Einde inhoudsopgave
Besluit activiteiten leefomgeving
Artikel 5.11 (geheimhouding)
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
16-09-2020, Stb. 2020, 400 (uitgifte: 28-10-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
03-07-2018, Stb. 2018, 293 (uitgifte: 31-08-2018, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
05-04-2023, Stb. 2023, 113 (uitgifte: 07-04-2023, kamerstukken/regelingnummer: -)
16-09-2020, Stb. 2023, 113 jo Stb. 2020, 400 (uitgifte: 28-10-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
05-04-2023, Stb. 2023, 113 jo Stb. 2020, 400 (uitgifte: 07-04-2023, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
De inwerkingtreding van deze wijziging is gelijkgesteld met de inwerkingtreding van dit artikel (03-07-2018, Stb. 293). Inwerkingtreding voorheen: 01-01-2024.
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht / Omgevingswet
1.
Bij het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, 6.1 of 7.1, kan een aanvraag worden ingediend om aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat geen informatie te verstrekken over bepaalde in het PRTR-verslag opgenomen gegevens voor opname in het PRTR.
2.
Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.
3.
De aanvraag wordt gelijktijdig met het indienen van het PRTR-verslag ingediend.
4.
In een aanvraag om geheimhouding wordt de naam aangegeven van de groep verontreinigende stoffen, bedoeld in bijlage VI, waarvan de geheim te houden verontreinigende stof deel uitmaakt.