Einde inhoudsopgave
Wet op de huurtoeslag
Artikel 21 [Bepaling huurtoeslag]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
18-12-2024, Stb. 2024, 426 (uitgifte: 20-12-2024, kamerstukken: 36608)
18-12-2024, Stb. 2024, 425 (uitgifte: 20-12-2024, kamerstukken: 36311)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
28-01-2025, Stb. 2025, 24 (uitgifte: 04-02-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
15-01-2025, Stb. 2025, 16 (uitgifte: 27-01-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Huurrecht / Huurtoeslag
1.
De hoogte van de huurtoeslag wordt als volgt bepaald:
- a.
het deel van de rekenhuur boven de basishuur tot aan de kwaliteitskortingsgrens wordt voor 100 procent gesubsidieerd;
- b.
het deel van de rekenhuur boven de kwaliteitskortingsgrens tot aan de aftoppingsgrens wordt voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage gesubsidieerd;
- c.
het deel van de rekenhuur boven de aftoppingsgrens wordt voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage gesubsidieerd;
- d.
het deel van de rekenhuur boven de maximale huurgrens wordt niet gesubsidieerd.
2.
Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, wordt, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de overeenkomstig het eerste lid bepaalde hoogte van de huurtoeslag, verlaagd met de uitkomst van de formule:
Y x (afbouwpercentage/12) in welke formule voorstelt:
Y: het rekeninkomen verminderd met het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17;
afbouwpercentage:
- a.
27% voor eenpersoonshuishoudens, of
- b.
22% voor meerpersoonshuishoudens.