een kennisgeving voor een overbrenging die bestemd is voor een vooraf goedgekeurde inrichting, een termijn van zeven werkdagen na de datum waarop de kennisgever overeenkomstig artikel 8, lid 12, is meegedeeld dat de kennisgeving volledig is.
15.
Indien een of meer bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 8, lid 2, 4, 7, of 9, om aanvullende informatie wensen te verzoeken met betrekking tot een kennisgeving voor overbrengingen naar een vooraf goedgekeurde inrichting, worden de in die leden alsook de in artikel 8, leden 3 en 8, genoemde termijnen ingekort tot:
- a)
- b)
16.
Niettegenstaande lid 14 kan een betrokken bevoegde autoriteit van bestemming besluiten dat meer tijd nodig is om aanvullende informatie of documentatie van de kennisgever te ontvangen.
In dergelijke gevallen stelt die bevoegde autoriteit de kennisgever en de overige bevoegde autoriteiten binnen zeven werkdagen na de datum waarop de kennisgever overeenkomstig artikel 8, lid 12, is meegedeeld dat de kennisgeving volledig is, in kennis.