Einde inhoudsopgave
Wet erkenning Nederlandse Gebarentaal
Artikel 7
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2021
- Bronpublicatie:
16-03-2021, Stb. 2021, 165 (uitgifte: 02-04-2021, kamerstukken: 34562)
- Inwerkingtreding
01-07-2021
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-06-2021, Stb. 2021, 307 (uitgifte: 29-06-2021, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
1.
Indien een verdachte, partij, getuige of belanghebbende zich ter terechtzitting op de voet van artikel 6 wil bedienen van de Nederlandse Gebarentaal, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft ambtshalve of op verzoek zonodig dat bijstand wordt verleend door een tolk. Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing indien het onderzoek ter terechtzitting plaatsvindt in het kader van een strafzaak.
2.
De vergoeding aan de tolk die ingevolge het eerste lid is opgetreden, komt ten laste van het Rijk.
3.
In afwijking van het tweede lid kan de rechter bepalen dat in een civiele zaak de vergoeding aan de tolk ten laste komt van degene op wiens verzoek bijstand door een tolk wordt verleend, indien achteraf blijkt dat de kosten voor bijstand door een tolk, nodeloos zijn aangewend.