Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2021/2116 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013
Artikel 83 Controlesysteem voor de conditionaliteit
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
19-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2649 (uitgifte: 31-12-2025, regelingnummer: 2025/2649)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2649 (uitgifte: 31-12-2025, regelingnummer: 2025/2649)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Financiering
Agrarisch recht (V)
Overheidsfinanciën / EU-financiën
1.
De lidstaten zetten een systeem op om te verifiëren dat de volgende categorieën begunstigden voldoen aan de in titel III, hoofdstuk 1[lees: I], afdeling 2, van Verordening (EU) 2021/2115 vastgelegde verplichtingen:
- a)
begunstigden die rechtstreekse betalingen ontvangen uit hoofde van titel III, hoofdstuk II, van Verordening (EU) 2021/2115;
- b)
begunstigden die jaarlijkse betalingen ontvangen uit hoofde van de artikelen 70, 71 en 72 van Verordening (EU) 2021/2115;
- c)
begunstigden die steun ontvangen uit hoofde van hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 228/2013 of hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 229/2013.
1 bis.
In afwijking van lid 1 van dit artikel is het controlesysteem voor de conditionaliteit niet van toepassing op begunstigden die in artikel 28 van Verordening (EU) 2021/2115 bedoelde betalingen ontvangen.
2.
De in lid 1 van dit artikel opgenomen begunstigden worden vrijgesteld van controles in het kader van het systeem dat overeenkomstig dat lid is opgezet wanneer het areaal dat voor de betalingen en de in dat lid bedoelde steun in aanmerking komt en dat aangegeven is in de in artikel 69, lid 1, bedoelde geospatiale aanvraag, een maximale omvang van tien hectare heeft.
2 bis.
Landbouwers met een bedrijf met een maximale omvang van dertig ha landbouwareaal dat is aangegeven overeenkomstig artikel 69, lid 1, van deze verordening, zijn vrijgesteld van controles van de vereisten van GLMC-norm 7, als gedefinieerd in bijlage III bij Verordening (EU) 2021/2115, in het kader van een overeenkomstig lid 1 van dit artikel opgezet systeem.
3.
De lidstaten kunnen voor het handhaven van de conditionaliteitsregels hun bestaande controlesystemen en administratie gebruiken.
Deze systemen zijn compatibel met de in lid 1 bedoelde controlesystemen.
4.
Vervallen.
5.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a)
‘eis’: elke afzonderlijke uit de regelgeving voortvloeiende beheerseis in een bepaalde wetgevingshandeling waarnaar verwezen wordt in het in artikel 12 van Verordening (EU) 2021/2115 genoemde Unierecht en die inhoudelijk verschilt van de andere in diezelfde wetgevingshandeling gestelde eisen;
- b)
‘wetgevingshandeling’: elk van de richtlijnen en verordeningen als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2021/2115;
- c)
‘herhaling van niet-naleving’: een binnen een periode van drie opeenvolgende kalenderjaren meer dan eenmaal geconstateerde niet-naleving van dezelfde eis of norm, op voorwaarde dat de begunstigde op de hoogte is gebracht van eerdere niet-naleving en, waar dit ter zake doet, de mogelijkheid heeft gehad de nodige maatregelen te nemen om die eerdere niet-naleving te corrigeren.
6.
Teneinde te voldoen aan hun controleverplichtingen als vastgesteld in de leden 1 en 3:
- a)
stellen de lidstaten controles ter plaatse in waarbij wordt nagegaan of de begunstigden voldoen aan de verplichtingen van titel III, hoofdstuk I, afdeling 2, van Verordening (EU) 2021/2115;
- b)
kunnen de lidstaten, afhankelijk van de betrokken eisen, normen, wetgevingshandelingen of conditionaliteitsgebieden, besluiten om gebruik te maken van de controles, administratieve controles inbegrepen, die in het kader van de controlesystemen voor de eis, de norm, de wetgevingshandeling of het conditionaliteitsgebied in kwestie zijn verricht, mits die controles ten minste even doeltreffend zijn als de in punt a) bedoelde controles ter plaatse;
- c)
kunnen de lidstaten voor het uitvoeren van de in punt a) bedoelde controles ter plaatse waar passend gebruikmaken van teledetectie, het areaalmonitoringsysteem of andere relevante ondersteunende technologieën;
- d)
stellen de lidstaten de te controleren groep voor de jaarlijkse in punt a) van dit lid bedoelde controles ter plaatse vast op basis van een jaarlijkse risicoanalyse die is voorzien van een aselecte component en ten minste 1 % van de in lid 1 van dit artikel vermelde begunstigden omvat; indien zij, op grond van artikel 60, lid 1, derde alinea, geen begunstigde selecteren voor een controle of steekproef, zorgen zij ervoor dat het minimumcontrolepercentage in acht wordt genomen;
- i)
waarbij rekening wordt gehouden met en wegingsfactoren worden toegepast op de structuur van landbouwbedrijven, het inherente risico op niet-naleving en, indien van toepassing, de deelname van begunstigden aan de bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EU) 2021/2115,
- ii)
die is voorzien van een aselecte component, en
- iii)
waarvoor geldt dat de te controleren groep ten minste 1 % van de in lid 1 van dit artikel vermelde begunstigden omvat;
- e)
stellen de lidstaten, wat de conditionaliteitsverplichtingen in verband met Richtlijn 96/22/EG van de Raad (1) betreft, dat met de toepassing van een specifiek controleniveau voor de monitoringplannen geacht wordt te zijn voldaan aan het in punt d) van dit lid vereiste minimumpercentage.
Voetnoten
Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van β-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).